Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Uitspraken LCG: GMR kan zich zelf niet opheffen 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Uitspraken LCG: GMR kan zich zelf niet opheffen

Een schoolbestuur stelt dat de GMR zich bij meerderheidsbesluit heeft opgeheven en daardoor niet ontvankelijk is in een geschil. De oudergeleding van de GMR (OGMR) is van mening dat de leden die niet instemden met het verzoek om collectief terug te treden, volwaardige leden van de OGMR blijven. Zij zijn daardoor in staat een geschil aan te gaan. De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG) stelt dat de OGMR wel degelijk ontvankelijk is in dit geschil.

Auteur: Rein van Dijk

Huishoudelijk reglement
Het bestuur baseert haar standpunt op het huishoudelijk reglement van de GMR, waarin staat dat de GMR besluit met meerderheid van stemmen, tenzij anders is bepaald. Ten aanzien van het aftreden van de GMR is niets anders bepaald. Het huishoudelijk reglement bepaalt verder dat de GMR besluit in die gevallen waarin het reglement niet voorziet. Het schoolbestuur geeft aan, dat hiervan sprake is bij het voorstel de GMR op te heffen. Omdat er geen GMR is kan er geen geschil aanhangig worden gemaakt bij de LCG.

WMS, artikel 4 lid 1
De LCG is van mening dat een besluit om de GMR op te heffen niet rechtsgeldig is op grond van artikel 4 van de WMS. Lid 1 van dit artikel stelt dat het bevoegd gezag verplicht is een GMR in te stellen. Het zelfstandig opheffen van de GMR verdraagt zich niet met dit wetsartikel.
Ook als het besluit wordt opgevat als een besluit om collectief terug te treden, verdraagt het besluit zich niet met de WMS. Volgens de LCG zijn de tekst en de strekking van de wet duidelijk over wie besluit tot het aftreden als (G)MR-lid. Dat is het individuele lid van de (G)MR zelf en dus niet het collectief, ook al is een meerderheid daarvan voor het voorstel tot opheffen van de GMR dan wel het collectief aftreden van alle leden. De leden ontlenen hun mandaat aan de verkiezing vanuit de geleding die zij vertegenwoordigen en niet aan de GMR zelf. Een meerderheidsbesluit tot collectief aftreden zou dat gegeven mandaat doorkruisen, aldus de LCG. De inhoud van een (G)MR-reglement mag niet strijdig zijn met de WMS. Daardoor dient het door de GMR genomen besluit om zichzelf op te heffen als nietig te worden beschouwd, waardoor de OGMR haar geschil aanhangig kan maken.

Lees hier de volledige uitspraak van de LCG.
 

Naar boven

Deel |