Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / GMR stemt niet in met fusieplan, bestuur mag besluit toch uitvoeren 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

GMR stemt niet in met fusieplan, bestuur mag besluit toch uitvoeren

Auteur: Janny Arends

Een GMR heeft volgens de geschillencommissie in redelijkheid zijn instemming aan een fusieplan onthouden, maar het bevoegd gezag mag het besluit desondanks uitvoeren.


Een stichting met tien openbare basisscholen is gevestigd in een gemeente die wordt opgedeeld in vier andere gemeenten. Het bevoegd gezag heeft een voorgenomen intentiebesluit tot fusie aan de GMR voorgelegd dat er op neer komt dat de tien scholen worden overgedragen aan de stichtingen die in de vier gemeenten het bestuur vormen van het openbaar onderwijs.

De GMR heeft niet ingestemd met het voorstel van het bevoegd gezag. De belangrijkste reden hiervoor is dat de GMR zo lang mogelijk aan de eigen zelfstandigheid wil vasthouden. Daarbij is er een door de GMR zelf ontwikkeld kader voor het beoordelen van samenwerkingsvoorstellen en de GMR hecht er belang aan dat de samenwerkingsvormen hieraan getoetst kunnen worden. De GMR is bang dat wanneer de scholen worden overgedragen aan reeds langer bestaande onderwijsstichtingen, dit de mogelijkheden beperkt om eisen te stellen aan de toekomstige samenwerking.

De geschillencommissie is van mening dat de GMR in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen fusiebesluit heeft kunnen onthouden; het bevoegd gezag had ook anders kunnen handelen en de LCG ziet in dat er bij de verplichte overdracht weinig mogelijkheden zijn om eigen eisen aan de nieuwe samenwerking te stellen.

De geschillencommissie heeft uiteindelijk geoordeeld dat het fusiebesluit mag worden uitgevoerd met een beroep op zogeheten zwaarwegende omstandigheden. Gebleken is dat in ieder geval één gemeente ernaar streeft om de scholen die na de herindeling op haar grondgebied liggen, onder te brengen bij de reeds bestaande stichting. De geschillencommissie twijfelt er niet aan dat de andere gemeenten dit voorbeeld zullen volgen. Hiermee rechtvaardigt de geschillencommissie uiteindelijk het uitvoeren van het voorgenomen besluit.
 

De wettelijke regels voor medezeggenschap in het onderwijs zijn vastgelegd in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). De WMS regelt de medezeggenschap in het primair, het voortgezet onderwijs en het speciaal.

Uitgangspunt van de WMS is dat er op elke school een medezeggenschapsraad (MR) is. Voor ouders en leerlingen is de eigen school het belangrijkste en daar hoort medezeggenschap te zijn gegarandeerd. Naast een MR per school moet ieder bestuur met meer scholen een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) instellen. In de wet is vastgelegd welke bevoegdheden de MR'en en de GMR hebben en welke informatie de MR of GMR hoort te krijgen van de directie of het bestuur.

Een MR per school en een GMR voor een bestuur met meer scholen is dus verplicht. Daarnaast zijn er mogelijkheden om de medezeggenschap naar eigen inzicht in te richten. De keuzes die het bestuur in overleg met de GMR maakt, worden vastgelegd in een medezeggenschapsstatuut. Naast een statuut heeft iedere (G)MR een reglement. Hierin staan de taken en bevoegdheden.

De oorspronkelijke wet en toelichting
De Wet medezeggenschap op scholen (Wms) is op 1 januari 2007 van kracht geworden. De oorspronkelijke wet werd gepubliceerd in het Staatsblad Stb. 2006, 658.
De Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel werd gepubliceerd in Kamerstukken II 2005/6, 30414, nr. 3.
Richtinggevende overwegingen en beslissingen in de uitspraken LCG WMS

GMR stemt niet in met fusieplan, bestuur mag besluit toch uitvoeren

Auteur: Janny Arends

Een GMR heeft volgens de geschillencommissie in redelijkheid zijn instemming aan een fusieplan onthouden, maar het bevoegd gezag mag het besluit desondanks uitvoeren.


Een stichting met tien openbare basisscholen is gevestigd in een gemeente die wordt opgedeeld in vier andere gemeenten. Het bevoegd gezag heeft een voorgenomen intentiebesluit tot fusie aan de GMR voorgelegd dat er op neer komt dat de tien scholen worden overgedragen aan de stichtingen die in de vier gemeenten het bestuur vormen van het openbaar onderwijs.

De GMR heeft niet ingestemd met het voorstel van het bevoegd gezag. De belangrijkste reden hiervoor is dat de GMR zo lang mogelijk aan de eigen zelfstandigheid wil vasthouden. Daarbij is er een door de GMR zelf ontwikkeld kader voor het beoordelen van samenwerkingsvoorstellen en de GMR hecht er belang aan dat de samenwerkingsvormen hieraan getoetst kunnen worden. De GMR is bang dat wanneer de scholen worden overgedragen aan reeds langer bestaande onderwijsstichtingen, dit de mogelijkheden beperkt om eisen te stellen aan de toekomstige samenwerking.

De geschillencommissie is van mening dat de GMR in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen fusiebesluit heeft kunnen onthouden; het bevoegd gezag had ook anders kunnen handelen en de LCG ziet in dat er bij de verplichte overdracht weinig mogelijkheden zijn om eigen eisen aan de nieuwe samenwerking te stellen.

De geschillencommissie heeft uiteindelijk geoordeeld dat het fusiebesluit mag worden uitgevoerd met een beroep op zogeheten zwaarwegende omstandigheden. Gebleken is dat in ieder geval één gemeente ernaar streeft om de scholen die na de herindeling op haar grondgebied liggen, onder te brengen bij de reeds bestaande stichting. De geschillencommissie twijfelt er niet aan dat de andere gemeenten dit voorbeeld zullen volgen. Hiermee rechtvaardigt de geschillencommissie uiteindelijk het uitvoeren van het voorgenomen besluit.
 

De wettelijke regels voor medezeggenschap in het onderwijs zijn vastgelegd in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). De WMS regelt de medezeggenschap in het primair, het voortgezet onderwijs en het speciaal.

Uitgangspunt van de WMS is dat er op elke school een medezeggenschapsraad (MR) is. Voor ouders en leerlingen is de eigen school het belangrijkste en daar hoort medezeggenschap te zijn gegarandeerd. Naast een MR per school moet ieder bestuur met meer scholen een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) instellen. In de wet is vastgelegd welke bevoegdheden de MR'en en de GMR hebben en welke informatie de MR of GMR hoort te krijgen van de directie of het bestuur.

Een MR per school en een GMR voor een bestuur met meer scholen is dus verplicht. Daarnaast zijn er mogelijkheden om de medezeggenschap naar eigen inzicht in te richten. De keuzes die het bestuur in overleg met de GMR maakt, worden vastgelegd in een medezeggenschapsstatuut. Naast een statuut heeft iedere (G)MR een reglement. Hierin staan de taken en bevoegdheden.

De oorspronkelijke wet en toelichting
De Wet medezeggenschap op scholen (Wms) is op 1 januari 2007 van kracht geworden. De oorspronkelijke wet werd gepubliceerd in het Staatsblad Stb. 2006, 658.
De Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel werd gepubliceerd in Kamerstukken II 2005/6, 30414, nr. 3.
Richtinggevende overwegingen en beslissingen in de uitspraken LCG WMS

Naar boven

Deel |