Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / De juridische casus 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

De juridische casus

Auteur: Rein van Dijk

De casus
Het bevoegd gezag van een school heeft het voornemen de school te sluiten vanwege teruglopende leerlingenaantallen en de financiële situatie van de school. Voorafgaand aan het voorgenomen besluit wordt de Raad van Toezicht om goedkeuring gevraagd en wordt de verantwoordelijke wethouder geïnformeerd. Tevens worden verkennende gesprekken gevoerd met een ander bevoegd gezag over de mogelijke gevolgen van de sluiting van de school. De ouders van de school worden geïnformeerd over het voornemen tot sluiting van de school, waarna de MR formeel om advies wordt gevraagd. De oudergeleding van de MR is van mening dat de MR in een eerder stadium betrokken had moeten worden bij de adviesvraag om tot sluiting van de school over te gaan. Nu kan de oudergeleding zich slechts uitspreken over de gevolgen van de voorgenomen sluiting van de school.

De zaak
Bij de voorbereiding van het voorgenomen besluit heeft het bevoegd gezag degenen die bestuurlijk verantwoordelijk zijn geïnformeerd. Dat waren de Raad van Toezicht en de wethouder van onderwijs van de gemeente. Aan de directeur van de school is feitelijke informatie gevraagd. Met het bevoegd gezag van een naburige school zijn onder voorbehoud van besluitvorming verkennende gesprekken gevoerd om na te gaan of leerlingen zouden kunnen overstappen en op welke voorwaarden. Met de MR is regelmatig gesproken over het wel en wee van de school en al langere tijd zijn alle bij de school betrokken geledingen actief om meer leerlingen en een gemengdere populatie te trekken. In oktober 2012 bleek het bevoegd gezag dat de omvang van de problemen van de school te groot was om deze nog met succes te kunnen oplossen. Achteraf betreurt het bevoegd gezag dat het toen niet onmiddellijk de zorgen met de MR heeft gedeeld. Dat betekent volgens het bevoegd gezag echter niet dat de gang van zaken niet in overeenstemming met de WMS is geweest.

Artikel 11 onder c WMS bepaalt dat het bevoegd gezag de MR vooraf in de gelegenheid stelt advies uit te brengen over een voorgenomen besluit over beëindiging van de werkzaamheden van de school. De MR is van mening dat zij eerder had moeten worden betrokken bij het voorgenomen besluit om de school te sluiten. Nu zijn allerlei instanties al betrokken en geïnformeerd en heeft het nieuws over de voorgenomen sluiting al in de plaatselijke pers gestaan. Kort voor de formele adviesvraag is de MR pas geïnformeerd over het voornemen tot sluiting en dat bericht komt als een donderslag bij heldere hemel.

De uitspraak
De partijen verschillen van mening over de interpretatie van het begrip “vooraf” in WMS art. 11. De LCG is van oordeel dat het begrip “vooraf” in de aanhef van artikel 11 WMS dient te worden gelezen in samenhang met artikel 17 WMS. In dat artikel is bepaald dat het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Daarvan is naar het oordeel van de Commissie sprake indien er in het proces van de, in dit geval, sluiting nog geen onomkeerbare stappen zijn gezet.

Ten aanzien van artikel 13 WMS (regeling van de gevolgen van de sluiting) overweegt de Commissie dat het voeren van overleg met de Raad van Toezicht en de wethouder van onderwijs alsmede de consultatie van het andere schoolbestuur over de mogelijkheden van toelating van leerlingen na de – eventuele – sluiting van de school, zijn aan te merken als het plegen van gebruikelijke voorbereidingshandelingen voor het nemen van een dergelijk voorgenomen besluit. Derhalve betreft dit niet het regelen van de gevolgen als bedoeld in artikel 13, aanhef en onder a WMS.
Verder geeft de LCG aan dat het woord “vooraf” niet impliceert dat ook voor het bekendmaken aan derden van een voorgenomen besluit al advies aan de MR moet worden gevraagd.

Verkiezingen voor de MR of GMR
Iedere (G)MR krijgt op enig moment in het schooljaar te maken met verkiezingen. Wie mag zich daarbij kandidaat stellen, wie mag stemmen en hoe worden de verkiezingen georganiseerd?

