Home / Nieuws / ‘We kunnen van alles doen om de kansen eerlijker te verdelen’ 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

‘We kunnen van alles doen om de kansen eerlijker te verdelen’

15 april 2019
Auteur: Evita Lagerwaard

Tekst: Marieke Buijs 


Beeld: Jos Kuklewski

 

Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen vaak een hoger schooladvies dan klasgenoten die hetzelfde presteren, maar wier ouders minder hoog zijn opgeleid. Socioloog Sara Geven kreeg een grote beurs om te onderzoeken op welke manier het school- advies eerlijker kan. 

 

Socioloog, dat ben je niet alleen tussen negen en vijf. Althans niet als je Sara Geven heet. Als Geven de krant leest, doet ze dat door haar sociologenbril. En dus herkent ze de complexe dynamiek tussen individuele overwegingen en de soms ongewenste uitkomsten daarvan in wijken, steden, samenlevingen. ‘Individuen geven bijvoorbeeld aan dat ze het fijn vinden in een wijk te wonen waar mensen van allerlei kleur, afkomst en opleidingsniveau samenleven. Maar tegelijk vinden ze het fijn als een bepaald deel van hun buurtgenoten op hen lijkt in die facetten.’ Op individueel niveau een schijnbaar onschuldige insteek, maar op macroniveau de drijvende kracht achter de segregatie die zich op dit moment in veel steden voltrekt. ‘Ik vind het een verrijking als socioloog dit soort mechanismen te herkennen achter het dagelijks nieuws.’  

Doordrongen van de beslissende rol die onderwijs in haar en ook in andermans leven speelt, richt Geven die sociologenblik nu op ongewenste uitkomsten in het onderwijssysteem. Het schooladvies in groep acht sluit niet altijd aan bij de prestaties en capaciteiten van een kind. En bij sommige kinderen sluit dat advies slechter aan dan bij anderen. Uit talrijke onderzoeken blijkt dat kinderen uit betere sociale milieus – met hoger opgeleide ouders – gemiddeld een hoger schooladvies krijgen bij dezelfde resultaten op de cito- en andere toetsen. Tot zover is het helder, maar het is gissen naar de oorzaak van dat verschil. Zijn het vooroordelen die ertoe leiden dat docenten lage verwachtingen hebben van kinderen uit lagere milieus? Is die kansenongelijkheid inherent aan het Nederlands beleid, met selectie op jonge leeftijd? Of worden kinderen uit betere milieus thuis meer aangewakkerd in schoolse bezigheden als lezen en schatten docenten hun onderwijskansen daardoor positiever in? Geven sleepte een onderzoeksbeurs van 250 000 euro binnen om zich bij de Universiteit van Amsterdam te storten op de vraag hoe context de kansenongelijkheid beïnvloedt. ‘Als we weten welke adviesprocedure de eerlijkste kansen teweegbrengt, kunnen we beleid daarop afstemmen.’ 


Niet passief wachten op onderzoeksrapporten  
Geven gaat graag akkoord met het interviewverzoek, ze vindt het belangrijk ruchtbaarheid te geven aan kansenongelijkheid in het schooladvies. Eenmaal aan de koffie in een café op haar faculteit is ze voorzichtig in haar uitingen. Ze neemt de tijd na te denken en benoemt af en toe dat ze iets beter anders kan formuleren. ‘Dit thema ligt heel gevoelig, ook omdat het raakt aan discussies rondom diversiteit en onbewuste vooroordelen,’ verklaart ze haar bedachtzame houding. ‘Bovendien is er nog veel onbekend over ongelijkheid bij het schooladvies.’ Daarover later meer. Maar allereerst; die leemtes in kennis betekenen volgens Geven niet dat scholen passief verdere onderzoeksrapporten over het schooladvies moeten afwachten. ‘We kunnen ondertussen al van alles doen om de kansen eerlijker te verdelen, er zijn tal van maatregelen die geen kwaad kunnen.’ Een kleine greep uit dat assortiment; basisscholen kunnen hun adviezen tegen het licht houden aan de hand van feedback van de scholen waar hun oud-leerlingen belanden. Ze kunnen workshops organiseren om docenten bewust te maken van kansenongelijkheid en docenten kunnen leerlingen in wie ze een laatbloeier vermoeden aanraden een brede brugklas op te zoeken. Of zelfs aan de hoge kant inzetten bij het advies. ‘Middelbare scholen zitten daar niet op te wachten, die worden afgerekend op ‘afstroom’. Maar voor kinderen is het moeilijk om vanuit een te laag advies alsnog hun potentie waar te maken. Meestal betekent dat een schoolwissel en in ieder geval twee jaar extra schooltijd, met alle financiële gevolgen van dien. Ik zou er dus voor pleiten kinderen het voordeel van de twijfel te geven.’  

