Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Eén oktober: teldatum 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Eén oktober: teldatum

Op 1 oktober worden de leerlingen geteld op iedere basisschool. Met die gegevens kan al vroeg een beeld worden geschetst van hoe
het volgende schooljaar er uit zal zien qua personeelsbezetting en het aantal groepen dat kan worden gevormd. Natuurlijk kunnen tijdens het verdere verloop van het schooljaar nog allerlei maatregelen worden genomen, maar de basis voor het gesprek over volgend schooljaar is gelegd.

Auteur: Rein van Dijk
 

Aantal leerlingen
Het leerlingenaantal is voor de bekostiging van zowel de personele als de materiële kosten van groot belang. De formatie van het volgende schooljaar is sterk afhankelijk van het aantal leerlingen op 1 oktober. Zeker spelen ook factoren als de gemiddelde leeftijd van het personeel een rol, maar het belangrijkste uitgangspunt voor het personeelsbestand blijft toch de groei of daling van het leerlingenaantal.
Leerlingen van vier tot zeven jaar generen meer geld voor het personeel van de school dan de leerlingen van acht jaar en ouder. De reden hiervan is een oude beleidsmaatregel om klassenverkleining in de onderbouwgroepen te stimuleren. Sinds de lumpsumfinanciering is het geld voor die onderbouwgroepen niet geoormerkt en kan het ook in de bovenbouw worden uitgegeven.

Materiële bekostiging
Naast de bekostiging voor het personeel ontvangt de school middelen voor materiële zaken, zoals schoonmaak, medezeggenschap, leermiddelen, ICT-voorzieningen etc. Veel van die materiële bekostigingsposten zijn in een rekenformule uitgedrukt, waar het leerlingenaantal onderdeel van uitmaakt. Dat worden de leerlingafhankelijke programma’s van eisen genoemd. De bekostiging bestaat uit een vast bedrag per school en een bedrag per leerling. Zo wordt bijvoorbeeld het budget voor de medezeggenschap als volgt berekend:
€ 9,39 + (leerlingen aantal op 1 oktober x € 1,76) = € …………………..
Bij andere materiële bekostigingsposten speelt niet het aantal leerlingen een rol, maar meer nog het aantal groepen van de school. Het aantal groepen is gerelateerd aan het bruto vloeroppervlak van de school, want bij meer leerlingen en groepen zijn er meer vierkante meters nodig. Een voorbeeld van zo’n groepsafhankelijk programma van eisen is het gebouwonderhoud van de school. De kosten daarvan hangen nauw samen met de instandhouding van en het gebruik van het schoolgebouw. De “formule” voor het berekenen van het budget voor gebouwonderhoud is:
€ 1328,20 + (bruto aantal vierkante meters van school x € 13,99) = € ……………………….

Plannen maken
Op basis van het leerlingenaantal van 1 oktober kan snel daarna een eerste berekening worden gemaakt van de formatie voor het komende schooljaar en de bekostiging voor materiële zaken voor het komende kalenderjaar. Diverse rekenprogramma’s zijn voorhanden om die eerste berekeningen te maken. Zeker in deze tijd zijn er op weg naar het nieuwe (school)jaar nog wel wijzigingen te verwachten in beleid en berekeningen . Of deze zullen leiden tot drastische bijstelling van de eerste calculaties zal dan blijken. De medezeggenschapsraad kan echter al snel na 1 oktober met de eerste indrukken het gesprek aangaan met de directie van de school. Komen er groepen bij of gaan we inkrimpen? Ontstaan daardoor wellicht combinatiegroepen? En hoe staat het met mogelijk leegstaande lokalen? Kunnen we andere partijen interesseren voor het (mede)gebruik ervan? Of krijgt de overblijf eindelijk een eigen ruimte die permanent kan worden ingericht als ontspanningsruimte. Vragen waarop misschien nog geen definitieve antwoorden kunnen worden gegeven, maar die wel het begin kunnen zijn van de planning voor het volgende jaar.

Afwachten of proactief zijn
Een proactieve MR vraagt de schoolleiding om de gegevens en gaat het gesprek erover aan. Door dat gesprek tijdig aan te gaan kan op 1 mei van het volgende kalenderjaar een definitief besluit worden genomen over de inzet van de personeelsformatie op school. De begroting van de school kan op 1 november worden aangeboden aan de MR. Deze strekt zich uit over een kalenderjaar. De MR heeft dan voldoende tijd het financiële kader van de school te bespreken en de beleidsvoorstellen die de grondslag zijn van de begroting, te beoordelen. En dat beleid is een zaak van alle partijen: schoolleiding, personeel èn ouders.
 

Naar boven

Deel |