Home / Nieuws / Interpretatiegeschil over instemming faciliteitenregeling 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Interpretatiegeschil over instemming faciliteitenregeling

31 oktober 2017
Auteur: Rein van Dijk
News

De personeelsgeleding van een centrale medezeggenschapsraad heeft niet ingestemd met de faciliteitenregeling, omdat er discussie is over de toerekening van uren deskundigheidsbevordering voor leden van de personeelsgeleding van de centrale MR. De geschillencommissie oordeelt dat de uren alsnog moeten worden toegekend.

Onder een bevoegd gezag vallen zes scholen voor voortgezet onderwijs, die samen onder één brinnummer opereren. Op iedere school (formeel iedere vestiging) is een vestigingsmedezeggenschapsraad actief. Ook is er een centrale medezeggenschapsraad (CMR). Daar worden zaken besproken die het belang van de vestigingen overstijgen.

De PCMR heeft zijn instemming aan een voorstel tot een faciliteitenregeling onthouden. Een verzoek van het BG tot nader overleg leidt alsnog tot het verlenen van instemming met het voorstel. Het geschil spitst zich toe op een viertal onderwerpen uit bijlage 7 van de cao vo.

Standpunt PCMR

De PCMR stelt dat de constructie centrale medezeggenschapsraad met vestigingsmedezeggenschapsraden gelijk moet worden gesteld aan de terminologie van bijlage 7 van de cao vo, die spreekt van (de personeelsgeleding) een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad met medezeggenschapsraden (PGMR resp. PMR).

Inhoudelijk stelt de PCMR dat de uren deskundigheidsbevordering voor leden van de PGMR niet gehaald mogen worden uit de uren deskundigheidsbevordering ten behoeve van het onderwijs. Verder stelt de PGMR dat de uren voor het voeren van overleg met het bevoegd gezag gecumuleerd dienen te worden met de uren voor onderling overleg en scholing.

Ook is de PGMR van mening dat niet alleen de voorzitter en vice-voorzitter van de CMR moeten worden gefaciliteerd, maar ook deze functionarissen binnen de vestigingsmedezeggenschapsraden. Ten slotte is de PCMR van mening, dat deelname aan zowel de CMR als ook een van de vestigingsmedezeggenschapsraden leidt tot het toekennen van cumulatie van uren, namelijk 160 in plaats van 100 uur.

Standpunt bevoegd gezag

Het bevoegd gezag stelt dat bijlage 7 van de cao vo een terugvaloptie is wat betreft de faciliteiten. In de bijlage is uitsluitend sprake van medezeggenschapsraden en een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, en derhalve niet van deelraden. De bijlage in de cao geldt daarom alleen voor de centrale medezeggenschapsraad, die in termen van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) ook als enige is aan te merken als een medezeggenschapsraad. Het bevoegd gezag realiseert zich dat ook medezeggenschapsactiviteiten op decentraal niveau tijd vragen. Er zijn daarvoor dan ook uren opgenomen. Maar door het niet instemmen door de PCMR met de voorgestelde faciliteitenregeling moet worden teruggevallen op de bijlage, waarin geen faciliteiten voor deelraden (hier vestigingsmedezeggenschapsraden) zijn opgenomen.

Het bevoegd gezag ziet niet in waarom niet een deel van de uren deskundigheidsbevordering ten behoeve van medezeggenschap zouden kunnen worden geput uit de uren deskundigheidsbevordering zoals genoemd in art. 17.1 uit de cao vo. Daar wordt aangegeven dat deelname aan netwerken als ook deskundigheidsbevordering en professionalisering onder dat deel van de cao valt.

Door een forse toekenning van uren aan de secretariële ondersteuning van de medezeggenschapsorganen wordt voldaan aan het geschilpunt omtrent de cumulatieve urentoekenning, zo stelt het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag werkt met de faciliteitenregeling 2009-2010, die ruimhartig uren toekent ten behoeve van de medezeggenschap. Het bevoegd gezag streeft ernaar een reëel aantal uren te begroten voor medezeggenschapsactiviteiten en realiseert zich dat daarbij een verschuiving van centraal naar decentraal niveau plaatsvindt. Dit laatste mag echter niet tot gevolg hebben dat de totale urenlast met betrekking tot medezeggenschap stijgt.

Uitspraak Geschillencommissie

De commissie beoordeelt niet of de PCMR in redelijkheid zijn instemming met de voorgestelde faciliteitenregeling heeft kunnen onthouden, maar beperkt zich tot het uitspreken van een bindende interpretatie van de bepalingen in bijlage 7 ca vo.
De ccommissie geeft aan dat de bepalingen in bijlage 7 cao vo weergeven dat het bevoegd gezag medezeggenschapsactiviteiten op centraal als decentraal niveau dient te faciliteren. De uitleg dat de centrale medezeggenschapsraad en de vestigingsmedezeggenschapsraden moeten worden gelijkgesteld aan de in bijlage 7 genoemde gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en medezeggenschapsraden doet recht aan dit punt, ongeacht de formele benaming die binnen de organisatie aan de verschillende medezeggenschapsorganen wordt toegekend.

Deze interpretatie heeft gevolgen voor de toekenning van uren aan voorzitters, vice-voorzitters en secretarissen van alle bij het bevoegd gezag actieve medezeggenschapsorganen. In bijlage 7 lid 6 wordt gesproken over de toekenning van uren aan organen, dus in de meervoudsvorm. Dat leidt volgens de commissie tot de toekenning van uren aan de functionarissen in de centrale medezeggenschapsraad als ook aan die binnen de vestigingsmedezeggenschapsraden. Ook een gevolg van deze interpretatie is de cumulatie van uren van leden van zowel de centrale medezeggenschapsraad als een van de vestigingsmedezeggenschapsraden. Dus, zolang het bevoegd gezag geen nieuwe faciliteitenregeling heeft getroffen, geldt bijlage 7 uit de cao vo, waarbij voor een lid van een vestigingsmedezeggenschapsraad 100 uren beschikbaar worden gesteld en 160 uur indien dat lid tevens lid is van de centrale medezeggenschapsraad.

Uit het plaatsen van de toe te kennen uren in het kader van professionalisering in de cao vo in een apart hoofdstuk van de cao, blijkt volgens de commissie dat het daarbij niet ook om de uren kan gaan in verband met deskundigheidsbevordering medezeggenschap. Derhalve dient het bevoegd gezag de uren gecumuleerd toe te kennen.

Almere, 30-10-2017, Rein van Dijk

Interpretatiegeschil over bijlage 7 cao vo, de terugvaloptie bij het ontbreken van instemming met een voorgestelde faciliteitenregeling (Zaaknummer 107690 - uitspraak 27 juli 2017)

 

 

Naar boven

Deel |