Is het dalende vertrouwen van ouders terecht?
Het vertrouwen van ouders in het Nederlandse onderwijs is de afgelopen drie jaar dramatisch gedaald van 58 naar 34 procent. Dat zegt althans maandblad voor ouders J/M, dat deze week de resultaten van het jaarlijkse onderzoek presenteerde. Het is maar de vraag of dat zo is.
Volgens het onderzoek moet de lat volgens ouders flink omhoog (strengere leerkrachten, hardere exameneisen, betere feitenkennis, minder zelfontplooiing), maar mag tegelijkertijd de prestatiedruk niet verder toenemen. Nu al vindt meer dan de helft die te hoog. En dat is meteen het merkwaardige aan deze resultaten. Want bijna driekwart van de ondervraagde ouders vindt wél dat er meer mag worden gevraagd van kinderen, maar tweederde vindt níet dat de prestatiedruk mag toenemen. En meer dan de helft van de ouders noemt het Nederlandse onderwijs 'slecht', terwijl ze de school van hun eigen kind meestal wel goed vinden. Gemiddeld eindcijfer voor de school: een 7.
De échte vraag is dan ook niet: Hebben ouders minder vertrouwen in het onderwijs, maar: waar is dat tanende vertrouwen op gebaseerd en is het terecht? De resultaten die de Inspectie van het Onderwijs in 2012 presenteerde, gaven geen aanleiding tot veel pessimisme. In het Onderwijsverslag constateerde de inspectie dat de afname van het aantal zwakke en zeer zwakke scholen doorzet en dat het opleidingsniveau van de jeugd nog steeds toeneemt: het aandeel havo- en vwo-leerlingen steeg van 42 procent in 2006 tot 44 procent in 2010.
Natuurlijk is er ook kritiek. Lang niet alle docenten zijn goede docenten. Er moeten dan ook zeker hogere eisen worden gesteld aan het niveau van lerarenopleidingen en er moeten meer VWO'ers naar de pabo. Maar een dramatisch gedaald vertrouwen? In ieder geval niet (geheel) terecht.
Reacties (1)
Reactie plaatsen-
"Waar is dat tanende vertrouwen op gebaseerd en is het terecht?" In mijn ogen is deze vraag lastig te beantwoorden. Zet 10 ouders op een rijtje, en ze zullen alle 10 een ánder antwoord geven, ook al hebben ze kinderen op dezelfde school en in dezelfde klas. Omdat deze antwoorden vooral gebaseerd zijn op de ervaringen van de ouders met die school. Ervaringen die bepalend zijn voor hun oordeel over en daarmee het vertrouwen in de school. Worden ouders gezien en behandeld als volwaardige gesprekspartners? Dan zal het oordeel over de school overwegend positief zijn en verdient de school die dikke 7. Worden ouders echter weggezet als lastig, zeurderig en boos, dan zal het oordeel óngetwijfeld anders zijn: min 10. En met 4 kinderen, waarvan 3 de (officiële) diagnose ASS hebben, kan ik met recht zeggen dat ik veel, heel veel heb meegemaakt op diverse scholen, met hele wisselende ervaringen. Van plus 10 tot min 10! Begrijp me goed: ik ben zeker overtuigd van de goede wil en inzet van de scholen om het beste uit (mijn) kinderen te willen halen. Maar ik ben er inmiddels ook achtergekomen dat die overtuiging, die wens, spijtig genoeg niet altijd in vervulling gaat. Over het algemeen heb ik altijd mijn (kleine) ergernissen rondom het schoolgebeuren kunnen uitpraten of aan de kant kunnen schuiven, omdat de positieve gebeurtenissen veruit in de meerderheid waren. Maar als ergernissen uitgroeien tot onoverkomelijke drempels en ondoordringbare muren, dan wordt het een stuk moeilijker om positief te blijven. Zeker als je daarbij als ouder in een 'lastig hoekje' wordt gezet. En als zo'n negatieve situatie zich voordoet, dan