Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Organisatiemodellen voor de GMR 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Organisatiemodellen voor de GMR

Auteur: drs. Janny Arends

Inleiding

De WMS heeft het mogelijk gemaakt om de medezeggenschap zo vorm te geven dat die het beste bij de specifieke situatie van een schoolbestuur past. Voor een GMR betekent dit dat er veel variatie mogelijk is, niet alleen in omvang, maar ook in de wijze waarop de MR’en vertegenwoordigd zijn in de GMR en in de interne organisatie van de GMR

Wat staat er in de WMS?
Een GMR is verplicht bij besturen met meer dan 1 school. In de GMR is elke MR van de betrokken scholen vertegenwoordigd. Dit betekent niet dat iedere MR een fysieke vertegenwoordiger in de GMR heeft, maar het kan ook via een groep van MR’en.
De leden van de GMR worden gekozen door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden, waarbij er evenveel personeelsleden als ouders (en in het voorgezet onderwijs ook nog leerlingen) in de GMR zitten. Verder kent de WMS een aantal artikelen die zowel voor MR als GMR gelden. Een daarvan is het artikel over het minimum aantal leden van de (G)MR; de WMS stelt dit op vier. Een ander is het artikel waarin wordt gesteld dat de verkiezing van de leden van de (G)MR geschiedt bij geheime schriftelijke stemming.

Taken GMR
De GMR houdt zich bezig met aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle scholen of voor de meerderheid van de scholen. In WMS artikel 16 staat een aantal onderwerpen waarover de GMR in ieder geval advies of instemming moet uitbrengen. Dat betreft het meerjarig financieel beleid en de criteria die worden toegepast bij de verdeling van de middelen over voorzieningen op bovenschools niveau en op schoolniveau . Verder heeft de GMR een adviesrecht bij de aanstelling of het ontslag van personeel dat is belast met managementtaken ten behoeve van mee dan een school. De personeelsgeleding van de GMR heeft een instemmingsbevoegdheid bij de samenstelling van de formatie van personeel dat bovenschoolse werkzaamheden verricht.

Organisatiemodellen GMR
Zoals eerder aangegeven bepaalt ieder bestuur samen met de GMR wat het ideale aantal leden van de GMR is, als dat maar minimaal 4 is. Een maximum is moeilijk te bepalen. Van belang is in ieder geval dat de GMR waarde hecht aan de mening van de achterban en streeft naar een breed draagvlak voor de uitoefening van zijn taak.
De WMS stelt verder geen eisen aan de GMR. Bij het bepalen van een geschikt organisatiemodel voor de GMR zijn drie factoren van belang: het aantal scholen dat onder een bestuur valt, de keuze om te werken met werkgroepen en de rol van het dagelijks bestuur van de GMR.

Aantal scholen
Bij een bestuur met een relatief klein aantal scholen (maximaal 12) kan iedere MR in de GMR vertegenwoordigd zijn zonder dat de GMR te omvangrijk wordt om nog effectief te kunnen vergaderen. De keuze is dan of per school 1 vertegenwoordiger wordt afgevaardigd - waarbij dan wel moet worden vastgelegd dat een andere school de andere geleding afvaardigt - of dat zowel de ouder- als de personeelsgeleding in de GMR is vertegenwoordigd.
Bij besturen met meer dan 12 scholen kan ervoor worden gekozen om met clusters van scholen te werken, waarbij een indeling per wijk of per schoolsoort bijvoorbeeld kleine en grote scholen, stads- en dorpsscholen, etc. kan worden gemaakt. Bij een bestuur van 24 scholen worden dan bijvoorbeeld 6 wijkgebonden clusters gemaakt die elk een personeelslid en een ouderlid kiezen die naar de GMR worden afgevaardigd.

Ook is het mogelijk volledig vrije verkiezingen te organiseren waarbij alle ouders (en leerlingen) en personeelsleden kandidaat kunnen zijn. In het verkiezingsreglement kan een bepaling worden opgenomen die ervoor zorgt dat niet meerdere kandidaten van één school in de GMR komen.

