Home / Nieuws / De keerzijde van een groot ideaal 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

De keerzijde van een groot ideaal

16 april 2019
Auteur: Evita Lagerwaard

Tekst: Harrie Jonkman 

Het boek ‘Oude en nieuwe ongelijkheid. Over het failliet van het verheffingsideaal’ van Kees Vuyk gaat over onze  gespleten samenleving. Het verheffingsideaal kan niet meer bieden wat ze ooit zo hoopvol beloofde. Vuyk laat ons zien wat er is gebeurd en hoe we hierover denken. 

In de vorige eeuw werd nog lang geloofd dat goede opleidingen ervoor zouden zorgen dat de samenleving evenwichtig zou worden opgebouwd, door talenten boven te laten drijven en ervoor te zorgen dat zij het voor het zeggen zouden krijgen. Langzamerhand komt de keerzijde van die meritocratische gedachte bloot te liggen. Er ontstonden scheidslijnen tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden. De ene groep plukt de vruchten van de grote, open samenleving die hen alle kansen biedt. De andere groep raakt steeds verder van die samenleving afgesloten.  
Duizenden jaren van gelijkheidsdenken, honderden jaren van gelijkheidspolitiek en tientallen jaren van verzorgingsstaat konden er niet voor zorgen dat ongelijkheden die samenhangen met afkomst zijn opgelost. De feiten spreken voor zich. Hoogopgeleiden verdienen gemiddeld twee keer zo veel als laagopgeleiden en de topman van Shell verdient vijfhonderd keer zo veel als zijn werknemer op minimumloonniveau. In levensverwachting leven de hoger opgeleiden zo’n 6 à 7 jaar langer en wanneer er wordt gekeken naar in goede gezondheid leven, is dat verschil veel groter. De deelname aan cultuur en politiek tussen hoog- en laagopgeleiden verschilt ook totaal. De kloof tussen beide groepen wordt breder en dieper en daarover maakt Vuyk zich grote zorgen. 

 

Ongemak over intelligentieverschillen  
Het aantal hoogopgeleiden is na de Tweede Wereldoorlog sterk toegenomen. Was dat vijftig jaar geleden (1968) nog maar 14%, nu volgt bijna 40% hoger onderwijs. In onderzoek naar ongelijkheid wordt altijd gezocht naar opleiding en een aantal samenhangende variabelen die te onderzoeken zijn. Wij hebben er, schrijft Vuyk, moeite mee om het in verband te brengen met intelligentie. Toch moeten we deze onderliggende factor onder ogen durven zien en meenemen als we de relatie tussen afkomst en opleiding willen onderzoeken. Vuyk is er zich van bewust dat onderzoek dan een stuk ingewikkelder wordt en dat velen zich er niet erg gemakkelijk bij zullen voelen.  
Toch moeten we intelligentie in de discussie over afkomst en opleiding betrekken omdat dan de verschillen tussen hoger- en lager opgeleiden zijn te begrijpen. Vuyk gaat in op het werk van cognitief psychologen en intelligentieonderzoekers en laat zien dat intelligentie ongelijk is verdeeld over de samenleving. Intelligentie hangt samen met het opnemen en verwerken van nieuwe informatie. Verschillen daarin zorgen ervoor dat mensen problemen cognitief, maar ook ethisch en esthetisch, verschillend benaderen.  
In zijn boek laat hij zien dat niet alleen afkomst en opleiding moeten worden verbonden met die onderliggende factoren, maar we ons ook moeten afvragen hoe we hier in een bepaalde tijd en cultuur mee omgaan. Dat wat vroeger voor een kleine groep haalbaar was, is nu voor een grote groep haalbaar en dat ziet hij terecht als voordeel. Tegelijk heeft die grote groep hoogopgeleiden zich in z’n eigen subcultuur opgesloten en de laagopgeleiden zijn met elkaar een eigen subcultuur gaan vormen. Vroeger kwamen deze twee groepen elkaar nog weleens tegen op verjaardagsfeestjes in de familie, in de buurt, de kerk of binnen de grote volkspartijen. Ondertussen is daar geen sprake meer van. Levens spelen zich in hele verschillende omgevingen af.  

 

Winnaars en verliezers  
Meritocratie is nu het sociale contract dat de samenleving met zijn burgers afsluit. Degene die het verdient, heeft het voor het zeggen gekregen en ontvangt de daarvoor verdiende beloning. Dat contract zorgde voor maatschappelijke welvaart en mobilisatie van talent. De meritocratie zorgde er ook voor dat er een enorme competitie op gang kwam met winnaars en verliezers. Dit leidde tot verwijdering tussen groepen. Eerst tussen ouders en kinderen en later vooral tussen hoog- en laagopgeleiden. De afstand tussen deze groepen werd de afgelopen jaren alleen maar groter (ook omdat er niet meer tussen deze groepen werd getrouwd) en de maatschappelijke kansen werden per groep verdeeld. De aandacht ging vooral uit naar de hoogopgeleiden die met de kansen die ze kregen heel goed voor zichzelf konden zorgen. De laagopgeleiden trekken zich terug in hun eigen kleine wereld en zoeken onderdak bij meer populistische partijen. Ook de segregatie in het onderwijs zelf neemt toe doordat brede brugklassen en scholengemeenschappen verdwijnen.        

 

Rechtvaardigheidsvraagstuk verdient een beter antwoord  
Vuyk laat heel goed zien hoe een maatschappelijk perspectief tot stand kwam, wat het oploste en welke nieuwe problemen er vervolgens weer achter schuil gaan. Hij kijkt op verschillende manieren tegen maatschappelijke ongelijkheid aan en voegt er vervolgens een laag (intelligentie) aan toe waar te weinig over wordt gesproken. Zijn boek werkt de kritiek op de meritocratie verder heel goed uit, ook al heb ik de indruk dat in de literatuur die hij gebruikt rondom intelligentie niet de meest moderne inzichten worden besproken. In dit deel is hij ook niet helemaal overtuigd van zichzelf. In zijn maatschappelijke perspectief op het probleem daarentegen is hij dat wel. Meritocratie bracht maatschappelijke welvaart en individuele mogelijkheden. Het heeft de samenleving ook opgedeeld en voor subculturen gezorgd die elk op hun manier naar de omringende wereld kijken en niet meer naar elkaar. De macht en de kennis ligt tegenwoordig eenzijdig bij de hoogopgeleiden. Zij lopen vaak met de borst vooruit rond en zijn zich er nauwelijks van bewust dat hun succes veelal helemaal geen persoonlijke verdienste is maar iets is dat ze bij de geboorte hebben meegekregen. Niet alle mensen hebben die talenten en mogelijkheden en die missen in hun omgeving mensen waaraan zij zich kunnen optrekken, die hen helpen en zeggen wat zij het beste in hun omstandigheden kunnen doen. Misschien vragen we vandaag de dag wel te veel van sommige mensen en de hoogopgeleiden moeten zich hier meer bewust van worden. Vuyk definieert hedendaagse maatschappelijke ongelijkheid als een rechtvaardigheidsvraagstuk dat ondertussen een beter antwoord verdient op de vraag hoe we jongeren moeten opvoeden en hoe wij met elkaar samen willen leven. 

 

 

Vuyk, K. (2017). Oude en nieuwe ongelijkheid. Over het failliet van het verheffingsideaal. Utrecht: Klement. 288 pagina’s. €27,99. 

 

Naar boven

Deel |