Iedere school hoort een MR te hebben. Maar wie controleert eigenlijk of een schoolbestuur zich aan de voorschriften van de WMS houdt? Als het aan de bewindslieden van onderwijs ligt, wordt dit een taak voor de Inspectie van het Onderwijs.
De Tweede Kamer buigt zich binnenkort over een voorstel waarmee de Wet op het Onderwijstoezicht (WOT) op een aantal punten wordt gewijzigd. Voor iedereen die zich met medezeggenschap bezighoudt, is het vooral van belang dat de inspecteur straks ook gaat onderzoeken of de WMS wordt nageleefd.
Sancties mogelijk
Een schoolbestuur dat het niet zo nauw neemt met de formele inspraak van ouders, personeel en (in het voortgezet onderwijs) leerlingen, loopt dan het risico tegen een sanctie op grond van het oordeel van de inspectie aan te lopen. Het is nog niet duidelijk of de inspectie die sanctie zelf uit gaat delen of dat dat aan de minister of staatssecretaris voorbehouden blijft. De aangepaste wet biedt straks in ieder geval wel de mogelijkheid om de inspectie de bevoegdheid tot sanctioneren toe te kennen. Als de Kamer daarvoor kiest, zal bij Algemene maatregel van bestuur (AMvB) worden vastgelegd tot hoever die bevoegdheid reikt. De leden van de Tweede Kamer hebben de minister in 2007 verzocht de inspectie meer “tanden” te geven. Door instrumenten voor handhaving aan de inspecteurs toe te kennen, wordt hieraan tegemoet gekomen.
Inspectie in gesprek met mr
Een belangrijk aspect van de voorgestelde wijzigingen in de wet en in het werk van de Inspectie van het Onderwijs is dat het toezicht meer risicogericht gaat worden. De inspecteur maakt in het vervolg een risicoanalyse. Behalve het jaarverslag, de jaarrekening en andere verantwoordingsdocumenten, maakt hij daarbij ook gebruik van de ervaringen van de belanghebbenden. Dat gebeurt door gesprekken te voeren met ouders, leerlingen, gemeenten en niet te vergeten de medezeggenschapsorganen. Gezien de rol die (G)MR’en hierdoor krijgen, is het logisch dat ook de naleving van de WMS onder de loep wordt genomen. Via de medezeggenschapsorganen legt het bestuur immers formeel verantwoording af over haar handelen. De ervaring leert dat als de medezeggenschap in een organisatie niet op orde is, er vaak wel wat meer schort aan die organisatie.
Proportioneel toezicht
Behalve risicogericht, wordt het toezicht straks ook proportioneel: weinig risico, weinig inspectiebezoek en omgekeerd. Voor schoolbesturen een aansporing om te zorgen dat hun verantwoording, en de manier waarop ze daarover communiceren met de belanghebbenden, de toets der kritiek kan weerstaan.
Steun in de rug
Voor medezeggenschapsorganen is het toezicht op de naleving van de WMS een behoorlijke steun in de rug. Nu kan een raad immers hooguit de stap maken naar de Ondernemingskamer als een bestuur de WMS niet naleeft; straks kan dat al verbeteren door een simpele waarschuwing van de inspecteur.
Downloads
Memorie van Toelichting bij dit wetsvoorstel (74 kB)
Naar boven