Werken met werkgroepen
Naarmate een GMR meer leden telt, is het gemakkelijker om taken te verdelen over de diverse ouders en personeelsleden. Vaak wordt in dat geval gewerkt met werkgroepen. Een veel voorkomende indeling hierbij is een werkgroep middelen, een werkgroep personeel, een werkgroep onderwijs en een werkgroep communicatie. De werkgroepen bevatten bij voorkeur zowel ouders als personeelsleden en zij kunnen over de beleidsvoorstellen die hun terrein betreffen, een pre-advies aan de GMR uitbrengen. De voltallige GMR neemt dan het uiteindelijke besluit. Ook niet-GMR leden kunnen participeren in dergelijke werkgroepen.

Dagelijks bestuur van de GMR
Het is gebruikelijk om bij de GMR een dagelijks bestuur (DB) te kiezen waarin idealiter zowel ouders als personeelsleden zitten. De werkzaamheden en de hoeveelheid ingezette tijd van een dagelijks bestuur verschillen per GMR. Een in omvang klein DB kan het vooroverleg met het bevoegd gezag voeren en verdere specifieke taken verdelen met de overige GMR-leden. Er kan ook worden gekozen voor een groter en actiever DB, bijvoorbeeld met drie personeelsleden en drie ouders. En dergelijk DB kan dan – eventueel samen met de voorzitters van de diverse werkgroepen - een pre-advies voorbereiden en dit voorleggen aan de voltallige GMR.

Uiteindelijk is niet te zeggen welk model of welke werkwijze van de GMR het meest succesvol is, dit zal voornamelijk afhangen van de inzet van de individuele GMR-leden en de samenwerking met het bevoegd gezag. Het is in ieder geval verstandig om eens in de twee à drie jaar de werkwijze van de GMR te evalueren en eventueel bij te stellen.

 

 

 

“Daar gaat de MR over. Of toch de GMR?”

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) zegt niet welke van de bevoegdheden in de artikelen 10 t/m 14 aan de MR en welke aan de GMR toekomen. Zo’n verdeling vooraf is ook niet te geven. De reikwijdte van een voorgenomen besluit bepaalt waar het medezeggenschapsrecht ligt. 


De bevoegdheden

De WMS noemt in de artikelen 10 tot en met 14 een aantal instemmings- en adviesbevoegdheden. Deze gelden voor alle medezeggenschapsraden, voor gemeenschappelijke medezeggenschapsraden en voor de afzonderlijke geledingen van die raden. Het is een opsomming van thema’s die een bestuur aan één van zijn medezeggenschapsorganen moet voorleggen voordat het bestuur er een besluit over mag nemen. Maar aan welk medezeggenschapsorgaan? In de wettekst worden de bevoegdheden in principe aan de MR toegekend, waarbij diezelfde wettekst (in art. 16, lid 1) daar direct aan toevoegt dat wanneer een voorgenomen besluit voor alle – of voor de meeste – scholen onder een bestuur van belang is, de GMR aan zet is.

De reikwijdte van besluiten
De WMS onderscheidt zaken die van belang zijn voor één school en zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle (of de meerderheid van de) scholen. In het laatste geval treedt de GMR in de bevoegdheden van de MR.
In principe kunnen alle instemmings- en adviesbevoegdheden door de MR of door de GMR worden uitgeoefend. Niet het onderwerp, maar de reikwijdte van het voorgenomen besluit, is bepalend voor de keuze tussen MR of GMR. De vraag waar een bevoegdheid thuis hoort, zou daarom in feite gemakkelijk te beantwoorden moeten zijn. Het is immers slechts nodig te bepalen of een bepaalde kwestie betrekking heeft op alle, of de meeste, scholen onder een bestuur of niet. In de eerste jaren na de invoering van de WMS bleek dat nogal wat besturen op voorhand willen bepalen – en in de reglementen van de raden willen vastleggen – of iets een aangelegenheid is voor de MR dan wel voor de GMR. Een overbodige actie, het is voldoende de wettelijke lijst in zijn geheel op te nemen in alle reglementen of om daarnaar te verwijzen.

