Home / Dossiers / Casus: formatieplan wordt uitgevoerd zonder instemming 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Casus: formatieplan wordt uitgevoerd zonder instemming

Het verzoek van bevoegd gezag om toestemming te geven om het formatieplan vast te stellen is niet-ontvankelijk, omdat er al een rechtsgeldig besluit genomen is.

Een bevoegd gezag heeft acht scholen met alle vormen van voortgezet onderwijs onder zijn hoede: vmbo (met lwoo), havo, atheneum en gymnasium. Op een van de scholen worden alle leerwegen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) aangeboden. Deze school heeft ongeveer 50 medewerkers. Het bevoegd gezag heeft op 13 juni 2017 het voorgenomen formatieplan 2017-2018 ter instemming voorgelegd aan de medezeggenschapsraad (MR) van deze vmbo-school. De MR heeft vervolgens per e-mail van 23 juni 2017 meegedeeld geen instemming te verlenen aan het formatieplan. Daarbij is door de MR aangegeven dat hij te weinig informatie had voor een goede beoordeling van het formatieplan. Partijen hebben daarna overleg gevoerd met elkaar. Per e-mail heeft de MR op 3 oktober 2017 het bevoegd gezag meegedeeld niet in te stemmen met de voorstellen voor de begroting en het formatieplan. Het bevoegd gezag heeft in het schooljaar 2017-2018 uitvoering gegeven aan het formatieplan. Bij e-mail van 21 december 2017 heeft de PMR aan de LCG meegedeeld op te treden als vertegenwoordiger van de MR.

Standpunt van het bevoegd gezag

De argumenten van de PMR om niet in te stemmen met het formatieplan zijn onredelijk, volgens het bevoegd gezag. Op 13 februari 2017 is door de MR ingestemd met het nieuwe functiebouwwerk. Op basis van dit functiebouwwerk is een begroting gemaakt. In mei 2016 leek er nog financiële ruimte te zijn voor extra onderwijsassistentie, maar in juni 2016 bleek dit toch niet het geval te zijn. Het formatieplan is een logische uitwerking van het functiebouwwerk dat de MR heeft goedgekeurd. De PMR kan niet via het formatieplan zaken ter discussie stellen die bij de vaststelling van het functiebouwwerk al zijn afgehandeld. De wens van de PMR om meer onderwijsassistenten of ICT-ers in te zetten, kan niet worden vervuld. Het is daarbij onverstandig om structureel meer personeelskosten te hebben dan dat er bekostiging voor personeel binnenkomt. De formatie onderwijsondersteunend personeel daalt nauwelijks, slechts met 0,1 fte in het formatieplan 2017-2018. Ook de ICT-ondersteuning is voldoende op de school. En er is vier dagen per week een systeembeheerder beschikbaar voor alle scholen, waaronder de vmbo-school.

Standpunt van de PMR

De MR heeft inderdaad ingestemd met de invoering van het nieuwe functiebouwwerk. Daarbij was door het bevoegd gezag toegezegd dat de kosten van het management in de nieuwe structuur niet hoger zouden worden dan dat het geval was in de oude structuur. De PMR wil het functiebouwwerk niet opnieuw ter discussie stellen. Wel wil de PMR dat het bevoegd gezag zijn toezeggingen over de kosten bij het nieuwe functiebouwwerk nakomt. De PMR vreest dat de hogere kosten voor het management niet slechts het komende jaar spelen, maar ook daarna zullen blijven bestaan. Doordat het nieuwe functiebouwwerk te veel geld kost, kan dit geld niet worden ingezet voor onderwijsassistentie en ICT-ondersteuning. De beschikbare ondersteuning binnen die functies is afgenomen. In de afgelopen vier jaar is de formatie van onderwijs assisterend personeel bijna gehalveerd. De PMR heeft voorgesteld om de extra formatie onderwijsondersteuning en ICT voor één jaar te bekostigen uit de reserves en om lopend het schooljaar met het bevoegd gezag te spreken over een structurele oplossing. Over dit voorstel wilde het bevoegd gezag niet in overleg gaan.

Overwegingen van de commissie

Ingevolge artikel 23 aanhef en onder b van het medezeggenschapsreglement van de scholengroep heeft het bevoegd gezag de instemming van de PMR nodig voordat hij de samenstelling van de formatie vaststelt of wijzigt. De PMR heeft deze instemming niet gegeven en het bevoegd gezag heeft de commissie verzocht om toestemming te geven om het formatieplan vast te stellen. Ter zitting is de commissie gebleken dat het bevoegd gezag al uitvoering geeft aan het formatieplan 2017-2018. De PMR heeft daarover ter zitting verklaard op de hoogte te zijn van het feit dat het besluit al wordt uitgevoerd. Maar de PMR heeft tegenover het bevoegd gezag geen beroep op de nietigheid van het formatieplan gedaan. Die mogelijkheid had de PMR op grond van artikel 32 lid 3 Wms gedurende zes weken nadat het besluit was genomen of vanaf het moment dat zij had vernomen dat het besluit wordt uitgevoerd door het bevoegd gezag. De PMR heeft dit volgens haar verklaring nagelaten om de belangen van de collega’s niet te schaden.

Het bevoegd gezag vraagt aldus toestemming om een besluit te nemen dat hij reeds heeft genomen en al uitvoert terwijl voor de PMR niet meer de mogelijkheid open staat om een beroep op de nietigheid van het besluit te doen. De commissie is op grond van artikel 32 lid 1 en 2 Wms slechts bevoegd om aan het bevoegd gezag toestemming te verlenen om een instemmingsplichtig besluit te nemen (cursivering door de commissie). Nu dat besluit al genomen is zonder dat de PMR een beroep op de nietigheid heeft gedaan, is er op grond van de Wms sprake van een reeds genomen rechtsgeldig besluit. Daarom oordeelt de commissie het verzoek van het bevoegd gezag niet-ontvankelijk. De inhoudelijke standpunten van partijen blijven daarom buiten behandeling.

Beslissing van de commissie

Op grond van bovenstaande overwegingen oordeelt de commissie dat het verzoek van het bevoegd gezag om vervangende instemming te krijgen voor het vaststellen van het formatieplan 2017-2018 niet-ontvankelijk is.

Nummer uitspraak: 107962 - 18.03

Naar boven

Deel |