De beste remedie tegen kansenongelijkheid is splitsing op latere leeftijd. ‘Uit internationaal onderzoek weten we dat sociaal-economische status de adviezen minder kleurt als kinderen bijvoorbeeld pas op vijftienjarige leeftijd in een hokje worden gestopt. Misschien is het moeilijk in te schatten wat een kind van elf in zijn mars heeft en zijn leerkrachten dan eerder geneigd te kijken naar het opleidingsniveau van de ouders als indicatie van de capaciteiten van het kind.’ Dan, laconiek; ‘Maar voor latere splitsing bespeur ik helaas weinig animo in Nederland.’ 


Meer inzicht in aanpak schooladvies  
Geven kreeg de onderzoeksbeurs onder meer om in kaart te brengen hoe binnen de Nederlandse context van vroege selectie de kansen eerlijk verdeeld kunnen worden. ‘Er is weinig beleid op het gebied van schooladvies, scholen bepalen zelf hoe ze dat aanpakken.’  
De socioloog gaat uitpluizen hoe scholen dat doen en bij welke aanpak de kansen het eerlijkst zijn verdeeld. ‘Helpt het bijvoorbeeld als scholen expliciet maken welke criteria ze willen meewegen bij het advies en die criteria op vaste momenten toetsen?’ Stel een school vindt ‘het vermogen geconcentreerd te werken’ iets dat mee moet spelen bij het schooladvies, dan kan het helpen daar op gezette momenten naar te kijken. Mensen zijn geneigd vooral die gedragingen te registreren die stroken met hun verwachtingen; ‘Kijk, Clara is wéér afgeleid, dacht ik het niet? Die kan zich gewoon niet concentreren.’ Een vast observatiemoment kan waarneming met een open vizier stimuleren. ‘Zo is althans de theorie,’ aldus Geven. ‘Maar leidt dat inderdaad tot adviezen die beter aansluiten bij de schoolprestaties? Of helpt het meer als de docent van groep 8 zijn of haar advies moet onderbouwen tegenover een onafhankelijke buitenstaander die geanonimiseerde gegevens van de leerling in kwestie te zien krijgt?’   

Een nog fundamentelere vraag is welke criteria eerlijk of legitiem zijn om mee te wegen bij het formuleren van een schooladvies. Is het bijvoorbeeld zinnig om kinderen die van lezen houden een hoger advies te geven, omdat die leesneiging voorspellend kan zijn voor goede schoolprestaties? ‘Daar wil ik eigenlijk geen uitspraken over doen,’ zegt Geven. Ze vindt het aan scholen om daar eigen keuzes in te maken. En aan de politiek om daar eventueel in te sturen. ‘Maar wat ik wel wil zeggen, is dat we ons steeds moeten afvragen wat de consequenties zijn van die keuzes, in wiens voordeel ze uitpakken en wie ze buitensluiten.’  


Geen reden om op te geven  
Is het doel niet eenvoudigweg het advies te geven dat het best aansluit bij de toekomstige prestaties van het kind? Geven twijfelt. ‘Zelfs als het advies perfect op de prestaties aansluit, betekent het niet dat daarmee de kansen eerlijk verdeeld zijn.’ Waar Geven op doelt: er is zo veel verschil in wat kinderen van huis uit meekrijgen en het eerlijkste schoolsysteem zou die verschillen in cultureel kapitaal verkleinen – bijvoorbeeld met extra ondersteuning voor leerlingen die thuis minder hulp krijgen op schoolvlak – in plaats van uitvergroten. Ze is zich ervan bewust dat dat veel gevraagd is, naast al het andere dat van scholen wordt verwacht; kinderen leren lezen, schrijven en rekenen, pesten tegengaan, burgerschap cultiveren en luizen verwijderen. Toch is dat geen reden het streven naar gelijke kansen op te geven, vindt de socioloog. ‘Ik hou me met dit thema bezig omdat school zoiets hoopvols in zich heeft. Wat voor opleiding iemand doorloopt bepaalt zo veel in het verdere leven. De kans op een baan, de hoogte van het inkomen en zelfs de levensverwachting. Maar ook zachtere dingen als de manier waarop je de wereld begrijpt, de krant leest en hoe je om je heen kijkt. Ik wil graag bijdragen aan een eerlijker verdeling van die kansen.’  

 

Sara Geven (31) is gepromoveerd in de sociologie aan de Universiteit Utrecht. In 2016 startte zij als onderwijs- sociologe aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij sinds dit jaar werkt als Universitair Docent. 

Naar boven

Deel |