Home / Dossiers / Casus: instemmingsrecht MR op lessentabel 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Casus: instemmingsrecht MR op lessentabel

Op een school met de opleidingen gymnasium, atheneum, havo en vmbo-t stelt het bevoegd gezag jaarlijks voor alle afdelingen de zogenoemde ‘lessentabel’ vast. Hieronder wordt verstaan ‘de regeling van het aantal wekelijkse contacturen per vak, per afdeling en per leerjaar’. In voorgaande jaren heeft het bevoegd gezag het voorgenomen besluit steeds ter instemming voorgelegd aan de medezeggenschapsraad (MR).

De lessentabel voor het schooljaar 2016-2017 werd als voorgenomen besluit ter advisering aan de MR werd voorgelegd. Uit het verslag van de overlegvergadering tussen de MR en het bevoegd gezag blijkt dat zij van mening verschillen over de medezeggenschapsrechtelijke bevoegdheid ten aanzien van de lessentabel en dat dit meningsverschil zal worden voorgelegd aan de LCG WMS. Uit de besluitenlijst bij het verslag van de MR-vergadering blijkt dat de MR instemming heeft verleend aan het voorgenomen besluit tot vaststelling van de lessentabel 2016-2017.

Standpunten van partijen

De PMR stelt dat de MR instemmingsrecht heeft op de vaststelling of wijziging van de lessentabel. Daartoe voert de PMR aan dat het bevoegd gezag jaar in, jaar uit instemming heeft gevraagd met het voorstel lessentabel. Alleen al op grond van deze bestendige gedragslijn heeft de MR instemmingsrecht. Voorts stelt de PMR dat het gaat om de aangelegenheid ‘vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan of de onderwijs- en examenregeling en het zorgplan’ waarvoor de MR op grond van artikel 21, aanhef en onder b van het medezeggenschapsreglement instemmingsrecht heeft. Volgens de PMR leveren de uitspraken van de LCG WMS geen eenduidig beeld over deze materie op. De lessentabel is iets heel anders dan het lesrooster. De lessentabel is een afspiegeling van de keuzes die de school maakt ten aanzien van het onderwijsproces en de kwaliteit van het onderwijs. Het geeft de pedagogische visie en didactische aanpak van het onderwijs op de school weer. De vaststelling van de lessentabel heeft gevolgen voor de formatie en het schoolplan. Aan de hand van de lessentabel wordt het lesrooster opgesteld. Het lesrooster is dus slechts een praktische uitwerking van de lessentabel. De lessentabel is dus onderdeel van het schoolplan en de MR heeft instemmingsrecht ten aanzien van elke vaststelling of wijziging van de lessentabel.

Het bevoegd gezag stelt zich op het standpunt dat de MR adviesrecht heeft, omdat de vaststelling of wijziging van de lessentabel valt onder de aangelegenheid ‘vaststelling of wijziging van het lesrooster in het voortgezet onderwijs’ als genoemd in artikel 22, aanhef en onder a van het medezeggenschapsreglement. Dit standpunt is in overeenstemming met eerdere uitspraken van de LCG WMS. De lessentabel geeft inderdaad weer waar het onderwijs op de school om draait. Dat neemt echter niet weg dat de Commissie eerder heeft geoordeeld dat de lessentabel is aan te merken als de aangelegenheid, genoemd in artikel 11 aanhef en onder a Wms, namelijk de vaststelling of wijziging van het lesrooster in het voortgezet onderwijs.

Overwegingen van de commissie

Het geschil betreft een interpretatiegeschil over het bepaalde in het medezeggenschapsreglement. De PMR heeft het geschil aanhangig gemaakt en het bevoegd gezag heeft zich daarbij aangesloten.

