Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Het medezeggenschapsstatuut 036 - 533 15 00

Hulp nodig? Vraag de VOO Servicekaart aan!

servicekaart.png Met de VOO Servicekaart weet u zich verzekerd van deskundige hulp of advies bij ingewikkelde medezeggenschapskwesties, bijvoorbeeld een fusie van besturen, krimpsituaties, het lezen van de begroting of het verkleinen van de GMR. >

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Het medezeggenschapsstatuut

Met de invoering van de WMS in 2007 werd een nieuw begrip geïntroduceerd, namelijk het medezeggenschapsstatuut. Het medezeggenschapsstatuut is een document dat beschrijft hoe de medezeggenschap bij een bestuur is geregeld. Goed beschouwd is het statuut de grondwet voor de medezeggenschap. Het statuut informeert alle betrokkenen over de vorm van de medezeggenschap. De meeste medezeggenschapsstatuten zijn terug te vinden op de website van het bevoegd gezag.

Auteur: Janny Arends

Keuzemogelijkheden onder de WMS
Uitgangspunt bij de WMS is dat schoolbesturen en medezeggenschapsraden samen nadenken over de vormgeving van medezeggenschap binnen hun organisatie. De afspraken hierover worden vastgelegd in het statuut en in de reglementen. Op deze manier kan er goed worden samengewerkt tussen GMR en bevoegd gezag enerzijds en GMR en MR’en anderzijds . De uiteindelijke afspraken verschillen per bestuur en per school, immers op deze manier kan iedereen binnen de kaders van de wet bepalen welke vorm van medezeggenschap het beste bij de eigen organisatie past. In het statuut staat bijvoorbeeld beschreven of er themaraden zijn ingericht, of dat er een deelraad is bij een bepaalde school.

Voor wie geldt het medezeggenschapsstatuut?
Het medezeggenschapsstatuut geldt voor alle betrokkenen bij de medezeggenschap; de regels die zijn opgenomen gelden zowel voor het bevoegd gezag als voor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de overige medezeggenschapsraden. Het bevoegd gezag stelt het statuut vast. Het bevoegd gezag legt daartoe eerst een voorstel voor aan de GMR en die moet er met tweederde van het aantal leden mee instemmen. Dit geldt ook als er veranderingen in het statuut worden voorgesteld; ook deze moeten door tweederde van de GMR –leden worden goedgekeurd.

Verplichte inhoud van het statuut
In het statuut worden in ieder geval de volgende onderwerpen opgenomen:
1. overzicht van de diverse raden en hun bevoegdheden;
2. samenstelling van de MR, GMR en overige raden;
3. wijze van informatievoorziening door het bevoegd gezag, en ook de termijnen;
4. onderlinge informatieverstrekking;
5. faciliteitenregeling;
6. wie er namens het bevoegd gezag overleg voert met de MR en GMR

Ad 1 Door de keuzemogelijkheden die de WMS biedt kunnen er verschillende soorten medezeggenschapsraden worden ingesteld, bijvoorbeeld een deelraad, een groepsmedezeggenschapsraad, een themaraad of een bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad. Als een MR of GMR vindt dat er een deelraad of themaraad moet worden opgericht, dan neemt de (G)MR hiertoe zelf het initiatief en doet een voorstel aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet het met voorstel instemmen. De keuzes voor diverse raden die uiteindelijk worden gemaakt, worden vastgelegd in het medezeggenschapsstatuut. Bij de themaraad wordt ook aangegeven welke specifieke bevoegdheid hij heeft.

Ad 2 De samenstelling van de diverse raden wordt in het statuut vastgelegd. In het primair onderwijs is er weinig keuze, maar in het voortgezet onderwijs moet bijvoorbeeld worden nagedacht over de verdeling van de ouders en de leerlingen in hun geleding. Er kan worden gekozen voor een evenredige verdeling, maar hier kan ook van worden afgeweken. In zo’n geval ligt dit vast in het statuut. Bij de samenstelling van de GMR is van belang hoe de vertegenwoordiging van de MR’en in de GMR is geregeld, met name daar waar de GMR minder leden telt dan het totaal aantal medezeggenschapsraden. Bij een bevoegd gezag met 20 scholen en een GMR van 8 leden, kan niet iedere MR in persoon in de GMR vertegenwoordigd zijn. In het statuut is dan bijvoorbeeld opgenomen dat een cluster van MR’en een lid voor de personeelsgeleding en de oudergeleding van de GMR kiest.
Omdat een themaraad geen eigen reglement heeft, wordt de samenstelling van deze raad in het statuut opgenomen.

Ad 3 In het statuut is opgenomen hoe het bevoegd gezag de informatie verstrekt, bijvoorbeeld schriftelijk, maar ook zoveel mogelijk digitaal. Verder staat in het statuut ook de termijn waarbinnen het bevoegd gezag de informatie verstrekt, bijvoorbeeld uiterlijk 1 week voor de vergadering van de (G)MR. Van belang is dat alle informatie in principe openbaar is.
Naast de informatie die de (G)MR nodig heeft om goed te kunnen functioneren, kan ook aanvullende informatie door het bevoegd gezag worden verstrekt, bijvoorbeeld de agenda en de notulen van de bijeenkomsten van de Raad van Toezicht.

Ad 4 In het statuut staat ook vermeld binnen hoeveel tijd de medezeggenschapsorganen hun achterban informeren over wat er tijdens de (G)MR-vergadering is besproken en of de (G)MR wel of niet heeft ingestemd met een voorstel van het bevoegd gezag. De vergaderingen van de (G)MR zijn in principe openbaar.

Ad 5 Onder de faciliteitenregeling vallen diverse zaken. Om te beginnen moet de (G)MR kunnen beschikken over voor de hand liggende voorzieningen zoals een vergaderruimte, het gebruik van een kopieerapparaat en thee en koffie. Verder moeten afspraken over de scholing van de (G)MR-leden, over de inhuur van deskundigen, over het voeren van rechtsgedingen en het informeren en raadplegen van de achterban zijn opgenomen. Het bevoegd gezag wordt van te voren geïnformeerd over de plannen van de (G)MR. Voor het personeel worden uren vrij geroosterd in het taakbeleid. De kosten voor medezeggenschap zijn opgenomen in de lumpsumfinanciering.

Ad 6 In het statuut is opgenomen wie er namens het bevoegd gezag overleg voert met de (G)MR. Vaak zal de algemeen directeur/voorzitter College van Bestuur het overleg met de GMR voeren. De directeur van de school is over het algemeen de gesprekspartner van de MR. In specifieke gevallen, bijvoorbeeld bij de begroting, kan een financieel specialist van het bestuursbureau het overleg met de GMR voeren. Dit moet dan ook in het statuut zijn opgenomen.

Evaluatie van het medezeggenschapsstatuut
Het medezeggenschapsstatuut hoort binnen een onderwijsorganisatie een levend document te zijn dat niet ergens goed opgeborgen ligt in een vergeten lade. De WMS stelt verplicht dat het statuut elke twee jaar opnieuw ter instemming wordt voorgelegd aan de GMR. Het is verstandig dat de GMR in zijn jaarplanning hier rekening mee houdt en bijvoorbeeld vier maanden voordat het statuut

Naar boven

Deel |