Home / Nieuws / Pesten vaak gemist door docent 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Pesten vaak gemist door docent

15 mei 2018
Auteur: Marieke Buijs
News

Wordt er gepest in de klas? Waar leraren vaak ‘nee’ antwoorden op die vraag, zien leerlingen dat heel anders. Docenten zijn niet goed in het herkennen van pesten, vertelt socioloog Beau Oldenburg in het meinummer van magazine Onze School. Zorgelijk, want zonder herkenning valt er ook niet in te grijpen.

Tekst Marieke Buijs | Beeld Thijs Gaasendam

‘Vooral die ene leerling. Als een ander kind alleen al iets zegt of haar gewoon een beetje duwt, dan reageert ze meteen. Ze overdrijft…, omdat zij het zo ervaart.’ Zo tekent socioloog Beau Oldenburg de bespiegelingen van ‘leraar 5’ over pesten op in haar proefschrift. Het oordeel van die leraar; ‘Ze [de leerlingen] hebben nog geen gevoel voor wat pesten precies is.’
Docenten zijn niet goed toegerust op het herkennen van pesten, blijkt uit het onderzoek van Oldenburg. Problematisch, want herkenning is een voorwaarde om iets aan de pestdynamiek te kunnen doen. Vorig jaar promoveerde Oldenburg op haar pestonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Momenteel diept ze haar inzichten verder uit en zoekt ze naar manieren om leraren te helpen het pesten tegen te gaan.


Pesten is lang onderschat

Pesten werd lang gezien als onvermijdelijk en tamelijk onschuldig. Het hoort er nu eenmaal bij en de gepeste leerlingen worden er vast sterker van, was de gedachte. Pas in de jaren negentig verschenen de eerste onderzoeken die lieten zien dat pesten voor alle betrokkenen vervelend kan uitpakken. Allereerst natuurlijk voor de gepeste leerlingen, die zich eenzaam voelen en vaker angst- en depressieve klachten ontwikkelen. Daarnaast voor klasgenoten die getuige zijn van de pesterijen en zich daardoor ook onveilig voelen in de klas; wie weet zijn ze straks zelf aan de beurt. Maar het pesten heeft ook negatieve uitwerking op de pesters zelf. ‘Pesten levert hen populariteit op’, aldus Oldenburg. ‘Op die manier leren ze dat ‘fout’ gedrag loont. Pesten blijkt vaak in ander fout gedrag te resulteren. Pesters zijn bijvoorbeeld oververtegenwoordigd in criminaliteitscijfers.’

‘Bij het signaleren
van pestgedrag,
gaat het vaak mis’

 

Bij de onderzoeken die vervolgens op poten werden gezet om de pestdynamiek beter te begrijpen, bleef de rol van de leraar doorgaans onderbelicht, zag Oldenburg en dus stortte zij zich daar vier jaar lang op. Tijdens uitgebreide interviews met 22 leraren kreeg ze meer inzicht in het vermogen van docenten pesten te herkennen. Ze was verbaasd over de resultaten. ‘Ik sprak deze docenten nadat zij meerdere malen waren getraind op het herkennen van pesten in het kader van een antipestprogramma. Maar toch ging het mis in bijna alle stappen van het herkenningsproces.’


Wat telt, is de pestervaring van het kind

Gevraagd naar wat pesten precies is, wisten de meeste leraren wel te benoemen dat het een structureel gedragspatroon is, waarbij het ene kind steevast de ander moet hebben. Maar dat er ook machtsverschil in het spel is – of dat nu gaat om een verschil in het aantal vrienden dat de pester en het slachtoffer hebben, of om fysieke kracht – benoemden ze maar zelden. En ook de bewuste intentie om te kwetsen zagen de leraren over het hoofd. Ook bij het signaleren ging het mis. De docenten gaven aan dat zij checken of er gepest wordt in hun klas door goed te observeren of door er met leerlingen over te praten. Oldenburg: ‘Maar dat is geen effectieve strategie als je bedenkt dat kinderen juist buiten het zicht van de leraar pesten. Bovendien blijkt minder dan vier procent van de slachtoffers z’n docent daarover in vertrouwen neemt.’
Maar het meest opvallend vond Oldenburg de discrepantie tussen hoe leraren en hun leerlingen het pesten ervaren. Vooral in klassen waar veel kinderen aangaven gepest te worden, meenden leraren dat er juist weinig gepest werd. ‘Ondanks die pesttrainingen lukt het dus toch niet het pestgedrag te herkennen’, aldus Oldenburg. ‘Nu is pesten natuurlijk niet iets wat je objectief kunt diagnosticeren met een soort pestthermometer, maar dat doet er eigenlijk niet toe. De negatieve gevolgen van pesten zijn ook vastgesteld op basis van subjectieve pestervaring van de slachtoffers. Dat is dus wat telt.’