Het interpretatiegeschil is ontstaan naar aanleiding van het feit dat het bevoegd gezag de MR – anders dan voorheen het geval was – om advies in plaats van instemming heeft verzocht ten aanzien van de voorgenomen lessentabel van het volgende schooljaar. Hoewel de lessentabel 2016-2017 reeds is vastgesteld en de uitspraak van de Commissie voor de lessentabel van dat schooljaar derhalve geen gevolgen zal hebben, resteert nog steeds een concreet interpretatiegeschil over de bevoegdheid van de MR ten aanzien van de lessentabel. Partijen hebben immers verklaard dat de lessentabel jaarlijks wordt vastgesteld, terwijl het bevoegd gezag te kennen heeft gegeven voortaan - in afwijking van de gang van zaken in de voorgaande jaren - aan de MR advies in plaats van instemming te zullen vragen over een voorgenomen besluit tot vaststelling of wijziging van de lessentabel. Derhalve betreft het een jaarlijks terugkerend onderwerp op de agenda van het bevoegd gezag en de MR en verschillen partijen nu reeds van mening over de te volgen medezeggenschapsroute bij het vaststellen van de lessentabel 2017-2018. Zij wensen daarover op voorhand duidelijkheid te verkrijgen. Gelet op het cyclische karakter van de lessentabel is de Commissie van oordeel, dat partijen thans voldoende concreet belang hebben bij een uitspraak van de Commissie zodat het besluitvormingsproces rond de volgende lessentabel niet hoeft te worden verstoord en vertraagd door een nieuw interpretatiegeschil.

Het beroep van de PMR op het zogenoemde gewoonterecht, dat er op neerkomt dat de MR, ongeacht hetgeen daarover in de WMS dan wel het medezeggenschapsreglement is geregeld, instemmingsrecht toekomt, omdat hem in het verleden steeds om instemming is verzocht, kan de Commissie niet volgen. Een omzetting van een bevoegdheid kan slechts worden geregeld in het medezeggenschapsreglement. Daarin is die omzetting niet beschreven. Dit betekent dat een bestendige praktijk als in dit geval geen wijziging van de advies- dan wel instemmingsbevoegdheden, zoals die in de WMS dan wel het medezeggenschapreglement zijn geregeld, kan bewerkstelligen.

Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Het onderwijskundig beleid omvat in elk geval de uitwerking van de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en van de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma. In de Memorie van Toelichting bij de Kwaliteitswet is opgenomen dat uit het onderwijsprogramma blijkt welke keuzes de school ten aanzien van de leerstof, de werkwijzen, methoden en ontwikkelingsmaterialen heeft gemaakt.

Keuzes ten aanzien van de leerstof omvatten naar het oordeel van de Commissie niet alleen de inhoud van het curriculum. Ook uit de wijze waarop de leerstof wordt aangeboden en uit de verdeling van de leerstof per vak per afdeling en per schooljaar, komt het onderwijsbeleid van de school tot uitdrukking. Derhalve vormt de lessentabel mede de vertaling van de onderwijskundige visie op de inrichting van het onderwijs op de school. Gelet op deze verwevenheid van onderwijskundige visie en lessentabel is de Commissie, anders dan in de door het bevoegd gezag genoemde eerdere uitspraken over dit onderwerp, van oordeel dat het voorgenomen besluit tot vaststelling van de lessentabel is aan te merken als de vaststelling van ‘het schoolplan dan wel het leerplan of de onderwijs- en examenregeling’ als genoemd in artikel 21, aanhef en onder b medezeggenschapsreglement. Ten aanzien van deze aangelegenheid heeft de MR instemmingsrecht.

Uitspraak

Op grond van bovenstaande overwegingen oordeelt de Commissie dat het onderwerp ‘vaststellen of wijzigen van de lessentabel’ onderdeel uitmaakt van de aangelegenheid ‘de vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan of de onderwijs- en examenregeling’ als genoemd in artikel 21, aanhef en onder b medezeggenschapsreglement, ten aanzien waarvan de MR instemmingsrecht heeft.

Rein van Dijk, 29-06-2016

Naar boven

Deel |