Home / Medezeggenschap / Themabrief medezeggenschap / Rol MR bij fusie en grondslagwijziging van de school 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Rol MR bij fusie en grondslagwijziging van de school

Auteur: Janny Arends

De casus

Een bevoegd gezag is van plan om 2 scholen te fuseren tot 1 school. Bij een fusie heeft de MR op grond van WMS artikel 10h een instemmingsbevoegdheid. Omdat het om een fusie van 2 scholen met verschillende denominatie gaat, namelijk een rooms-katholieke en een protestants-christelijke school, leidt dit tot een grondslagwijziging van 1 van de scholen. Bij een dergelijke wijziging heeft de oudergeleding van de MR op grond van WMS artikel 13a een instemmingsbevoegdheid.

Geen instemming
Omdat de MR van 1 van de scholen niet instemde met de fusie en de oudergeleding geen instemming kon verlenen aan de wijziging van de grondslag werden beide zaken voorgelegd aan de geschillencommissie. De redenen hiervoor waren dat de MR onvoldoende informatie heeft ontvangen. Zo waren er ten aanzien van de onderwijsinhoud, de huisvesting en het personeel geen beslissingen genomen. Het leek erop dat het bevoegd gezag het eerste jaar na de voorgenomen fusie wilde gebruiken om de fusie verder invulling te geven. Voor de MR betekende dit dat hem onvoldoende inzicht werd geboden in de gevolgen van de fusie.
Een ander punt is dat het bevoegd gezag heeft verzuimd om de fusie-effectrapportage (FER) ter instemming aan de MR voor te leggen. Op grond van WMS artikel 10h heeft de MR niet alleen een instemmingsbevoegdheid bij de fusie op zich, maar ook een instemmingsbevoegdheid bij de FER.

Uitspraak geschillencommissie
De geschillencommissie wijst er in haar oordeel op dat de MR op grond van WMS artikel 8 voldoende informatie van het bevoegd gezag moet ontvangen om zijn taak redelijkerwijs te kunnen vervullen. De commissie is van mening dat dat niet is gebeurd en stelt vast dat de MR in redelijkheid zijn instemming aan het voorgenomen besluit tot fusie heeft kunnen onthouden. De MR krijgt op dit punt dus gelijk.
Wat betreft het niet voorleggen van de fusie-effectrapportage stelt de geschillencommissie dat het bevoegd gezag hiermee de WMS niet naleeft. In zo’n geval kan een vordering worden voorgelegd aan de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam.
Omdat het voorstel tot grondslagwijziging niet los kan worden gezien van het fusievoorstel is de geschillencommissie ook hier van mening dat de oudergeleding van de MR in redelijkheid zijn instemming heeft kunnen onthouden.

Ten slotte zijn er volgens de geschillencommissie geen zwaarwegende omstandigheden die de voorstellen van het bevoegd gezag rechtvaardigen. De fusie en de daaruit voortvloeiende grondslagwijziging gaan dus niet door.

Naar boven

Deel |