Home / Nieuws / Zij-instromers: lapmiddel of verrijking? 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Zij-instromers: lapmiddel of verrijking?

29 november 2018
Auteur: Biza Shalmashi
News

 Tekst Joep Auwerda  |  Beeld Enkeling

  

Het tekort aan docenten en leerkrachten in primair en voortgezet onderwijs leidt anno 2018 tot curieuze fenomenen. Een vierdaagse schoolweek. Naar huis gestuurde leerlingen. Kinderen die een briefje meekrijgen in hun rugzakje. Zijn hun ouders – als nergens nog een vervanger te vinden is – wellicht bereid op te passen bij een groep zonder leerkracht?


Zij-instromers

 

Zijn zij-instromers een deel van de oplossing? Menno Heijna (55), een zij-instromer (scheikundeleraar op een vwo), Jordy Klaas (18), LAKS-voorzitter, en Anouk Husson (41), op basisscholen projectleider zij-instroom Zuid-Limburg, geven hun visie.

Zij-instromers kunnen in het docentenkorps voor meer diversiteit zorgen. Niet onbelangrijk in het openbaar onderwijs, dat een afspiegeling van de maatschappij beoogt te zijn. Ze zijn meestal tussen de 30 en 55, hebben een HBO- of WO-diploma, en mogen zonder lesbevoegdheid voor de klas staan, omdat ze zich verplicht hebben in maximaal twee jaar de vereiste papieren te halen. Last but not least: ze nemen een schat aan ervaring mee, opgedaan in allerlei sectoren.

 


Twee jaar doorpoten

Neem Menno Heijna (55). In het schooljaar 2016 – 2017 begon hij als zij-instromer scheikunde te doceren op het Wolfertlyceum, een Daltonschool in Bergschenhoek. Zijn ervaring met voortgezet onderwijs: een stuk of wat gastlessen maatschappijleer. Toch lonkte, na een carrière in de wetenschap en het IT-projectmanagement van Sanquin Bloedvoorziening, de school. Uiteraard was er voor hem, net als voor iedere zij-instromer, het assessment, waarmee de geschiktheid voor het intensieve traject getest is (ook het primair onderwijs test zij-instromers vooraf).

Het assessment volgde na zijn succesvolle sollicitatie. Heijna: ‘Die kennis van scheikunde: dat geloofden ze wel tijdens het sollicitatiegesprek. Uiteraard wilden ze weten waarom ik de overstap maakte. Waarop ik uitlegde dat mijn afdeling werd opgeheven en dat ik op zoek was naar iets geheel nieuws. Ik kon ze overtuigen dat het mij gaat om interactie met leerlingen. Pubers vind ik geweldig. Ik werd aangenomen, en stond al vanaf dag één voor de klas.’

Dat eerste jaar ging als in een roes voorbij. Drie dagen per week stond hij voor zes derde klassen (havo en vwo) en één vierde klas. Maandag volgde hij colleges pedagogiek, didactiek en vakdidactiek, waarmee hij zich dezelfde lesstof eigen maakte als de voltijds masterstudenten (zij-instromers mogen daar twee jaar over doen). En vrijdag stonden colleges analytische chemie, quantum chemie en thermo dynamica op het menu, om de hiaten in zijn curriculum als afgestudeerd bioloog (met specialisatie chemie) weg te werken. Dan was er nog het nodige huiswerk, zowel voor zijn eigen opleiding, als voor lesvoorbereiding, en het correctiewerk. Heijna: ‘Dat was echt stevig doorpoten. Gelukkig kan ik, als het nodig is, perfectionisme loslaten, dat helpt.’ Nu hij twee jaar verder is, en zijn opleiding afgerond is, vindt Heijna zijn werk nog iedere dag leuker worden. ‘Dan leg je een zuur-base-reactie uit, voor de vierde of vijfde keer, en ineens is daar het moment dat je het kwartje ziet vallen. Zéér bevredigend. Dit werk blijf ik tot mijn pensioen doen.’


Onverwacht veel animo

In het voortgezet onderwijs speelt het lerarentekort vooral bij Heijna’s vak scheikunde, andere exacte vakken en sommige talen. In het primair onderwijs vormen de tekorten een algeheel probleem. Voor het schooljaar 2018-2019 schatte DUO Onderwijsonderzoek & Advies het totaaltekort op 1.262 leerkrachten. Om daar iets aan te doen vragen schoolbesturen part-timers langer te werken (71% van de door DUO ondervraagde 315 PO-bestuurders), nemen ze onderwijsassistenten aan (59%), en zetten LIO-stagiairs eerder zelfstandig in (45%). Schoolbesturen kiezen lang niet  altijd voor zij-instromers, blijkt uit hetzelfde DUO- onderzoek. Van de schoolbestuurders overweegt 33% niét om zij-instromers te gaan werven, 37% overweegt dat wél, 18% werft al zij-instromers en 12% werkt er al mee. In oktober van dit jaar zijn in het primair onderwijs 160 zij-instromers met subsidie aan de slag gegaan, en daarmee was de gereserveerde subsidie, 3,2 miljoen euro, geheel opgebruikt. Voor Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, reden om nog eens 4 miljoen euro in de pot te stoppen.


