Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / De (G)MR en krimp 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

De (G)MR en krimp

Nu er in steeds meer gebieden in Nederland sprake is van teruglopende leerlingaantallen als gevolg van krimp van de bevolking, zien schoolbesturen zich genoodzaakt hier op te reageren en beleid te ontwikkelen. Hierdoor krijgen ook steeds meer (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden met krimp te maken. Soms leidt krimp uiteindelijk tot de sluiting van een school, maar waar de effecten minder dramatisch zijn, kan het leiden tot het samenvoegen van klassen of het verdwijnen van (vak)leerkrachten. Hoe kan de (G)MR mogelijke krimp zien aankomen, wat is de rol van het bevoegd gezag en wat zijn de taken en bevoegdheden van de (G)MR? 

Leerlingprognoses
Globaal gesproken zal het aantal leerlingen in Nederland tot 2020 met negen procent dalen. In bijna de helft van de gemeenten vindt een daling van meer dan 20% plaats. Een (G)MR die wil weten of er in zijn regio sprake is van krimp kan om te beginnen bij de gemeente de basisgegevens opvragen over de huidige leerlingaantallen. Als een vergelijking van het aantal twaalfjarigen en het aantal driejarigen ernstig in het nadeel van de laatste groep uitvalt, dan is er duidelijk sprake van krimp. Andere gegevens zijn te verkrijgen bij DUO en bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De gegevens van de gemeente zeggen nog niets over de ontwikkelingen per school; die kunnen uiteen lopen en het is dan ook verstandig om bij de schoolleider te vragen naar de cijfers van de afgelopen jaren en naar een prognose voor de komende jaren.

Rol van het bevoegd gezag
Het bevoegd zal beleid moeten ontwikkelen over hoe er met de gevolgen van krimp wordt omgegaan. Uiteraard kan de (G)MR hierbij in een vroeg stadium al meedenken tijdens een brainstormbijeenkomst met alle betrokkenen. Belangrijke vragen hierbij zijn: hoe kan de onderwijskwaliteit worden gegarandeerd, welke financiële mogelijkheden zijn er en is er sprake van de laatste school in een wijk of in een kern?
Evenzeer van belang is het nadenken over samenwerking met een andere school. Het bevoegd gezag kan bij een krimpende school voor fusie met een andere school kiezen, maar dan is onmiddellijk de vraag: met welke school? Wordt gekozen voor samenwerking binnen de eigen zuil, dus openbare scholen fuseren met openbare en christelijke scholen met christelijke, of wordt gekozen voor samenwerking binnen een gemeente. In het eerste geval is het resultaat een regionale school waarbij sommige kinderen verder moeten reizen, in het tweede geval is de school dichtbij, maar moet er wel de bereidheid zijn bij beide scholen om over de denominatieve verschillen heen te stappen en gezamenlijk iets nieuws op te bouwen.


Op 19 maart wordt tijdens de conferentie ‘Openbaar onderwijs verbindt’ het boek ‘School’ gepubliceerd. In deze uitgave van de Vereniging Openbaar Onderwijs en de openbare besturenorganisatie VOS/ABB wordt een toekomst geschetst waarin alle kinderen samen naar een school zonder denominatie gaan.


Taken en bevoegdheden van de (G)MR
In de WMS is een aantal algemene bevoegdheden voor de (G)MR opgenomen die van toepassing zijn op krimp. Zo heeft de (G)MR recht op tijdige informatie en op overleg met het bevoegd gezag.
Naast de algemene bevoegdheden heeft de (G)MR ook bijzondere bevoegdheden. Hierbij is het onderscheid tussen bovenschools beleid en beleid per school relevant. Zodra het bevoegd gezag een inhoudelijk beleidsvoorstel over de krimp presenteert dan heeft de GMR hierbij een adviesbevoegdheid. De GMR kan zijn mening geven over bijvoorbeeld het minimaal gewenste aantal leerlingen per school of de criteria die worden voorgesteld om scholen te laten fuseren. Een kritische GMR zal er ook op letten hoe de kwaliteit van het onderwijs gewaarborgd blijft.
Van groot belang is steeds om de achterban goed te informeren en waar mogelijk te betrekken bij de besluitvorming in de GMR.

Bij de bijzondere bevoegdheden van de MR gaat het om het instemmingsrecht bij een fusie en de fusie-effectrapportage en het adviesrecht bij de opheffing van een school. Over de gevolgen van het opheffen van de school heeft zowel de personeels- als de oudergeleding een aparte instemmingsbevoegdheid. Ook hierbij is een zorgvuldige communicatie van de MR met de ouders en personeelsleden op school van groot belang.
En als de GMR of de MR behoefte heeft aan een externe deskundige, dan is het mogelijk om een adviseur van de VOO in te schakelen.

Informatieve regiobijeenkomsten
De VOO verzorgt informatieve regiobijeenkomsten voor (G)MR-leden over krimp en medezeggenschap. Op de website www.voo.nl staan data en plaatsen genoemd en kunt u zich inschrijven. Het is mogelijk om een bijeenkomst bij u op locatie te organiseren, neem hiervoor contact op met het bureau van de VOO op telefoonnummer 036-5331500.

 

Naar boven

Deel |