Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Ja! Sociale media in de school 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Ja! Sociale media in de school

Sociale media bieden het onderwijs vele mogelijkheden. In dit artikel gaan we in op deze meerwaarde, de manieren waarop de school het online gedrag van leerlingen en leerkrachten kan beïnvloeden en de implicaties voor de medezeggenschap.

Auteur: Ancella Evers-de Boer

Flipping Classroom
Het zijn online platforms zoals Twitter, Hyves, Facebook en YouTube waar gebruikers elkaar ontmoeten, informeren en discussiëren. Ze kunnen ingezet worden om lesstof te verrijken, verdiepen en extra te oefenen. Dat kan zowel binnen als buiten schooltijd. Een voorbeeld is “Flipping the Classroom”. De leraar geeft uitleg van de stof in bijvoorbeeld een YouTube filmpje. Leerlingen bekijken dit thuis. De instructie in de les vervalt hiermee. De tijd in de les komt dan beschikbaar voor maatwerk aan de leerlingen. Zij werken zelfstandig en in groepjes aan opdrachten in de klas. De leraar kan zijn aandacht beter over de klas verdelen en extra instructie geven aan hen die dit nodig hebben en verdieping bieden aan leerlingen die de stof beheersen.

Burgerschap
Het is niet alleen de toepassing van sociale media in het onderwijs die dit thema relevant maakt voor scholen. Scholen bereiden leerlingen (mede) voor op een bewuste en actieve deelname aan de maatschappij. Door leerlingen te leren hun stem te laten horen via sociale media, samen te laten werken en zich kritisch te leren verhouden tot de invloed en werking ervan, worden zij ook voorbereid op hun toekomstige burgerschap in de samenleving.

Dat kan door het vormgeven van een apart vak, waarin alle facetten van media educatie aan bod komen: kritische analyse van media, reflectie op persoonlijk mediagebruik, technische vaardigheden en creatieve mediaproductie. Leerlingen leren dan niet alleen de traditionele media analyseren, maar ze leren ook zelf media te produceren. Er kan ook vakoverstijgend aandacht aan sociale media besteed worden: in het taalonderwijs kunnen kinderen oefenen met kritische media-analyse, bij CKV kunnen ze oefenen met het produceren van media, en bij het mentoruur kan gesproken en gediscussieerd worden over meer persoonlijke media-onderwerpen, zoals online vriendschap, online pesten, privacy en seksualiteit.

Smartphones en protocollen
Naast de meerwaarde van sociale media voor het onderwijs en de maatschappelijke taak van scholen om leerlingen mediawijs te maken, is er op veel scholen vooral ook aandacht voor het gedrag van leerlingen en leraren. Vrijwel alle leerlingen hebben tegenwoordig een eigen mobieltje. Uit onderzoek van de Stichting Mijn Kind Online (2012) blijkt dat ruim de helft in het bezit is van een smartphone en mobiel kan internetten. Pingen en Whatsappen zijn in korte tijd razend populair geworden. Leerlingen (en leraren!) vinden het leuk om voortdurend met anderen in contact te staan via sms, bellen en internet via de smartphone. Ook op school willen ze dus even snel bellen of sms-en met hun familie en vrienden, een spelletje spelen of een berichtje op Hyves zetten.

Steeds meer scholen proberen het gedrag van leerlingen en leraren te reguleren. Verschillende onderwijsorganisaties kwamen met richtlijnen. CNV Onderwijsbond presenteerde een standaardprotocol met tips en adviezen, vooral voor de leraar. De Besturenraad trok het breder en lanceerde een protocol gericht op leraren, ouders en leerlingen. Met ruime aandacht voor de sancties die volgen op niet-wenselijke uitlatingen, gedragingen en gevolgen. Het varieert van waarschuwing en berisping tot schorsing en verwijdering en ontslag. Een dergelijk protocol kan verstikkend werken. De nadruk zou moeten liggen op de positieve kanten van de sociale media, ook voor profilering van de eigen school. Uiteraard heeft de schoolbevolking behoefte aan duidelijkheid en regels; vrijheid in gebondenheid. Stimuleer daarom binnen de school het gesprek over wenselijk gedrag en over de consequenties van grensoverschrijdend gedrag. Het positieve sociale media protocol van Sociale Media Wijs levert daar een bijdrage aan.

Medezeggenschap
In de praktijk zal de G(MR) deze thematiek vooral tegenkomen in de bestaande regelingen. Bijvoorbeeld daar waar sociale media onderdeel zijn van het veiligheidsbeleid, onder meer ten aanzien van digitaal pesten. Dan heeft de MR een instemmingsbevoegdheid op basis van artikel 10 onder e van de WMS. Als dit bestuursbrede afspraken zijn heeft de GMR instemmingsrecht op grond van artikel 16 lid 1. Regels voor leerlingen dienen te worden gepubliceerd in de schoolgids. In het primair onderwijs heeft de oudergeleding op basis van artikel 13 onder g een instemmingsrecht. In het voortgezet onderwijs is het belangrijk dat deze regels worden opgenomen in het leerlingenstatuut. En daarvoor heeft de leerlinggeleding dan instemminsgrecht op basis van artikel 14 lid 3 onder b. Daar waar beleid specifiek de waarneming van het gedrag van leraren raakt, heeft deze geleding instemmingsrecht op basis van artikel 12 onder n van de WMS.

Klik hier voor ons scholingsaanbod 'mediawijsheid' voor schoolleiders, leerkrachten en ouderraden.


 

Naar boven

Deel |