Anouk Husson is projectleider zij-instroom Zuid Limburg en is de kartrekker voor zes grote basisschoolbesturen. Wat is de meerwaarde van zij-instromers? Husson: ‘Ze hebben meestal een stabiele thuissituatie, en al laten zien dat ze een flinke workload aan kunnen. En dat ze bereid zijn inkomen in te leveren, duidt op hart voor onderwijs. Ze kunnen met een frisse blik naar een schoolorganisatie kijken. Een zij-instromer van ons, afkomstig uit het bedrijfsleven, kwam in een combigroep met haar roosters in de knoop, waardoor werk en studie moeilijker te combineren waren. Snel heeft ze, samen met de leerkracht, haar rooster werkbaarder kunnen maken. Een andere zij-instromer, ex-designer bij een groot bedrijf, verzon een creatieve werkvorm om kinderen uit te leggen hoe je oppervlakten berekent, en nam ze mee naar buiten om voetbalveld en speelplaats op te meten. Een leerkracht die al langer lesgeeft, zal misschien sneller denken: oppervlaktenberekeningen leg ik uit met een filmpje uit de methode. Lesontwerp is tijdrovend.’

‘Voor kleinere schoolbesturen is een zij-instromer sneller te kostbaar, bovendien gaat er veel tijd in de begeleiding zitten.’ Husson vertelt dat de animo in haar regio om als zij-instromer op een basisschool aan de slag te gaan, onverwacht groot is. ‘Toen we gingen werven, verwachtte ik tien kandidaten te vinden. Ik had nooit gedacht dat er zich driehonderd zouden melden. Met dertig daarvan zijn we in zee gegaan. De rest, 270, staan op de wachtlijst. Als er meteen al meer subsidie was geweest, hadden we gemakkelijk 90 zij-instromers kunnen inzetten. Maar goed: zij-instromers zijn uiteraard maar een deel van de oplossing.’
 

En ineens is daar het moment
dat je het kwartje ziet vallen.
Zéér bevredigend



Ook Menno Heijna heeft bij het lesgeven profijt van zijn rijke arbeidsverleden. Als in zijn begintijd de klas amper rustig te krijgen was, dan liet hij zijn voorbereide les links liggen, en vertelde boeiend over experimenten met ratten. ‘Ik deed ooit wetenschappelijk onderzoek naar wat er op moleculair niveau gebeurt in de hersenen van ratten, die verslaafd zijn gemaakt aan heroïne en morfine. Leerlingen vonden het razend interessant als ik daarover een uur uitweidde. En ik merkte: hé, deze leerlingen kunnen tóch rustig zijn.’ 



Zorgen om kwaliteit

Dat is één kant: zij-instromers die met ervaring uit wetenschap en bedrijfsleven frisse didactische vormen introduceren en de soms minder efficiënte onderwijsorganisatie helpen stroomlijnen. Niet zelden groeien zij-instromers door in leidinggevende functies. Jordy Klaas, voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) vindt het mooi dat mensen met een bedrijfsachtergrond ‘vanuit passie voor het onderwijs kiezen, terwijl hun oude salaris vaak veel hoger was’. Hij ziet ook valkuilen: ‘Het zijn onbevoegde docenten, zonder ervaring, en daarom bestaat onder leerlingen de angst dat dat gevolgen heeft voor de kwaliteit van het onderwijs. Ik bedoel: tijdens een verkorte opleiding leer je toch altijd minder over didactiek dan in een gewone opleiding. En wat heb je eraan als iemand misschien wel heel veel weet van een vak, maar hij of zij die kennis niet kan overbrengen?’

Jordy Klaas: ‘Prima om in te zetten op zij-instromers. Als de nood hoog is, en het is een van de weinige opties, dan is het goed dat daar méér geld naartoe gaat. Als het grote plaatje maar niet uit het oog verloren wordt. Leerkrachten keren het primair onderwijs én het voortgezet onderwijs echt de rug toe vanwege de hoge werkdruk, lage salariëring, en de grote klassen. Dus op de lange termijn dáár iets doen, vergt echt een structurele aanpak door Den Haag.’

 

Naar boven

Deel |