Andere raden
Behalve de voorschriften dat iedere school een MR moet hebben en elk bestuur met meer dan één school een GMR, is de inrichting van de medezeggenschapsstructuur onder de WMS behoorlijk vrij. Er kunnen deelraden zijn voor aparte locaties of afdelingen en desgewenst ook groeps- of themaraden. Wat betreft deel- of groepsraden, geldt een soortgelijk principe als bij de MR en de GMR: betreft een besluit een locatie, dan heeft de deelraad recht van spreken; betreft het de hele school, dan is het aan de MR. Evenzo verhoudt zich de groepsmedezeggenschapsraad tot de GMR.
In geval van een themaraad echter, wordt een bevoegdheid daadwerkelijk uit de verzameling van bevoegdheden van de MR of de GMR gehaald en aan de themaraad toegekend. In zo’n geval is het wél van belang duidelijk te beschrijven in het reglement welke bevoegdheden zijn overgebleven voor de overdragende raad en welke aan de themaraad wordt toegekend.

Conclusie
De wetgever heeft de verdeling tussen MR en GMR niet vooraf gemaakt, omdat niet alle besturen op dezelfde manier werken. Door een verdeling over schoolse en bovenschoolse aangelegenheden voor te schrijven, zou de wijze van besturen eveneens - grotendeel – worden vastgelegd. Terwijl de WMS juist vrijheid wilde bieden in het vormgeven van medezeggenschap. Bovendien ís voor sommige aangelegenheden vooraf helemaal geen keuze te maken. Dat zijn de onderwerpen die zich sowieso op meerdere niveaus kunnen voordoen. Fusie is er zo één: gaan twee scholen samen, dan hebben de MR’en instemmingsrecht, gaan twee besturen samen dan is het woord aan de GMR’en.
Een medezeggenschapsorgaan dat het niet eens is met de manier waarop het bestuur de bevoegdheden wenst te verdelen, stemt niet in met het reglement. Het bestuur kan daarop een geschil aanhangig maken bij de Landelijke Commissie Geschillen WMS.

Organisatiemodellen voor de GMR

Auteur: drs. Janny Arends

Inleiding

De WMS heeft het mogelijk gemaakt om de medezeggenschap zo vorm te geven dat die het beste bij de specifieke situatie van een schoolbestuur past. Voor een GMR betekent dit dat er veel variatie mogelijk is, niet alleen in omvang, maar ook in de wijze waarop de MR’en vertegenwoordigd zijn in de GMR en in de interne organisatie van de GMR

Wat staat er in de WMS?
Een GMR is verplicht bij besturen met meer dan 1 school. In de GMR is elke MR van de betrokken scholen vertegenwoordigd. Dit betekent niet dat iedere MR een fysieke vertegenwoordiger in de GMR heeft, maar het kan ook via een groep van MR’en.
De leden van de GMR worden gekozen door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden, waarbij er evenveel personeelsleden als ouders (en in het voorgezet onderwijs ook nog leerlingen) in de GMR zitten. Verder kent de WMS een aantal artikelen die zowel voor MR als GMR gelden. Een daarvan is het artikel over het minimum aantal leden van de (G)MR; de WMS stelt dit op vier. Een ander is het artikel waarin wordt gesteld dat de verkiezing van de leden van de (G)MR geschiedt bij geheime schriftelijke stemming.

Taken GMR
De GMR houdt zich bezig met aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle scholen of voor de meerderheid van de scholen. In WMS artikel 16 staat een aantal onderwerpen waarover de GMR in ieder geval advies of instemming moet uitbrengen. Dat betreft het meerjarig financieel beleid en de criteria die worden toegepast bij de verdeling van de middelen over voorzieningen op bovenschools niveau en op schoolniveau . Verder heeft de GMR een adviesrecht bij de aanstelling of het ontslag van personeel dat is belast met managementtaken ten behoeve van mee dan een school. De personeelsgeleding van de GMR heeft een instemmingsbevoegdheid bij de samenstelling van de formatie van personeel dat bovenschoolse werkzaamheden verricht.

