Home / Dossiers / Algemene toegankelijkheid 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Algemene toegankelijkheid

De vraag waarin de openbare school zich kan onderscheiden van de bijzondere school, laat zich steeds vaker moeilijk beantwoorden. Dat heeft twee oorzaken:

  • de verschillen tussen de openbare scholen en veel bijzondere scholen worden steeds kleiner
  • de eigen identiteit is voor de openbare scholen zelf lang niet altijd duidelijk of heeft geen prioriteit

 

In het verleden en heden heeft de openbare school zich meestal op drie aspecten geprofileerd:

  • de algemene toegankelijkheid
  • de bestuurlijke bemoeienis van overheidswege
  • de (actieve) pluriformiteit

 

Van deze aspecten zijn de eerste twee (de formele kenmerken) in de praktijk al niet zo onderscheidend meer. Steeds meer bijzondere scholen laten immers ook steeds meer een ieder toe. De bestuurlijke bemoeienis van overheidswege neemt ook steeds verder af naarmate meer gemeenten er toe over gaan om hun openbare scholen ‘op afstand’ te zetten. De bestuursvorm lijkt in de praktijk in veel gevallen dan ook sterk op die van de bijzondere scholen.
De actieve pluriformiteit is een verhaal op zich. Enerzijds zien we dat veel openbare scholen weinig of niets doen met de aanwezige culturen, etnische groeperingen en levensbeschouwingen binnen hun school. Anderzijds zijn er ook veel openbare scholen waar deze pluriformiteit nauwelijks aanwezig is. Tegelijkertijd is de pluriformiteit op veel bijzondere scholen ook aanwezig.

Waarin verschilt het openbaar onderwijs dan wel? Of waarin kan het zich onderscheiden? Deze vraag kan eigenlijk alleen door de school en het schoolbestuur zelf worden beantwoord. Daar waar het bijzonder onderwijs kan terugvallen op haar levensbeschouwelijke uitgangspunten en dit ‘deelbelang’ als haar uitgangspunt hanteert, moet de openbare school haar identiteit wellicht opnieuw ontwikkelen of in elk geval nieuw leven inblazen. De openbare school kan haar eigenheid misschien het best tonen in haar maatschappelijke opdracht en betrokkenheid. Door actief te participeren in vraagstukken waarvoor de samenleving oplossingen zoekt (segregatie, respectvolle omgang met elkaar, problemen met alcohol en drugs, enz.) kan de openbare school laten zien dat zij begaan is met de sociale cohesie en daar op actieve wijze een bijdrage aan wil leveren. Haar bijdrage gaat richt zich, in tegenstelling tot de bijzondere school, op de mensheid als geheel en de hele samenleving. De openbare school is gericht op de omgeving, op de samenleving. Zij bereidt leerlingen voor op actieve participatie in de samenleving en oefent de leerlingen hierin gedurende de schooltijd. In deze opstelling schuilt echter meteen het gevaar. Door de actieve openstelling voor allerlei etniciteiten, culturen en levensbeschouwingen kan een negatieve beeldvorming ontstaan die juist leidt tot segregatie (bijvoorbeeld zwarte en witte scholen).

De openbare school moet de afspiegeling vormen van de omgeving waarin zij functioneert. Het is de samenleving in het klein. In die samenleving in het klein gaat het om het ontwikkelen van de eigen identiteit van het individuele kind en het toerusten van het kind om op een actieve wijze te kunnen participeren in die samenleving.

De openbare school werkt dus aan het ontwikkelen van een kritisch democratisch burgerschap waarin zowel aandacht is voor autonomieontwikkeling van het individu als voor sociale betrokkenheid. Burgerschap (vrij vertaald ‘het actief een bijdrage leveren aan de wereld om je heen) dat betrekking heeft op interpersoonlijke betrekkingen, als op het sociaal-politieke en op het kosmopolitische niveau. Een persoonlijke zingeving, een eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling maakt daar deel van uit.

Om deze visie te realiseren zijn drie pedagogische uitgangspunten actueel:

  • Op school zijn alle leerlingen welkom. Er is aandacht voor diverse levensbeschouwelijke, sociale en culturele oriëntaties, en het ontwikkelen van waardering voor diversiteit. Het actief exploreren van nieuwe denkbeelden en praktijken wordt gestimuleerd.
  • Naast de voorbereiding op arbeid, bereidt de school ook voor op maatschappelijke participatie en op een persoonlijke ontplooiing. Kennis, vaardigheden en attitudes om je daadwerkelijk in te zetten zijn alle noodzakelijk. Het vermogen tot zelfsturing is daarbij in toenemende mate van belang. De school kan leerlingen ondersteunen bij het leren participeren in de samenleving. Het verbinden van leren in de school en leren in de samenleving is daartoe voorwaarde.
  • Leerlingen kunnen al in de school leren zelf actief te participeren in hun omgeving. Het actief en coöperatief leren is gericht op identiteitsontwikkeling van leerlingen. De school is tegelijkertijd een deel van de hele samenleving, een sociale gemeenschap en een gemeenschap van lerende, actief handelende leerlingen die in dialoog met elkaar verantwoording nemen voor hun leren en daarbij een kritisch democratisch burgerschap ontwikkelen.

 

Openbare scholen zijn in essentie dus adaptieve scholen in de brede zin van het woord. Adaptief in de zin van:

  • actief en coöperatief leren
  • zelfsturing
  • persoonlijke ontwikkeling en participatie in de ontwikkeling van de (directe) omgeving.

 

Een openbare school wil graag verschillen om daarmee, op basis van volstrekte gelijkwaardigheid, actief aan de slag te gaan om de meerwaarde van die verschillen ten volle te benutten.

De Vereniging voor Openbaar Onderwijs kiest voor de lijn van pluriform samengestelde scholen, zowel voor wat betreft etniciteit, levensbeschouwelijke overtuiging als sociaal-economisch. Deze samenstelling van de schoolbevolking draagt bij aan meer wederzijds begrip en respect en daarmee aan een betere samenleving.

Naar boven

Deel |