Klachtenregeling onderwijs in Tweede Kamer
20-10-2009
Onlangs heeft een werkgroep waarin vertegenwoordigers van ouders, leerlingen, personeel en besturen zitting hadden, op verzoek van het ministerie van OC&W het functioneren van de klachtenregelingen in het primair en voortgezet onderwijs geëvalueerd. Dat leidde onder meer tot de conclusie dat de bekendheid van de regeling te wensen over liet.
Om meer bekendheid aan de regeling te geven werd een nieuwe brochure uitgebracht, met als titel “Klachten op school, hoe los je ze op?” Deze is te downloaden via de Uitgaven-shop (categorie Medezeggenschap). Iedere school in het primair en voortgezet onderwijs hoort een klachtenregeling te hebben. Bovendien zijn schoolbesturen verplicht zich aan te sluiten bij een onafhankelijke klachtencommissie. Een en ander is geregeld in de Kwaliteitswet 1998, die ouders, leerlingen en personeelsleden officieel het recht om te klagen toekende.
Eindadvies expertgroep
Behalve de werkgroep heeft het ministerie ook een groep juridische experts aan het werk gezet. Deze Expertgroep onderzocht of het bestaande klachtrecht, waarbij het rijk voorschrijft dat er een klachtenregeling moet zijn, maar de invulling aan de schoolbesturen over laat, nog wel volstaat voor het primair en voortgezet onderwijs. In hun eindadvies deden de leden van de Expertgroep de aanbeveling om ieder schoolbestuur te verplichten een eigen interne klachtencommissie op te richten. Voortaan zou een klager dan éérst de klacht intern moeten voorleggen, waarna hij pas daarna de gang naar een (meestal) landelijke commissie zou kunnen maken.
De Vereniging Openbaar Onderwijs is mordicus tegen een dergelijke bepaling. Ouders, leerlingen en personeel moeten altijd de vrijheid hebben zich direct tot de externe – landelijke – commissie te richten. Problemen kunnen immers van zodanige aard zijn dat het vertrouwen in de school of in het schoolbestuur geheel is verdwenen. Verplichte interne klachtenbehandeling zou in zo’n geval nogal raar zijn. Gelukkig hebben de beide staatssecretarissen van onderwijs deze aanbeveling niet overgenomen.
Medezeggenschap
Een schoolbestuur maakt ieder jaar een jaarverslag. Daarin doet het bestuur onder andere verslag van de manier waarop klachten zijn afgehandeld. Het jaarverslag wordt altijd aan de medezeggenschapsraad (MR) gestuurd. Indien één of meer klachten tegen het bestuur gegrond zijn verklaard door de onafhankelijke commissie, deelt het bestuur de MR mee welke maatregelen zijn genomen om deze klachten in het vervolg te voorkomen. De MR heeft daarmee een instrument in handen om te bevorderen dat het bestuur adequaat reageert op aanbevelingen van de klachtencommissie.
In november heeft overleg plaatsgevonden door de Vaste Kamercommissie voor onderwijs, cultuur en wetenschap. Zie voor een kort verslag van dit overleg het bericht over de evaluatie van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS).