Eerste Kamer akkoord met urennorm
27 juni 2012
Met twee stemmen verschil heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel onderwijstijd aangenomen. Hiermee is de 1040-urennorm een feit. Scholierenorganisatie LAKS en de VO-raad hebben zich fel verzet tegen de wet op de 1040 uur. Ook de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) heeft bedenkingen tegen het opleggen van extra uren, die niet worden vergoed door de overheid. Het leidt vaak tot zinloze invulling van uren.
Minister Marja van Bijsterveldt kreeg tijdens het debat vorige week veel kritiek te verduren. Tot het laatste moment was onduidelijk of de VVD zou instemmen met het voorstel.
Bezwaren
D66, PvdA en SP bleven tot het laatst grote bezwaren zien. Zij stelden dat er een gebrek aan draagvlak was in het onderwijs voor de wet, dat de minister te gedetailleerd afspraken wil maken en dat er geen noodzaak is voor de wet. Van Bijsterveldt betwist dat. De wet is goed voor de kwaliteit van het onderwijs, stelt zij.
Teleurgesteld
De wet is opgesteld nadat het ministerie werd overspoeld met klachten van leerlingen en ouders die minder les kregen dan de wet voorschreef. Ook verzetten veel scholieren zich tegen zogenoemde ophokuren: uren die wel meetellen, maar waarin geen les wordt gegeven. Het Landelijk Actie Komitee Scholieren (LAKS) is teleurgesteld dat de wet is aangenomen. Volgens voorzitter Lotte Savelberg draagt de wet ''allerminst bij aan de onderwijskwaliteit en zal het aantal ophokuren met de verhoging van de urennorm alleen maar toenemen''.
Zinvolle onderwijstijd
De Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) vindt de urennorm arbitrair, omdat deze geen recht doet aan de grote verschillen die er zijn in de lespraktijk van bijvoorbeeld het vmbo en het vwo. Het valt bovendien te betreuren dat de minister opnieuw zonder extra middelen denkt de onderwijskwaliteit te verbeteren.
Speciaal voor startende MR-leden is er de bijeenkomst MR-Start.