Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Rol MR bij fusies in het onderwijs versterkt; uitbreiding WMS 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Rol MR bij fusies in het onderwijs versterkt; uitbreiding WMS

De afgelopen jaren zijn veel scholen en besturen gefuseerd. Dit was niet altijd goed voor de variatie in het onderwijsaanbod. Met ingang van 1 oktober 2011 is daarom de Wet fusietoets ingevoerd. Dit betekent dat fusies van scholen en besturen in sommige gevallen ter goedkeuring aan de minister van onderwijs moeten worden voorgelegd. De minister kan een fusie afkeuren als de variatie van het onderwijsaanbod wordt belemmerd.

De wet houdt in dat scholen en besturen die willen fuseren voortaan moeten laten zien dat de fusie ook echt nodig is. Direct belanghebbenden zoals ouders en docenten (en in het voortgezet onderwijs ook de leerlingen) krijgen een zwaardere rol bij het beoordelen van fusievoorstellen.

Als een fusie van scholen of besturen wordt beoogd, dan moeten daar twee documenten bij worden aangeleverd. De eerste is de zogenaamde fusie-effectrapportage en de tweede is een schriftelijke verklaring van instemming van de MR’en of de GMR. In de fusie-effectrapportage moeten de volgende onderdelen staan: motieven voor de fusie, alternatieven, tijdsbestek waarbinnen de fusie zal worden gerealiseerd, effecten op keuzevrijheid, kosten en baten, gevolgen voor personeel en leerlingen, wijze waarop over de fusie wordt gecommuniceerd, wijze waarop de fusie wordt geëvalueerd en een advies van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten over de wenselijkheid van de fusie.

Niet alle fusies van scholen of besturen hoeven aan de minister te worden voorgelegd. De minister heeft per sector minimum eisen opgesteld wat betreft het aantal leerlingen en het aantal scholen dat bij een fusie is betrokken. Wanneer in het primair onderwijs minder dan 10 scholen deelnemen aan een bestuurlijke fusie of als er minder dan 500 leerlingen betrokken zijn bij een fusie tussen twee scholen, dan is geen instemming nodig van de minister.
De nieuwe wet leidt tot een uitbreiding van artikel 10 WMS, waarin de instemmingsbevoegdheid van de medezeggenschapsraad is vastgelegd.

Artikel 10 aanhef en onder h WMS luidt met ingang van 1 oktober 2011:
Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de medezeggenschapsraad voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:
h. overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake, waaronder begrepen de fusie-effectrapportage, bedoeld in artikel 64b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 66b van de Wet op de expertisecentra en artikel 53f van de Wet op het voortgezet onderwijs.

Bekijk hier de integrale Wet fusietoets.

Naar boven

Deel |