Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Medezeggenschap passend onderwijs: oprichten samenwerkingsverband en bevoegdheid (G)MR 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Medezeggenschap passend onderwijs: oprichten samenwerkingsverband en bevoegdheid (G)MR

Auteur: Marieke Boon

In januari is het Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs van start gegaan. Dit steunpunt helpt bij de wijziging en deels nieuwe inrichting van de medezeggenschap door de invoering van passend onderwijs. De afgelopen periode is het Steunpunt al veelvuldig benaderd voor vragen, het geven van advies en voorlichting. Het steunpunt verzorgt onder andere algemene voorlichtingsbijeenkomsten over de medezeggenschap binnen passend onderwijs voor ieder samenwerkingsverband. De telefonische helpdesk (0800-2700 400 gratis) beantwoordt direct vragen van (G)MR-leden, personeelsleden en ouders.

Oprichting samenwerkingsverband en bevoegdheid (G)MR
In het kader van passend onderwijs vormen besturen met elkaar een samenwerkingsverband. Deze samenwerkingsverbanden zijn wettelijk bepaald. Ieder bestuur dat in een regio een school heeft, moet deelnemen aan dit samenwerkingsverband. Wanneer het gaat om het aangaan van een duurzame samenwerking heeft de (G)MR een adviesbevoegdheid (WMS artikel 11d). Maar in hoeverre geldt deze adviesbevoegdheid voor deelname aan dit samenwerkingsverband?

Geen advies over wel of niet aansluiten
De (G)MR heeft geen bevoegdheid over het wel of niet aansluiten bij het samenwerkingsverband, dat is een wettelijke verplichting. Welke school/bestuur onder welk samenwerkingsverband valt, is wettelijk bepaald en daarover is dan ook geen medezeggenschap mogelijk. Maar als het gaat over de wijze waarop men in het samenwerkingsverband zal samenwerken, is er discussie in hoeverre de (G)MR over de inrichting van de samenwerkingen en de afspraken die men daarover vastlegt, adviesrecht heeft. Het ministerie van OCW is van mening dat zolang er geen afspraken worden gemaakt die van invloed zijn op de inhoud van het ondersteuningsplan, er ook geen advies gevraagd hoeft te worden. De medezeggenschap over de samenwerking ligt dan bij de ondersteuningsplanraad die instemming moet verlenen aan het ondersteuningsplan.

Wel advies over wijze van samenwerken
Niet alle betrokkenen zijn het met deze stellingname van het ministerie eens. De ouderorganisaties, vakbonden en werkgeversorganisaties zijn van mening dat deze redenering te beperkt is. Het gaat hier om een duurzame samenwerking met andere organisaties en over hoe die wordt ingericht (welke rechtspersoon, welke bestuursvorm is van toepassing), en dan is er wel sprake van een adviesbevoegdheid voor de (G)MR’en van de deelnemende besturen. Dit heeft ten slotte consequenties voor de deelnemende besturen.

(Ongevraagd) advies uitbrengen
Een dilemma en hoe kan je hier als (G)MR nu het beste mee omgaan? Als lid van de (G)MR is het in ieder geval heel belangrijk om goed op de hoogte te zijn van deze samenwerking en daarover vragen te stellen aan de directeur of bestuurder. Bijvoorbeeld over de gekozen rechtsvorm of bestuursvorm en wat dit betekent voor het eigen bestuur. Maar ook over de te verwachten wijziging door de invoering van passend onderwijs. Welke financiële consequenties of personele gevolgen heeft dit? Of wat gaat er veranderen in het ondersteuningsbeleid? Een belangrijk onderwerp om met elkaar te bespreken en als (G)MR een (gevraagd óf ongevraagd) advies over uit te brengen.

Naar boven

Deel |