Kiesrecht
Alle personeelsleden, alle ouders en verzorgers en in het voortgezet onderwijs alle leerlingen op school hebben actief en passief kiesrecht. Dit betekent dat zij hun stem mogen uitbrengen (actief) en dat zij zich kandidaat mogen stellen voor de MR (passief). 

De oudergeleding van de MR wordt gekozen door en uit de ouders van de school. Voor leerlingen geldt dat zij door en uit de leerlingen worden gekozen. De leden van de personeelsgeleding worden door en uit het personeel gekozen. Ieder personeelslid kan worden gekozen, dus niet alleen de docenten, maar ook het ondersteunend personeel zoals de conciërge. Ook de vorm van de aanstelling/benoeming (tijdelijk of vast) of het aantal uren dat iemand op school werkt, zijn niet van invloed op de beschikbaarheid voor de MR. De enige uitzondering hierop zijn personeelsleden die niet bij het bevoegd gezag te werk zijn gesteld; deze personeelsleden dienen minimaal zes maanden in dienst te zijn, zo niet dan hebben ze geen kiesrecht.

De leden van de GMR worden gekozen door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden. Een GMR-lid hoeft niet perse ook lid te zijn van een MR, maar in de praktijk blijkt dit wel een voordeel te zijn, met name als het gaat om communicatie.
Leden van het bevoegd gezag kunnen geen lid zijn van de MR of van de GMR. En dit geldt ook voor degenen die namens het bevoegd gezag overleggen met de (G)MR, bijvoorbeeld de schoolleider of locatieleider.

Organisatie van de verkiezingen
Om de verkiezingen goed te laten verlopen is een aantal zaken van belang. Verkiezingen beginnen met het instellen van een verkiezingscommissie. Deze commissie bestaat over het algemeen uit drie leden. Dit kunnen MR-leden zijn, maar de ouderraad kan ook iemand afvaardigen. De verkiezingscommissie stelt onder meer een datum vast, maar ook de tijdstippen van aanvang en einde van de stemming of de periode waarin gestemd kan worden. Ook zorgt de verkiezingscommissie voor een stembus in de hal of de aula van de school.

Kandidaatstelling

De verkiezingscommissie doet een oproep tot kandidaat stelling. Personeelsleden, ouders en leerlingen kunnen zich schriftelijk kandidaat stellen voor hun eigen geleding.

Verkiezingsprocedure

De verkiezingsprocedure van de (G)MR wordt vastgelegd in het medezeggenschapsreglement. De wet biedt bij het invullen van de procedure veel vrijheid. Een belangrijke wettelijke bepaling is dat de verkiezingen bij geheime, schriftelijke stemming plaatsvinden. De uitslag van de verkiezingen wordt door de verkiezingscommissie vastgesteld. Daarna worden de kandidaten, de MR, het bevoegd gezag en de betrokken geledingen geïnformeerd. Als er voor een geleding één vacature is, en er is slechts één kandidaat, dan hoeven er geen verkiezingen te worden georganiseerd

Onvoldoende kandidaten
Soms is het moeilijk om voldoende kandidaten te vinden voor de (G)MR. Het is in zo’n geval handig om eerst na te gaan wat voor mensen met welke deskundigheid in de MR gewenst zijn. Er wordt als het ware een profielschets gemaakt, bijvoorbeeld:

- Iemand die inhoudelijk goed op de hoogte is van ontwikkelingen op onderwijsgebied;
- Iemand met financiële deskundigheid;
- Iemand met deskundigheid op het gebied van personeelsbeleid.
Voor het werven van kandidaten door de oudergeleding van de MR kan het verstandig zijn om na te gaan of er geschikte kandidaten in de ouderraad zitten. Voor leerlingen geldt hetzelfde ten aanzien van de leerlingenraad.

Tussentijdse vacature

Als een MR-lid tussentijds aftreedt wordt hij/zij vervangen door degene die bij de verkiezingen op de tweede plaats is geëindigd. Deze invaller zit niet de volle periode uit, maar vult de resterende tijd van zijn voorganger op. Als er geen resterende kandidaten zijn, worden tussentijdse verkiezingen georganiseerd.