klim je als ouder toch op de barricades voor je kind. Een school kan volgens de Onderwijsinspectie nóg zo prima functioneren, het oordeel (en dus het vertrouwen) van de ouders over de school zal afhangen van de opgedane ervaringen. En ik ben bang dat de eisen van de Onderwijsinspectie helaas niet in het verlengde liggen van de eisen (wensen) van de ouders! Ik denk dat daarmee de uitkomst van het onderzoek van het maandblad J/M grotendeels te verklaren is. Als dat onderzoek aangeeft dat het vertrouwen van ouders de afgelopen drie jaar dramatisch is gedaald, dan kan dat volgens mij alleen maar betekenen dat veel ouders veel negatieve ervaringen hebben (gehad) met de school van hun kind. Waarom roept de onderwijsminister op tot meer ouderbetrokkenheid? Dit is in mijn ogen een teken aan de wand. Maar waar schort het dan aan? Aan de inzet van de ouders? Is het echt zo dat ouders het massaal laten afweten? Omdat zij geen interesse zouden hebben in de schoolcarrière van hun kind? Of schort het misschien óók aan de inzet van de scholen en de bereidheid om naar de ouders te luisteren? Ik vind dat ouders te veel buiten spel staan. Scholen presenteren zich in mijn ervaring te veel en te vaak als 'onbetwiste kenner van het kind'. Terwijl juist de ouders over waardevolle informatie beschikken. Zíj zijn immers bij uitstek de kenners van hun kind. Ouders en scholen lijken echter vaker lijnrecht tegenover elkaar te staan, ten koste van het kind. En om die reden denk ik dat de uitkomst van dat J/M-onderzoek zeker wél terecht te noemen is. Ik zou daarom bijvoorbeeld bij de Onderwijsinspectie willen pleiten voor een open en toegankelijk meldpunt voor ouders. Waar ouders hun mening (lees: inbreng) over een school kunnen geven, zonder dat dit direct als kritiek of klacht wordt gezien. Waar ouders ook de inbreng van andere ouders kunnen raadplegen. Een meldpunt waarin overigens óók de school en de inspectie een actieve rol (kunnen) spelen. Ik ben het eens met de ouders die vinden dat de lat omhoog moet. Maar dat kan alleen als de basis goed is. Het moet volgens mij als eerste gaan om goed onderwijs in een prettige leeromgeving. Waar kinderen goed gedijen omdat ze gezien en gehoord worden. Waar ze begeleid worden op het niveau dat ze verdienen en nodig hebben. Alle kinderen, óók de kinderen die het met wat minder geluk moeten doen! Gooi dan die lat maar omhoog. Dus strengere leerkrachten maar vooral ook méér, betere feitenkennis, minder zelfontplooiing (ik noem dat waai-onderwijs). En dán kan er inderdaad meer gevraagd worden van kinderen, daar ben ik van overtuigd. Als die basis maar goed is. De school is er voor de leerlingen en niet andersom. Dat zou iedereen bovenaan z'n lijstje moeten zetten en daar zouden alle betrokken hun steentje aan moeten bijdragen. Dáár zouden de accenten moeten liggen in het onderwijs! En niet bij eindresultaten op eindexamens. Of bij leerlingenaantallen gekoppeld aan inkomsten. Helaas, de praktijk is vaak anders. Geld zou natuurlijk nooit de besturende factor mogen zijn in het onderwijs. Want daarmee is het ook direct de beperkende factor. Maar zoveel is volgens mij wel duidelijk: ouderbetrokkenheid ligt niet alleen op het bordje van de ouders. Die betrokkenheid moet wel van véél kanten komen. Misschien verdient het een andere naam? Wie doet een voorzet? Maar dan zal het onderzoek van J/M een volgende keer ongetwijfeld een hele andere uitkomst geven!
Ina Minck | 31 augustus 2012 22:59