Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Begroting 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Begroting

Bevoegdheid (G)MR bij financieel beleid

Introductie 

Als gevolg van de invoering van de lumpsumfinanciering hebben besturen meer beleidsvrijheid gekregen. Deze moet ten goede komen aan de kwaliteit van het onderwijs op de scholen. Bij toegenomen vrijheid hoort toenemende verantwoordelijkheid, transparante besluitvorming en informatievoorziening en adequate verantwoording en toezicht. Alle geledingen binnen de organisaties die het onderwijs verzorgen, moeten betrokken zijn bij de besluitvorming over de inzet van de middelen.

In de WMS zijn het algemene informatierecht en de informatieplicht van het bevoegd gezag bij beslissingen over de financiën opgenomen, bijvoorbeeld de verdeling van de middelen over de scholen. Voorwaarde is dat alle geledingen op alle niveaus in de onderwijsorganisatie over juiste, actuele en goed toegankelijke beleidsinformatie beschikken. De scholen en de MR’en zijn via de medezeggenschap betrokken.  Voor de GMR en de MR is een aantal specifieke bevoegdheden opgenomen in de WMS.  

 

 

De GMR heeft op grond van artikel 16 een adviesbevoegdheid ten aanzien van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de scholen. Over de criteria die ten grondslag liggen aan de verdeling van de middelen over de verschillende scholen adviseert de GMR eveneens.

Voor de MR geldt een adviesbevoegdheid ten aanzien van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de eigen school. Deze bevoegdheid staat beschreven in art. 11 lid b van de WMS.

 

Algemeen informatierecht (WMS art. 8) 
1. De medezeggenschapsraad ontvangt van het bevoegd gezag, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.
2. De medezeggenschapsraad ontvangt in elk geval:
a.
jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;
b. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit ’s Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag;
c. jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 157 van de Wet op de expertisecentra of de gegevens, bedoeld in artikel 106, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs

 

Informatieplicht bevoegd gezag (WMS art. 8) 

Deze plicht bestaat uit het verstrekken van de bekostigingsinformatie en van de bestedingsinformatie.

a. bekostigingsinformatie

Dit is de informatie over de door het Rijk jaarlijks berekende lumpsumbekostiging per school of scholen die onder een bevoegd gezag vallen.

b. bestedingsinformatie

Dit is de informatie over de besteding van de ontvangen middelen. Dit betreft de begroting met de geraamde inkomsten en uitgaven, het jaarverslag (balans en exploitatierekening met informatie over reserves/voorzieningen en de onderbouwing daarvan). In de informatie wordt onderscheid gemaakt tussen de afzonderlijke scholen en de gemeenschappelijke voorzieningen op bovenschools niveau. Afzonderlijke scholen dienen duidelijk herkenbaar te zijn in de verstrekte informatie. De WMS schrijft voor dat de inlichtingen en gegevens uit eigen beweging door het bestuur schriftelijk worden verstrekt. Het is niet de bedoeling dat de (G)MR wordt overspoeld door dikke notities met een brij aan cijfers, die zijn gewoonlijk ontoegankelijk. Het gaat om informatie die overzichtelijk en beknopt is en de dilemma’s en keuzes duidelijk weergeeft. Het is verder gewenst dat ten behoeve van de bespreking met de MR of GMR over de (meerjarige) financiële gang van zaken zo’n tweemaal per jaar aan de MR of GMR mondeling of schriftelijk gegevens worden verstrekt over de (tussen)stand van inkomsten en uitgaven op het schoolniveau respectievelijk het bovenschools niveau.

 

De wet schrijft het bevoegd gezag niet voor op welk moment de begroting en de beleidsvoornemens aan de MR of GMR moeten worden voorgelegd, omdat elk bevoegd gezag zelf mag bepalen of het kalenderjaar dan wel het schooljaar leidend is.

 

De GMR heeft een aantal bevoegdheden ten aanzien van het financiële beleid van het schoolbestuur. Deze staan beschreven in art. 16 lid 2 van de WMS. Op schoolniveau bespreekt de MR de financiële gevolgen van beleidsvoorstellen en –beslissingen. Deze bevoegdheid wordt beschreven in art. 11 van de WMS. De beide organen worden met hun financiële bevoegdheden achtereenvolgens onder de loep genomen.

