Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Uitspraken LCG: onthouden van instemming 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Uitspraken LCG: onthouden van instemming

LCG oordeelt dat afwachten tot de communicatie verbetert geen deugdelijke motivatie is voor het onthouden van instemming op voorstellen.

Auteur: Rein van Dijk

De zaak
De (P)GMR heeft zijn instemming onthouden aan zowel het bestuursformatieplan als de voorgestelde herstructurering van het bestuursbureau.De (P)GMR stelt dat de organisatie in grote problemen verkeert en dat er ook bestuurlijk het nodige aan schort. Zo moet er een nieuwe Raad van Toezicht (RvT) worden geformeerd na het aftreden van de vorige RvT. Het College van Bestuur (CvB) heeft een plan van aanpak toegezegd. Gelet op de beginnende toenadering tussen CvB en GMR acht de (P)GMR het onwenselijk indien het bevoegd gezag en de (P)GMR de strijd aangaan voor de geschillencommissie. Zonder verder inhoudelijk verweer te voeren heeft de (P)GMR daarom de LCG verzocht de behandeling van de geschillen voor twee maanden op te schorten.

Behandeling geschil gedoogt geen uitstel
De behandeling van het geschil over het bestuursformatieplan vindt plaats terwijl het schooljaar 2012-2013 reeds is begonnen. Dit maakt de uitspraak over het instemmingsgeschil urgent, aldus de LCG. Wat betreft de herschikking van het bestuursbureau overweegt de LCG dat dit het sluitstuk is van een reeds enige tijd lopend proces. Afronding van dat proces is, gelet op de financiële situatie van de stichting en de financiële gevolgen van de herschikking van zodanig belang, dat opschorting van de besluitvorming voor onbepaalde tijd en in afwachting van herstel van de communicatie niet in de rede ligt. De LCG gaat zich daardoor uitspreken over de inhoud van de twee geschillen.

Geen inhoudelijke redenen voor het niet instemmen
Ten aanzien van de inhoud van de geschillen moet worden vastgesteld dat de PGMR de weigering om in te stemmen heeft gemotiveerd met een verwijzing naar de gebrekkige communicatie tussen het bevoegd gezag en de GMR. Dit is een reden geweest voor de PGMR om niet inhoudelijk in te gaan op de voorgenomen besluiten. Tevens heeft de PGMR gesteld te weinig tijd te hebben gehad om de voorstellen inhoudelijk te bestuderen, hetgeen reden is geweest om niet in te gaan op een uitnodiging van het bevoegd gezag om de voorstellen te bespreken.
De LCG is van mening dat het op de weg ligt van het medezeggenschapsorgaan, zoals in casu de PGMR, om reëel overleg te voeren en aan te geven waarom het niet met een gemotiveerd voorstel instemt. Tijdgebrek voor een volledige voorbereiding kan daarbij een belangrijk onderwerp zijn van dat reële overleg.

De LCG is van oordeel dat de PGMR geen blijk heeft gegeven van bereidheid tot dat reële overleg over beide door het bevoegd gezag ter instemming voorgelegde voorgenomen besluiten. Het ontbreken van deze bereidheid en het op de lange baan schuiven van de inhoudelijke bespreking van de voorstellen in afwachting van verbetering van de communicatie acht de LCG geen deugdelijke motivering voor het onthouden van instemming aan de voorgenomen besluiten van het bevoegd gezag. De LCG is daarom van oordeel dat de PGMR niet in redelijkheid instemming aan de – op het eerste oog niet onredelijke – voorgenomen besluiten van het bevoegd gezag heeft kunnen onthouden.

Download hier de volledige uitspraak 
 

Naar boven

Deel |