Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / De medezeggenschapsraad en de raad van toezicht / VOO oneens met staatssecretaris Dekker 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

De medezeggenschapsraad en de raad van toezicht / VOO oneens met staatssecretaris Dekker

AuteurRein van Dijk

Iedere rechtspersoon die met publieke gelden scholen in stand houdt, moet het interne toezicht op het bestuur goed regelen (functiescheiding tussen intern toezicht en het bestuur). De organisatievorm is daarbij vrij. Het is daarmee niet verplicht een afzonderlijke raad van toezicht in te stellen. Zo kan ook een deel van het bestuur statutair worden belast met het intern toezicht. Zodra echter een raad van toezicht wordt ingesteld heeft de medezeggenschapsraad een dubbel rol te vervullen.
In de eerste plaats komt de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad een adviesbevoegdheid toe met betrekking tot de vaststelling van de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan. In de WMS is deze adviesbevoegdheid beschreven in artikel 11 lid q. Daarnaast doet de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad een bindende voordracht voor één zetel in de raad van toezicht.


Binnen ieder samenwerkingsverband passend onderwijs wordt ook voldaan aan de wettelijke eisen omtrent het toezicht op het bestuur. Indien binnen het samenwerkingsverband een raad van toezicht wordt ingesteld, dient de ondersteuningsplanraad op grond van WMS art. 11 lid q haar adviesbevoegdheid uit te oefenen.

Wat is in dit verband de positie van de medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband? Deze raad, die bestaat uit personeel, aangesteld of werkzaam ten behoeve van het samenwerkingsverband, heeft een directe lijn met het bestuur van het samenwerkingsverband. We kunnen dan spreken over een relatie met het bevoegd gezag, waardoor het logisch is, dat die medezeggenschapsraad invloed kan uitoefenen op het profiel van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan. Dat laatste gebeurt niet als het aan de staatssecretaris ligt. De personeelsleden die aangesteld of werkzaam zijn bij het samenwerkingsverband kunnen zowel in de ondersteuningsplanraad als in de medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband worden gekozen/afgevaardigd. Bij het laten adviseren over de profielen van de toezichthouders zouden die personeelsleden twee keer invloed kunnen uitoefenen als die adviesbevoegdheid toekomt aan zowel de ondersteuningsplanraad als aan de medezeggenschapsraad. Vandaar dat de staatssecretaris nu voorstelt om alleen de ondersteuningsplanraad de in de WMS art. 11 lid q genoemde adviesbevoegdheid toe te kennen.

Het personeel van het samenwerkingsverband zal waarschijnlijk niet of ondervertegenwoordigd zijn in de ondersteuningsplanraden, is de inschatting van de VOO. Daarin zullen zeer waarschijnlijk veelal personeelsleden vanuit de scholen een plaats krijgen. In dat geval zullen veel personeelsleden van het samenwerkingsverband niet worden betrokken bij de inrichting van de raad die toezicht houdt op hun bestuur. Dat is in de ogen van de VOO ongewenst. Deze personeelsleden hebben een wellicht nog directere band met het bestuur van het samenwerkingsverband dan de personeelsleden vanuit de scholen. Dan is het ook wenselijk dat zij het toezichthoudend orgaan mede beïnvloeden.

De VOO pleit er dan ook voor dat beide binnen het samenwerkingsverband functionerende medezeggenschapsorganen, de ondersteuningsplanraad èn de medezeggenschapsraad van personeel, de adviesbevoegdheid van WMS art. 11 lid q kunnen uitoefenen.

Naar boven

Deel |