De juridische casus

Auteur: Rein van Dijk

De casus
Het bevoegd gezag van een school heeft het voornemen de school te sluiten vanwege teruglopende leerlingenaantallen en de financiële situatie van de school. Voorafgaand aan het voorgenomen besluit wordt de Raad van Toezicht om goedkeuring gevraagd en wordt de verantwoordelijke wethouder geïnformeerd. Tevens worden verkennende gesprekken gevoerd met een ander bevoegd gezag over de mogelijke gevolgen van de sluiting van de school. De ouders van de school worden geïnformeerd over het voornemen tot sluiting van de school, waarna de MR formeel om advies wordt gevraagd. De oudergeleding van de MR is van mening dat de MR in een eerder stadium betrokken had moeten worden bij de adviesvraag om tot sluiting van de school over te gaan. Nu kan de oudergeleding zich slechts uitspreken over de gevolgen van de voorgenomen sluiting van de school.

De zaak
Bij de voorbereiding van het voorgenomen besluit heeft het bevoegd gezag degenen die bestuurlijk verantwoordelijk zijn geïnformeerd. Dat waren de Raad van Toezicht en de wethouder van onderwijs van de gemeente. Aan de directeur van de school is feitelijke informatie gevraagd. Met het bevoegd gezag van een naburige school zijn onder voorbehoud van besluitvorming verkennende gesprekken gevoerd om na te gaan of leerlingen zouden kunnen overstappen en op welke voorwaarden. Met de MR is regelmatig gesproken over het wel en wee van de school en al langere tijd zijn alle bij de school betrokken geledingen actief om meer leerlingen en een gemengdere populatie te trekken. In oktober 2012 bleek het bevoegd gezag dat de omvang van de problemen van de school te groot was om deze nog met succes te kunnen oplossen. Achteraf betreurt het bevoegd gezag dat het toen niet onmiddellijk de zorgen met de MR heeft gedeeld. Dat betekent volgens het bevoegd gezag echter niet dat de gang van zaken niet in overeenstemming met de WMS is geweest.

Artikel 11 onder c WMS bepaalt dat het bevoegd gezag de MR vooraf in de gelegenheid stelt advies uit te brengen over een voorgenomen besluit over beëindiging van de werkzaamheden van de school. De MR is van mening dat zij eerder had moeten worden betrokken bij het voorgenomen besluit om de school te sluiten. Nu zijn allerlei instanties al betrokken en geïnformeerd en heeft het nieuws over de voorgenomen sluiting al in de plaatselijke pers gestaan. Kort voor de formele adviesvraag is de MR pas geïnformeerd over het voornemen tot sluiting en dat bericht komt als een donderslag bij heldere hemel.

De uitspraak
De partijen verschillen van mening over de interpretatie van het begrip “vooraf” in WMS art. 11. De LCG is van oordeel dat het begrip “vooraf” in de aanhef van artikel 11 WMS dient te worden gelezen in samenhang met artikel 17 WMS. In dat artikel is bepaald dat het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Daarvan is naar het oordeel van de Commissie sprake indien er in het proces van de, in dit geval, sluiting nog geen onomkeerbare stappen zijn gezet.

Ten aanzien van artikel 13 WMS (regeling van de gevolgen van de sluiting) overweegt de Commissie dat het voeren van overleg met de Raad van Toezicht en de wethouder van onderwijs alsmede de consultatie van het andere schoolbestuur over de mogelijkheden van toelating van leerlingen na de – eventuele – sluiting van de school, zijn aan te merken als het plegen van gebruikelijke voorbereidingshandelingen voor het nemen van een dergelijk voorgenomen besluit. Derhalve betreft dit niet het regelen van de gevolgen als bedoeld in artikel 13, aanhef en onder a WMS.
Verder geeft de LCG aan dat het woord “vooraf” niet impliceert dat ook voor het bekendmaken aan derden van een voorgenomen besluit al advies aan de MR moet worden gevraagd.

Verkiezingen voor de MR of GMR
Iedere (G)MR krijgt op enig moment in het schooljaar te maken met verkiezingen. Wie mag zich daarbij kandidaat stellen, wie mag stemmen en hoe worden de verkiezingen georganiseerd?

