Home / Nieuws / Minister Slob negeert risico op segregatie 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Minister Slob negeert risico op segregatie

6 juni 2019
Auteur: dr. Leone de Voogd

 

 


In zijn reactie op schriftelijke vragen u
it de Tweede Kamer, stelt minister Slob zich geen zorgen te maken dat bij invoering van het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen de segregatie in het onderwijs toe zal nemen. Hij geeft prioriteit aan het verruimen van de vrijheid van onderwijs.  

Het wetsvoorstel beoogt het stichten van een nieuwe school op basis van de belangstelling van ouders en leerlingen te vergemakkelijken. Daarbij hoeft de school niet tot een bestaande richting te behoren, maar wordt wel getoetst op wettelijke deugdelijkheidseisen. 


Door verschillende organisaties en experts is gewaarschuwd voor toenemende segregatie als gevolg van het stichten van nieuwe scholen voor en door specifieke groepen. Deze vrees werd breed gedeeld tijdens de in december gehouden hoorzitting over dit wetsvoorstel, waar ook de VOO waarschuwde voor 
pluriformiteit tússen in plaats van bínnen scholen en het ontstaan van zogenaamde ‘hokjesscholen'. De fracties van de PvdA, Groenlinks, SP en D66 vragen de minister in verschillende bewoordingen hoe de regering deze risico's beoordeelt en van plan is te beperken.  

In zijn reacties wuift Slob deze risico's weg, maar geeft hij geen verklaring waarom deze angst ongegrond zou zijn. Hij geeft slechts aan dat het wetsvoorstel niet bedoeld is om segregatie tegen te gaan, maar om de vrijheid van onderwijs te vergroten. Met dit wetsvoorstel wordt geen oplossing voor segregatie in het onderwijs beoogd. Het dient een ander doel, namelijk het beter laten functioneren van de vrijheid van onderwijs. De regering onderkent het probleem van segregatie in het onderwijs. Het is onwenselijk, omdat het sociale scheidslijnen in de samenleving niet alleen weerspiegelt, maar ook versterkt. De regering is echter niet van mening dat de oplossing hiervoor gezocht moet worden in het beperken van belangrijke verworvenheden van ons onderwijsstelsel.’  

Deze redenering doet op zijn minst de wenkbrauwen fronsen. Het feit dat dit voorstel niet bedoeld is als oplossing voor segregatie, is nog geen reden om het in te voeren als het probleem daarmee waarschijnlijk vergroot wordt. Stel je voor: een voorstel voor meer ruimte voor tabaksreclame, waarmee ‘geen oplossing voor longkanker wordt beoogd’, zal de handen waarschijnlijk niet op elkaar krijgen.  


Door prof. 
dr. S Waslander werd eerder gewaarschuwd dat met dit voorstel publieke waarden mogelijk in sterkere mate door particuliere belangen verdrongen zullen worden. Slob wuift ook deze waarschuwing weg, door te stellen dat de deugdelijkheidseisen en het toezicht hierop voldoende waarborgen bieden voor de kwaliteit van onderwijs en het maatschappelijk belang. Hierbij wordt onder andere gewezen op de kerndoelen, eindtermen en burgerschap. De nieuwe burgerschapsopdracht en kerndoelen op dit terrein zijn echter nog niet wettelijk vastgelegd. 


Het door de VOO gesteunde voorstel van VOS/ABB om bij nieuw op te leveren woonwijken bij aanvang als eerste een openbare school te stichten, wordt afgewezen met het argument dat ‘de vrijheid van onderwijs ook in nieuwbouwwijken geldt’, hoewel onduidelijk wordt op welke wijze dit de vrijheid van onderwijs zou inperken. Op het verzoek van Kamerleden dit voorstel verder te onderzoeken stelt Slob: ‘De regering vindt het voorstel niet wenselijk en ziet daarom geen reden om met organisaties, wetenschappers en andere betrokkenen om de tafel te zitten om dit voorstel nader uit te werken.’
 

Ook voorgestelde wijzigingen in de regels omtrent het toelatingsbeleid van scholen (met name een algemene acceptatieplicht) ziet Slob niet zitten, omdat dit de vrijheid van onderwijs aan zou tasten. Scholen blijven vrij een eigen toelatingsbeleid te voeren en dus kinderen te weigeren.  


Mogelijk komt de regering over vijf jaar tot andere inzichten. Dan zal evaluatie plaatsvinden, waarbij ook onderzocht wordt of er meer scholen gesticht worden met een homogene leerlingenpopulatie. ‘Afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie wordt bekeken of er aanvullende maatregelen nodig zijn, en zo ja, welke.’
 


De VOO is van mening dat de mogelijke negatieve consequenties van deze wet dermate groot
 zijn, en de wil van de minister om de zorgen hierover serieus te nemen dermate klein, dat het onverstandig zou zijn deze wet aan te nemen, en roept de Kamerfracties dan ook op tegen de wet te stemmen. 

Naar boven

Deel |