En wat kun je als leraar wél doen?

Toch stemmen de resultaten Oldenburg niet tot wanhoop. De training die de docenten hebben gevolgd is onderdeel van het antipestprogramma KiVa. ‘In zijn geheel is dat programma bewezen effectief, maar blijkbaar biedt het leraargedeelte nog ruimte voor verbetering. Misschien beklijft het niet goed als leraren alleen uitleg krijgen over pesten.’ Oldenburg bezint zich in haar huidige onderzoeksbaan op andere manieren van antipestvoorlichting voor docenten. Ze denkt daarbij bijvoorbeeld aan Virtual Reality, zodat docenten niet alleen uitgelegd krijgen dat het pesten zich vaak aan hun zicht onttrekt, maar dat vanaf een virtueel bankje achter in de klas zelf kunnen ervaren.
Er wordt heel veel van docenten verwacht; niet alleen in het overbrengen van kennis, maar ook sociale vaardigheden en door passend onderwijs ook de zorg voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Die hoge belasting staat op gespannen voet met de eis ook nog beter tegen pesten op te treden. Oldenburg: ‘Als we daarin inspanningen van docenten verwachten, moeten we allereerst zorgen dat ze de juiste handvatten krijgen aangereikt in het herkennen en bestrijden van pesten. En daarnaast moeten we onder ogen zien dat pesten terugdringen niet eenvoudig is en veel tijd en aandacht vraagt van docenten. Die moet er dan ook wel zijn op scholen.’

Oldenburg heeft geen onderzoek gedaan naar ingrijpen bij pesten, dus ze is terughoudend op dat vlak. Maar ze hoort positieve verhalen over een aanpak waarbij de docent een steungroep opricht rondom het gepeste kind. In die groep zitten een of meerdere pesters en daarnaast ook de meest sociale kinderen uit de klas. Zonder een schuldige aan te wijzen, vertelt de docent aan de steungroep dat hij of zij zich zorgen maakt over het gepeste kind – zeg Pietje – dat zich niet prettig voelt in de klas. Hoe lossen we dat op, is de vraag aan de steungroep. Vaak resulteert dat in het aanbod door een van de sociale kinderen om Pietje eens te spelen uit te nodigen en ontstaat er in reactie daarop een dynamiek waarin ook de pesters toezeggen Pietje met rust te laten.


Bijna elke klas kent leerlingen die zich slachtoffer voelen

Wat de meest effectieve aanpak voor docenten is, is nog onderwerp van vervolgonderzoek, maar dat leraren invloed kunnen hebben op pestgedrag, blijkt al wel uit een ander deelonderzoek van Oldenburg. Daarbij analyseerde ze gegevens van 3.385 leerlingen uit 139 klassen. In bijna al die klassen zaten leerlingen die het gevoel hadden gepest te worden. Gemiddeld zo’n zeven per klas. Maar in sommige klassen waren dat er flink meer. Voor die klassen stond vaker een docent die zelf vroeger had gepest. Ook bij leraren die het pesten toeschreven aan oorzaken waar ze zelf geen invloed op hadden – aan ouders die de slachtoffers niet weerbaar genoeg hadden opgevoed bijvoorbeeld – gaven relatief veel leerlingen aan gepest te worden. En ten slotte werd er ook juist veel gepest bij leraren die aangaven pestproblemen heel makkelijk op te kunnen lossen. Oldenburg heeft twee verklaringen voor die tegenstrijdigheid: ofwel docenten hebben écht niet door dat er gepest wordt in hun klas, of het bagatelliseren is een manier om zich niet te veel zorgen te maken over het feit dat er veel gepest wordt. ‘Het feit dat we relaties vonden tussen de houding van docenten en het pestgedrag in hun klassen, suggereert in ieder geval dat de docent ertoe doet in pestdynamiek. Daar is dus winst te behalen.’ 



Beau Oldenburg (1987) is onderzoeker bij de vakgroep sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en expert op het gebied van pesten op school. Beau promoveerde op onderzoek naar welke rol leraren en klasgenoten spelen bij het tegengaan van pesten.

Idealisten. U ook?

Bent u een idealist die wil kennismaken met de Vereniging Openbaar Onderwijs? Vraag dan het proeflidmaatschap aan voor een jaar, voor maar 15 euro. U abonneert zich dan op het magazine Onze School. Als welkomstgeschenk sturen wij u een mooi notitieboekje toe.

Neem een abonnement

 


Naar boven

Deel |