 

 - De GMR (art. 16. lid 2 WMS)

Bevoegdheden (geledingen) gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt tevens vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot :

a.                   vaststelling of wijziging van het meerjarig financieel beleid voor de desbetreffende scholen, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die aan het bevoegd gezag ten behoeve van elk van de scholen uit de openbare kas zijn toegerekend of van anderen zijn ontvangen;

b.                  de criteria die worden toegepast bij de verdeling van deze middelen over voorzieningen op bovenschools niveau en op schoolniveau

 

De GMR heeft dezelfde bevoegdheden als de MR indien de bevoegdheden van de MR betrekking hebben op alle scholen of een meerderheid van de scholen die onder het bestuur vallen (WMS art. 16 lid 1).

 

- De MR (aart. 11 WMS)

Adviesbevoegdheid medezeggenschapsraad.

De medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:

      b.          vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas zijn toegekend of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de middelen, bedoeld in artikel 13, onderdeel c, en artikel 14, tweede lid, onderdeel c

 

Onder “hoofdlijnen van het financieel beleid “ wordt onder meer de begroting verstaan. Het adviesrecht heeft betrekking op bijvoorbeeld de voorgenomen bestemming van middelen. De verantwoording van de uiteindelijke aanwending van de middelen is terug te vinden in het jaarverslag, welk verslag op grond van artikel 8 (algemeen informatierecht) aan de MR wordt verstrekt. Het zou niet zinvol zijn het jaarverslag onder een advies- of instemmingsrecht van de MR te brengen, omdat het een verslag is over reeds gerealiseerde bestedingen. Uiteraard kan de MR de informatie uit het jaarverslag een rol laten spelen bij de beoordeling van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school.

 

Beleid en financiën 

Als het goed is omvat ieder beleidsplan tevens een paragraaf waarin de financiële consequenties van het beleidsplan nader zijn uitgewerkt. Het gaat dan om de globale financiële gevolgen, de verwerking is onderdeel van het (meerjarig) financieel beleid en wordt in dat kader vastgesteld. Hiermee wordt duidelijk dat de medezeggenschapsrechten bij het meerjarig financieel beleid aan de orde zijn, met een concrete uitwerking van dat beleid in het eerstvolgende jaar. Een beleidsnotitie over beloningsbeleid kan bijvoorbeeld de voorwaarden nader aangeven waaraan voldaan moet worden en kan tevens aangeven dat voor dit beleid bestuursbreed een budget in de orde van € x,- nodig zal zijn. De exacte bedragen in de begroting worden echter nader vastgesteld. Of de bedragen worden meteen per school gespecificeerd.

 

Tijdpad en werkwijze 

Een begroting op kalenderjaarbasis is gebruikelijk in het voortgezet onderwijs. In het primair onderwijs wordt deze nog regelmatig omgevormd tot een schooljaarbegroting. Daarnaast is het aan te bevelen een afgeleide begroting naar schooljaar te maken. Uitgaande van de laatste leerlingentelling op 1 oktober van ieder jaar kan de behandeling van het voorstel voor de meerjarenbegroting eind oktober/begin november in de GMR plaatsvinden. De begroting omvat ook de criteria voor de verdeling van de middelen over de scholen en laat daarom in feite ook al de begroting per school in concept zien. De criteria voor de toedeling van de middelen over de scholen en bovenschools hoeven echter niet pas bij de begroting te worden voorgelegd en hoeven ook niet elk jaar aangepast te worden. Het is dan ook aan te bevelen om deze criteria afzonderlijk voor te leggen aan de GMR en liefst ruim van te voren. Als de criteria voor de toedeling naar de scholen al eerder zijn vastgesteld, kan de opbouw van de begroting van de gehele organisatie ook plaatsvinden door als vertrekpunt de conceptbegrotingen van de afzonderlijke scholen te nemen. In die benadering is het noodzakelijk dat de afzonderlijke scholen hun conceptbegrotingen tijdig indienen. Daarvoor is het noodzakelijk dat die conceptbegroting begin november bij het bovenschools management is ingeleverd.

 

Relevante data 

Uiterlijk op de genoemde datum is het genoemde document beschikbaar.

Datum

Activiteit en/of beleidsdocument

 

 

1 mei

Informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de toegekende Rijksmiddelen

 

 

1 juli

Jaarverslag

 

 

1 november

Beleidsvoornemens + begroting

 

 

Geschreven door:

Rein van Dijk en Janny Arends, beleidsadviseurs Vereniging Openbaar Onderwijs

november 2009

 

 

Naar boven

Deel |