Kiesrecht
Alle personeelsleden, alle ouders en verzorgers en in het voortgezet onderwijs alle leerlingen op school hebben actief en passief kiesrecht. Dit betekent dat zij hun stem mogen uitbrengen (actief) en dat zij zich kandidaat mogen stellen voor de MR (passief). 

De oudergeleding van de MR wordt gekozen door en uit de ouders van de school. Voor leerlingen geldt dat zij door en uit de leerlingen worden gekozen. De leden van de personeelsgeleding worden door en uit het personeel gekozen. Ieder personeelslid kan worden gekozen, dus niet alleen de docenten, maar ook het ondersteunend personeel zoals de conciërge. Ook de vorm van de aanstelling/benoeming (tijdelijk of vast) of het aantal uren dat iemand op school werkt, zijn niet van invloed op de beschikbaarheid voor de MR. De enige uitzondering hierop zijn personeelsleden die niet bij het bevoegd gezag te werk zijn gesteld; deze personeelsleden dienen minimaal zes maanden in dienst te zijn, zo niet dan hebben ze geen kiesrecht.

De leden van de GMR worden gekozen door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden. Een GMR-lid hoeft niet perse ook lid te zijn van een MR, maar in de praktijk blijkt dit wel een voordeel te zijn, met name als het gaat om communicatie.
Leden van het bevoegd gezag kunnen geen lid zijn van de MR of van de GMR. En dit geldt ook voor degenen die namens het bevoegd gezag overleggen met de (G)MR, bijvoorbeeld de schoolleider of locatieleider.

Organisatie van de verkiezingen
Om de verkiezingen goed te laten verlopen is een aantal zaken van belang. Verkiezingen beginnen met het instellen van een verkiezingscommissie. Deze commissie bestaat over het algemeen uit drie leden. Dit kunnen MR-leden zijn, maar de ouderraad kan ook iemand afvaardigen. De verkiezingscommissie stelt onder meer een datum vast, maar ook de tijdstippen van aanvang en einde van de stemming of de periode waarin gestemd kan worden. Ook zorgt de verkiezingscommissie voor een stembus in de hal of de aula van de school.

Kandidaatstelling

De verkiezingscommissie doet een oproep tot kandidaat stelling. Personeelsleden, ouders en leerlingen kunnen zich schriftelijk kandidaat stellen voor hun eigen geleding.

Verkiezingsprocedure

De verkiezingsprocedure van de (G)MR wordt vastgelegd in het medezeggenschapsreglement. De wet biedt bij het invullen van de procedure veel vrijheid. Een belangrijke wettelijke bepaling is dat de verkiezingen bij geheime, schriftelijke stemming plaatsvinden. De uitslag van de verkiezingen wordt door de verkiezingscommissie vastgesteld. Daarna worden de kandidaten, de MR, het bevoegd gezag en de betrokken geledingen geïnformeerd. Als er voor een geleding één vacature is, en er is slechts één kandidaat, dan hoeven er geen verkiezingen te worden georganiseerd

Onvoldoende kandidaten
Soms is het moeilijk om voldoende kandidaten te vinden voor de (G)MR. Het is in zo’n geval handig om eerst na te gaan wat voor mensen met welke deskundigheid in de MR gewenst zijn. Er wordt als het ware een profielschets gemaakt, bijvoorbeeld:

- Iemand die inhoudelijk goed op de hoogte is van ontwikkelingen op onderwijsgebied;
- Iemand met financiële deskundigheid;
- Iemand met deskundigheid op het gebied van personeelsbeleid.
Voor het werven van kandidaten door de oudergeleding van de MR kan het verstandig zijn om na te gaan of er geschikte kandidaten in de ouderraad zitten. Voor leerlingen geldt hetzelfde ten aanzien van de leerlingenraad.

Tussentijdse vacature

Als een MR-lid tussentijds aftreedt wordt hij/zij vervangen door degene die bij de verkiezingen op de tweede plaats is geëindigd. Deze invaller zit niet de volle periode uit, maar vult de resterende tijd van zijn voorganger op. Als er geen resterende kandidaten zijn, worden tussentijdse verkiezingen georganiseerd.

Naar boven

Deel |