Organisatiemodellen GMR
Zoals eerder aangegeven bepaalt ieder bestuur samen met de GMR wat het ideale aantal leden van de GMR is, als dat maar minimaal 4 is. Een maximum is moeilijk te bepalen. Van belang is in ieder geval dat de GMR waarde hecht aan de mening van de achterban en streeft naar een breed draagvlak voor de uitoefening van zijn taak.
De WMS stelt verder geen eisen aan de GMR. Bij het bepalen van een geschikt organisatiemodel voor de GMR zijn drie factoren van belang: het aantal scholen dat onder een bestuur valt, de keuze om te werken met werkgroepen en de rol van het dagelijks bestuur van de GMR.

Aantal scholen
Bij een bestuur met een relatief klein aantal scholen (maximaal 12) kan iedere MR in de GMR vertegenwoordigd zijn zonder dat de GMR te omvangrijk wordt om nog effectief te kunnen vergaderen. De keuze is dan of per school 1 vertegenwoordiger wordt afgevaardigd - waarbij dan wel moet worden vastgelegd dat een andere school de andere geleding afvaardigt - of dat zowel de ouder- als de personeelsgeleding in de GMR is vertegenwoordigd.
Bij besturen met meer dan 12 scholen kan ervoor worden gekozen om met clusters van scholen te werken, waarbij een indeling per wijk of per schoolsoort bijvoorbeeld kleine en grote scholen, stads- en dorpsscholen, etc. kan worden gemaakt. Bij een bestuur van 24 scholen worden dan bijvoorbeeld 6 wijkgebonden clusters gemaakt die elk een personeelslid en een ouderlid kiezen die naar de GMR worden afgevaardigd.

Ook is het mogelijk volledig vrije verkiezingen te organiseren waarbij alle ouders (en leerlingen) en personeelsleden kandidaat kunnen zijn. In het verkiezingsreglement kan een bepaling worden opgenomen die ervoor zorgt dat niet meerdere kandidaten van één school in de GMR komen.

Werken met werkgroepen
Naarmate een GMR meer leden telt, is het gemakkelijker om taken te verdelen over de diverse ouders en personeelsleden. Vaak wordt in dat geval gewerkt met werkgroepen. Een veel voorkomende indeling hierbij is een werkgroep middelen, een werkgroep personeel, een werkgroep onderwijs en een werkgroep communicatie. De werkgroepen bevatten bij voorkeur zowel ouders als personeelsleden en zij kunnen over de beleidsvoorstellen die hun terrein betreffen, een pre-advies aan de GMR uitbrengen. De voltallige GMR neemt dan het uiteindelijke besluit. Ook niet-GMR leden kunnen participeren in dergelijke werkgroepen.

Dagelijks bestuur van de GMR
Het is gebruikelijk om bij de GMR een dagelijks bestuur (DB) te kiezen waarin idealiter zowel ouders als personeelsleden zitten. De werkzaamheden en de hoeveelheid ingezette tijd van een dagelijks bestuur verschillen per GMR. Een in omvang klein DB kan het vooroverleg met het bevoegd gezag voeren en verdere specifieke taken verdelen met de overige GMR-leden. Er kan ook worden gekozen voor een groter en actiever DB, bijvoorbeeld met drie personeelsleden en drie ouders. En dergelijk DB kan dan – eventueel samen met de voorzitters van de diverse werkgroepen - een pre-advies voorbereiden en dit voorleggen aan de voltallige GMR.

Uiteindelijk is niet te zeggen welk model of welke werkwijze van de GMR het meest succesvol is, dit zal voornamelijk afhangen van de inzet van de individuele GMR-leden en de samenwerking met het bevoegd gezag. Het is in ieder geval verstandig om eens in de twee à drie jaar de werkwijze van de GMR te evalueren en eventueel bij te stellen.

 

 

 

“Daar gaat de MR over. Of toch de GMR?”

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) zegt niet welke van de bevoegdheden in de artikelen 10 t/m 14 aan de MR en welke aan de GMR toekomen. Zo’n verdeling vooraf is ook niet te geven. De reikwijdte van een voorgenomen besluit bepaalt waar het medezeggenschapsrecht ligt. 


