Kamer akkoord met wetsvoorstel fusietoets
21-01-2010
De Tweede Kamer debatteerde op 20 januari met minister Plasterk over de vraag of er een fusietoets in het onderwijs moet komen. Het wetsvoorstel waarmee dat wordt geregeld, kreeg steun van een Kamermeerderheid. Volgende week wordt er over het voorstel gestemd.
Om ongebreidelde groei van schoolbesturen te voorkomen kiest de Tweede Kamer voor het invoeren van een fusietoets. Die geldt straks voor alle onderwijssectoren, van basisschool tot universiteit. Vooral in het mbo en het hbo komen enorme organisaties voor, zoals de grote ROC’s die nogal eens worden aangeduid als ‘leerfabrieken’. Doorgaans gaan die gepaard met een flink groeiend managementteam, met dikverdienende directeuren als gevolg.
In het basisonderwijs is de toets niet op iedere voorgenomen fusie van toepassing. Voor deze sector geldt een vrijstelling als er minder dan tien scholen zijn betrokken of als de gefuseerde organisatie minder dan 500 leerlingen telt.
Fusie Effect Rapportage
De fusietoets houdt in dat besturen die het plan hebben te fuseren, verplicht worden een Fusie Effect Rapportage op te stellen. Daarin worden alle gevolgen van de fusie beschreven: de consequenties op het gebied van financiën, personeelszaken, identiteit, betrokkenheid van ouders en leerlingen, organisatie, management, gebouwengebruik en alles wat verder maar relevant kan zijn bij het samengaan van twee of meerdere besturen.
Bij fusietrajecten waarin de Vereniging Openbaar Onderwijs de (G)MR adviseert, zijn het ook juist deze zaken die aan de orde komen. De Vereniging Openbaar Onderwijs wil het nut van een effectrapportage dan ook zeker niet betwisten.
De (G)MR krijgt instemmingsrecht bij de vaststelling van de Fusie Effect Rapportage, die tevens dient als graadmeter voor het draagvlak van een fusie. De rapportage wordt aan het ministerie gestuurd, waarna de minister – na advies van een nog in te stellen adviescommissie – uiteindelijk wel of niet toestemt in de fusie. Plasterk heeft al aangegeven het advies van de adviescommissie slechts bij hoge uitzondering, en beredeneerd, naast zich neer te zullen leggen.
Menselijke maat
De vraag hoe groot een school of een schoolbestuur mag zijn, is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Het is niet bekend met hoeveel leerlingen in een gebouw de leerlingen het meeste opsteken. Evenmin is er bewijs voor de vraag met hoeveel scholen een bestuur nog goed onderwijs kan verzorgen. De meeste mensen zijn het er niettemin over eens dat onderwijs moet aansluiten bij de ‘menselijke maat’. Daarmee wordt bedoeld dat leerlingen, ouders en personeelsleden zich gekend weten in de organisatie. Dat veronderstelt een zekere kleinschaligheid. Die kleinere, persoonlijke schaal hoeft niet per definitie te lijden onder een fusie. Het gaat er om hoe een organisatie is georganiseerd. Het is denkbaar dat binnen een groot bestuur wordt gewerkt in kleine, fysiek herkenbare, eenheden in verschillende gebouwen. Een bestuurlijke fusie staat dat niet noodzakelijkerwijs in de weg.