Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Schooltijden in het primair onderwijs 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Schooltijden in het primair onderwijs

Auteur: Rein van Dijk

Op veel scholen wordt nagedacht over (een wijziging van) de schooltijden. Soms is een aanpassing wenselijk vanwege een betere aansluiting met de buitenschoolse opvang. Of er wordt nagedacht over een continurooster om daarmee de tussenschoolse opvang anders te regelen. Uiteraard moet het belang van de kinderen bij die aanpassingen voorop staan. Maar wie beslist eigenlijk over al die wijzigingen van de schooltijden?

Wat verstaan we onder het begrip “onderwijstijd”
Het begrip onderwijstijd is een veelomvattend begrip. Enerzijds geeft de onderwijstijd aan hoeveel lesuren in ieder leerjaar worden aangeboden. Anderzijds valt de vaststelling van de schooltijden ook onder het begrip onderwijstijd.
Veel scholen boden en bieden 1000 lesuren aan in de bovenbouwgroepen. In de onderbouwgroepen krijgen de leerlingen dan gemiddeld 900 uur les. Wanneer een school wil overstappen naar het zogenaamde Hoorns model krijgen alle groepen 940 lesuren aangeboden. Dat kan worden gezien als een wijziging van de onderwijstijd in de verschillende leerjaren. Hierover heeft de oudergeleding van de MR op basis van WMS artikel 13 sub h een instemmingsbevoegdheid.
Ook de vaststelling van de schooltijden valt onder het begrip “onderwijstijd”. Wanneer de school bijvoorbeeld wil overstappen naar een continurooster, waarbij het aantal lesuren per leerjaar gelijk blijft, heeft de oudergeleding van de MR daarbij ook het laatste woord. Het is dan het wijzigen van de schooltijden dat als wijziging van de onderwijstijd dient te worden opgevat.

De achterban raadplegen
De WMS zegt in artikel 15 lid 3, dat een besluit met betrekking tot de wijziging van de onderwijstijd pas kan worden genomen “na raadpleging van de ouders”. Dat betekent dat wanneer een voorstel tot wijziging van de schooltijden wordt voorgelegd aan de oudergeleding van de (G)MR deze zich daar niet meteen over kan uitspreken. Eerst dient de achterban, d.w.z. alle ouders van de school of scholen die met de nieuwe schooltijden te maken krijgen, te worden geraadpleegd. De WMS zegt niet wie de achterban moet raadplegen. Het schoolbestuur kan al dan niet via de directeur van de school een enquête houden onder de ouders. Ook kan een informatieavond worden georganiseerd waar alle ouders kunnen meedenken over de voorstellen. Deze werkwijze kan ook worden uitgevoerd door de oudergeleding van de (G)MR. Een goede samenwerking tussen de betrokkenen levert uiteraard het beste resultaat van die raadpleging op.

Geen last, wel ruggespraak
De leden van de oudergeleding van de (G)MR betrekken de resultaten van de achterbanraadpleging bij het besluit al dan niet in te stemmen met de voorgestelde schooltijden. Zij zijn niet verplicht het resultaat van de raadpleging zonder meer over te nemen. In die zin zorgt de ruggespraak met de ouders niet voor een last. In de praktijk zal het echter vaak voorkomen, dat een heel duidelijke stemming onder de ouders het voor de leden van de oudergeleding lastig maakt daarvan af te wijken bij hun uiteindelijke standpuntbepaling.

Rol van de personeelsgeleding
Formeel heeft de personeelsgeleding geen bevoegdheid als het gaat om de vaststelling van de schooltijden. Het werk verandert immers niet vanwege het opschuiven van de middagschooltijd met bijvoorbeeld een kwartier. Toch heeft het personeel van een school wel invloed op het te nemen besluit. Een schoolbestuur wil graag dat het personeel zich ook kan vinden in de nieuwe schooltijden. Deze worden dan pas ingevoerd wanneer naast de oudergeleding óók de personeelsgeleding ermee akkoord is gegaan.
Als afgeleide van de nieuwe schooltijden ontstaat in het genoemde voorbeeld een langere lunchpauze. Op grond van WMS artikel 12 sub f heeft de personeelsgeleding van de (G)MR een instemmingsbevoegdheid bij de “vaststelling of wijziging van de arbeids- en rusttijdenregeling”. Een langere lunchpauze valt hieronder, en de personeelsgeleding moet hier dus mee instemmen.
Op deze wijze krijgen alle partijen invloed op de vaststelling van de schooltijden. De ene geleding (ouders) op een directe wijze door middel van de instemmingsbevoegdheid èn de raadpleging van alle ouders, de andere (het personeel) op een indirecte wijze door afgeleide bevoegdheden zoals die van de arbeids- en rusttijdenregeling.
 

Naar boven

Deel |