Home / Vereniging Openbaar Onderwijs / Historie 036 - 533 15 00

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Historie

De Vereniging Openbaar Onderwijs is opgericht in 1866 als vereeniging Volksonderwijs.

Aanleiding voor oprichting was de schoolwet van 1857 waarin het algemeen christelijk karakter van openbare scholen werd vastgelegd. Katholieken en protestanten gingen echter steeds meer eigen scholen stichten, omdat het uitgangspunt van de openbare school voor hen 'te algemeen' was. Zij eisten volledige (overheids-)vergoeding voor hun scholen. Daarbij zette men zich echter af tegen de openbare school, door haar zwart te maken. Dat ging twee Friese schoolopzieners te ver: met enkele medestanders werd de voorloper van de Vereniging Openbaar Onderwijs opgericht: de Vereniging ter Bevordering van het Volksonderwijs. Deze zette zich eveneens in om het veelvuldig schoolverzuim tegen te gaan.


Fusies

In de loop der jaren voerde de vereniging (een vaak felle) strijd om overal openbare scholen te krijgen en deze zoveel mogelijk te steunen. In januari 1876 gaat het 'Nederlandse Schoolverbond', een vereniging die in 1870 was opgericht ter bestrijding van het schoolverzuim, samen met de vereniging 'Volksonderwijs'. De nieuwe naam van de beide verenigingen wordt 'Vereeniging tot bevordering van het Volksonderwijs en het Schoolbezoek in Nederland'. Na deze fusie telde de vereniging 10.000 leden, verspreid over 26 afdelingen. Voorzitter van de vereniging werd dr. H.J.E. van Leeuwen; Beijma werd ere-lid.

In 1968 fuseerde de vereniging met de Nederlandse Ouderraad voor het Openbaar Lager Onderwijs (uit 1923) tot Vereniging Openbaar Onderwijs. Zij zet zich in voor kwalitatief goed - openbaar - onderwijs waarbij medezeggenschap voor mensen die bij dit onderwijs zijn betrokken het uitgangspunt is. De situatie van na de 'onderwijspacificatie': een dalend aantal leerlingen en scholen voor het openbaar onderwijs, maar een bloeiende vereniging, zette zich voort. Het ledental dat in 1950 tot 125.000 gestegen was, noodzaakte een ruimere behuizing. De VOO betrok een nieuw pand in de Jan Luykenstraat in Amsterdam.


Voorvechter van emancipatie en democratisering

In 2016 bestond de Vereniging Openbaar Onderwijs dus 150 jaar; onafhankelijk sinds 1866 en sindsdien verdediger van openbaar onderwijs en voorvechter van emancipatie en democratisering in het Nederlandse onderwijs. Bij een jubileum past het ook om terug te kijken. Boos over de ‘agitatiekoorts tegen het openbaar onderwijs door al te vurige predikanten’ stonden schoolopzieners Frederik van Beijma thoe Kingma en Philip van Blom in Leeuwarden aan de wieg van de Vereniging Volksonderwijs, nu de Vereniging Openbaar Onderwijs. Hun juridische kennis en politieke netwerk kwamen goed van pas bij de strijd tegen ‘de miskenning en verdachtmaking die de openbare school moet ondervinden’.

Voorzitter Van Beijma bestookte de Staten Generaal direct met verhalen over de ‘onvoldoende toestand’ van de volksscholen. Voor het Nederlands Onderwijzers Genootschap, een van de voorgangers van de AOb, reden Van Beijma te benoemen tot lid van verdienste.

Maar de vereniging beperkte zich in haar idealen al snel niet meer tot de verdediging van openbare scholen en werd een verzamelplaats van voorstanders voor structurele verbeteringen van het onderwijs. Een van de eerste onrechten waar Volksonderwijs zich druk om maakte, was de ongelijkheid tussen jongens en meisjes. In 1871 drong de vereniging er bij Thorbecke, minister van Binnenlandse Zaken, op aan dat ook meisjes naar de nieuwe Rijks Hoogere Burgerschool mochten. Die was het daar wel mee eens: ‘In elk geval behoort te worden onderzocht of er bedenking wezen zou ook meisjes tegelijk met de knapen aan het onderwijs te laten deelnemen.’ Toch openden niet veel later de eerste hbs’en hun deuren voor meisjes.

Speerpunt was ook de invoering van de Leerplichtwet in 1900 waarvoor volgens minister Hendrik Goeman Borgesius de vereniging ‘zoo krachtig heeft gestreden door indiening en verdediging van de leerplichtwet’. Een stuk dichter bij onze tijd staat de invoering van de wettelijke medezeggenschap van ouders en leerkrachten en in het voortgezet onderwijs ook van leerlingen, waarbij de VOO een belangrijke rol speelde.


Een vereniging die anderhalve eeuw bestaat heeft wat te vertellen.

Wie denkt dat de uitdagingen voor het hedendaagse onderwijs zich beperken tot het omarmen van tablets of het uitventen van goed in de markt liggende schoolconcepten, heeft het mis. Moeilijke vraagstukken van vandaag gaan over de tegenstellingen die kinderen met verschillende achtergronden op school moeten overbruggen, over gelijke kansen op goed onderwijs en het bespreekbaar maken van lastige onderwerpen zoals radicale denkbeelden over religie of homoseksualiteit. Het onderwijs moet meer dan ooit op zoek naar de verbinding tussen individuen en bijdragen aan het versterken van onze samenleving. Openbare scholen kunnen dankzij hun vrije geest en open karakter een voortrekkersrol vervullen. U kunt daarbij op de inzet en hulp van de VOO rekenen.

Belangrijke speerpunten blijven daarom de algemene toegankelijkheid in het onderwijs, de positie van ouders, versterking van de medezeggenschap en de identiteit en idealen van het openbaar onderwijs.

Bronnen: Het archief van de Vereniging Openbaar Onderwijs en haar rechtsvoorgangers is ondergebracht in het Stadsarchief Amsterdam.

Naar boven

Deel |