Home / Dossiers / Algemene bevoegdheden 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Algemene bevoegdheden

De (G)MR heeft vijf bevoegdheden of rechten die zijn vastgelegd in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Het gaat om drie algemene en twee bijzondere bevoegdheden. Hieronder vindt u de algemene bevoegdheden.

Recht op overleg

In WMS-artikel 6 wordt het recht op overleg beschreven. Het bevoegd gezag, de MR of een geleding komen bijeen indien een van deze partijen dat wenst. Er moet wel een reden voor het overleg worden aangegeven. Het bevoegd gezag hoeft het overleg niet altijd zelf te voeren, maar hij kan bijvoorbeeld een schoolleider of een rector opdragen dat namens hem te doen. zo iemand heet dan een gemandateerde. In de praktijk hebben de meeste MR’en in het overleg dan ook te maken met de directeur/rector van de school. De bestuurlijke taken en bevoegdheden van de directeur/rector liggen vast in het managementstatuut.

Het overleg mag ook met elke geleding afzonderlijk worden gevoerd. Voorwaarde hierbij is dat tenminste twee derde deel van de leden van de MR én de meerderheid van elke geleding dat wensen.
Als een lid van de MR bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang heeft, dan kan de MR besluiten dat lid niet deel te laten nemen. De MR vergadering is dan tevens besloten.

De WMS biedt de mogelijkheid om een schooldirecteur van zijn MR-taak, namelijk het voeren van de besprekingen, geheel of gedeeltelijk te ontheffen. Dit kan op verzoek van de directeur zelf, maar het kan ook op verzoek van de MR. En in bijzondere gevallen kan de MR het bevoegd gezag vragen om de besprekingen zelf te voeren in plaats van de directeur.

Het initiatiefrecht

In de WMS staat dat de MR alle onderwerpen die met school te maken hebben, mag bespreken. Bovendien mag de MR daarover aan het bevoegd gezag voorstellen doen en standpunten naar voren brengen, dit is het zogeheten initiatiefrecht. De MR kan van dit recht gebruik maken wanneer het bevoegd gezag bijvoorbeeld te weinig beleid maakt, of wanneer er op onderdelen voor de school verbeteringen mogelijk zijn. Het initiatiefrecht kan ook worden uitgeoefend wanneer de ene geleding een eigenstandig instemmingsrecht heeft, en de andere geleding zijn eigen standpunt ook duidelijk wil maken.

Als de (geleding van de) MR een initiatiefvoorstel indient, moet het bevoegd gezag hierop binnen drie maanden schriftelijk en met redenen omkleed reageren. Voordat het bestuur reageert, moet hij minstens een keer met de MR of de geleding overleggen. Het bevoegd gezag is niet verplicht om het initiatiefvoorstel uit te voeren, maar het is vanzelfsprekend dat het bevoegd gezag zorgvuldig uitlegt waarom het voorstel eventueel terzijde wordt geschoven. Als de MR en het bevoegd gezag er samen niet uitkomen, is het niet mogelijk om een geschil voor de leggen aan de landelijke geschillencommissie WMS.

Recht op informatie

De MR heeft informatie nodig om zijn werk goed te kunnen doen en om een volwaardige gesprekspartner van het bevoegd gezag te kunnen zijn. Alle informatie die de MR redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak te vervullen moet door het bevoegd gezag tijdig worden verstrekt. Tijdig wil zeggen op een zodanig tijdstip dat de MR de informatie bij de voorbereiding van een vergadering nog kan betrekken. Stukken die op de vergadering worden uitgereikt, zijn te laat voor besluitvorming in datzelfde overleg. En uiteraard moet de informatie ook begrijpelijk zijn. Een pak papier van soms meer dan 50 pagina’s met technische uitweidingen of onbegrijpelijke berekeningen zonder verdere toelichting, hoeft een MR niet te accepteren.

De WMS noemt acht onderwerpen waarover het bevoegd gezag de MR in ieder geval moet informeren. Voorbeelden hiervan zijn de begroting en de beleidsplannen op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied, informatie over de financiën die het bevoegd gezag van de minister ontvangt (voor 1 mei) en het financieel jaarverslag (voor 1 juli). Verder wordt de MR ook geïnformeerd over het oordeel van de klachtencommissie bij een gegrond verklaarde klacht en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van de uitspraak van de klachtencommissie zal nemen.

Over sommige onderwerpen moet het bevoegd gezag de MR aan het begin van het schooljaar informeren en dit moet schriftelijk gebeuren. Het gaat hierbij over de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, het managementstatuut en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Met name voor nieuwe (G)MR-leden kan deze informatie erg nuttig zijn, maar ook de wat langer zittende (G)MR-leden kunnen er vaak hun voordeel mee doen.

 

 

Naar boven

Deel |