De bevoegdheden

De WMS noemt in de artikelen 10 tot en met 14 een aantal instemmings- en adviesbevoegdheden. Deze gelden voor alle medezeggenschapsraden, voor gemeenschappelijke medezeggenschapsraden en voor de afzonderlijke geledingen van die raden. Het is een opsomming van thema’s die een bestuur aan één van zijn medezeggenschapsorganen moet voorleggen voordat het bestuur er een besluit over mag nemen. Maar aan welk medezeggenschapsorgaan? In de wettekst worden de bevoegdheden in principe aan de MR toegekend, waarbij diezelfde wettekst (in art. 16, lid 1) daar direct aan toevoegt dat wanneer een voorgenomen besluit voor alle – of voor de meeste – scholen onder een bestuur van belang is, de GMR aan zet is.

De reikwijdte van besluiten
De WMS onderscheidt zaken die van belang zijn voor één school en zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle (of de meerderheid van de) scholen. In het laatste geval treedt de GMR in de bevoegdheden van de MR.
In principe kunnen alle instemmings- en adviesbevoegdheden door de MR of door de GMR worden uitgeoefend. Niet het onderwerp, maar de reikwijdte van het voorgenomen besluit, is bepalend voor de keuze tussen MR of GMR. De vraag waar een bevoegdheid thuis hoort, zou daarom in feite gemakkelijk te beantwoorden moeten zijn. Het is immers slechts nodig te bepalen of een bepaalde kwestie betrekking heeft op alle, of de meeste, scholen onder een bestuur of niet. In de eerste jaren na de invoering van de WMS bleek dat nogal wat besturen op voorhand willen bepalen – en in de reglementen van de raden willen vastleggen – of iets een aangelegenheid is voor de MR dan wel voor de GMR. Een overbodige actie, het is voldoende de wettelijke lijst in zijn geheel op te nemen in alle reglementen of om daarnaar te verwijzen.

Andere raden
Behalve de voorschriften dat iedere school een MR moet hebben en elk bestuur met meer dan één school een GMR, is de inrichting van de medezeggenschapsstructuur onder de WMS behoorlijk vrij. Er kunnen deelraden zijn voor aparte locaties of afdelingen en desgewenst ook groeps- of themaraden. Wat betreft deel- of groepsraden, geldt een soortgelijk principe als bij de MR en de GMR: betreft een besluit een locatie, dan heeft de deelraad recht van spreken; betreft het de hele school, dan is het aan de MR. Evenzo verhoudt zich de groepsmedezeggenschapsraad tot de GMR.
In geval van een themaraad echter, wordt een bevoegdheid daadwerkelijk uit de verzameling van bevoegdheden van de MR of de GMR gehaald en aan de themaraad toegekend. In zo’n geval is het wél van belang duidelijk te beschrijven in het reglement welke bevoegdheden zijn overgebleven voor de overdragende raad en welke aan de themaraad wordt toegekend.

Conclusie
De wetgever heeft de verdeling tussen MR en GMR niet vooraf gemaakt, omdat niet alle besturen op dezelfde manier werken. Door een verdeling over schoolse en bovenschoolse aangelegenheden voor te schrijven, zou de wijze van besturen eveneens - grotendeel – worden vastgelegd. Terwijl de WMS juist vrijheid wilde bieden in het vormgeven van medezeggenschap. Bovendien ís voor sommige aangelegenheden vooraf helemaal geen keuze te maken. Dat zijn de onderwerpen die zich sowieso op meerdere niveaus kunnen voordoen. Fusie is er zo één: gaan twee scholen samen, dan hebben de MR’en instemmingsrecht, gaan twee besturen samen dan is het woord aan de GMR’en.
Een medezeggenschapsorgaan dat het niet eens is met de manier waarop het bestuur de bevoegdheden wenst te verdelen, stemt niet in met het reglement. Het bestuur kan daarop een geschil aanhangig maken bij de Landelijke Commissie Geschillen WMS.

Naar boven

Deel |