Home / Nieuws / Daarom schuwen (sommige) leraren taboes 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

Daarom schuwen (sommige) leraren taboes

12 maart 2017
Auteur: drs. Flora Breemer
News

‘Scholen maken zich grote zorgen over integratie’, luidde de tamelijk suggestieve kop van het persbericht van DUO Onderwijsonderzoek in februari. Het persbericht werd door veel media opgepikt en men ging met de resultaten aan de haal.

De integratie op scholen is mislukt, zo klonk het. Maar dat viel uit het onderzoek van DUO niet op te maken. De onderzoekers stelden hun respondenten de volgende vraag: ‘In de media hoor je tegenwoordig veel over “de mislukte integratie en de toenemende segregatie” in de samenleving. Herkent u dat beeld bij leerlingen op uw school?’ Omdat integratie en segregatie zulke verschillende onderwerpen zijn, was het onmogelijk om hier een goed antwoord op te geven, laat staan iets te concluderen uit de antwoorden. Bovendien konden respondenten alleen kiezen uit de antwoordcategorieën ‘ja’, ‘nee’, ‘weet niet’ en ‘niet van toepassing: wij hebben geen leerlingen van ouders van niet-westerse allochtone afkomst’. De laatste optie is stuitend: de onderzoekers impliceren hiermee dat op een zogenaamde ‘witte school’ geen sprake kan zijn van segregatie of van integratieproblematiek.


Wat er mis ging

In de vragen die volgden, werden integratie en segregatie nog steeds in één adem genoemd, gescheiden door een schuine streep. De laatste vragen spreken alleen van segregatie. Deze constructie maakt alle resultaten waardeloos. Immers, dat er op veel scholen sprake is van een groeiende culturele homogeniteit, staat hoogstens in verband met het al dan niet slagen van integratie, maar dit zijn toch ook verschillende zaken. Een leraar op een 'witte’ school die het jammer vindt dat er weinig andere culturen vertegenwoordigd zijn onder zijn leerlingen, maar die meent dat die andere culturen wel goed geïntegreerd zijn in onze samenleving, kon onmogelijk antwoorden op de vragen.


Wel bevestigd

Eén stelling uit het onderzoek van DUO is het bespreken waard. Vier procent van de respondenten uit het basisonderwijs was het eens met de stelling ‘Als gevolg van de toenemende segregatie binnen het onderwijs kunnen we op onze school bepaalde onderwerpen niet meer bespreken met leerlingen.’ In het voortgezet onderwijs lag dat aantal hoger, op elf procent.

Ook de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) deed hier eind 2016 onderzoek naar in een enquête onder haar leden. De uitkomsten op vergelijkbare vragen komen overeen met de stelling van DUO: minder dan drie procent zegt nooit actualiteiten in de klas te bespreken en vijf procent zegt niet te merken dat leerlingen daar behoefte aan hebben. Nog steeds een gering aandeel, maar toch geeft een kleine zeven procent van de respondenten uit de VOO-enquête aan zich niet altijd in staat te voelen om alle zaken in de klas te bespreken. Desalniettemin staat dat in contrast met het beeld dat naar aanleiding van het DUO-persbericht ontstond: leraren die massaal onderwerpen schuwen in de klas.


Waarom taboes lastig zijn

De VOO vindt het van belang dat leraren zich in staat voelen alle onderwerpen te bespreken die vanzelfsprekend ter sprake komen in de klas. Zowel spontaan als gepland. Waar dit niet het geval is, verdient dat aandacht van schoolleiders en opleiders. De resultaten van het VOO-onderzoek, waaraan 279 docenten deelnamen, geven hiervoor een richting. Respondenten die het lastig vinden bepaalde onderwerpen te bespreken, wijten dit vooral aan hun kennis over het onderwerp. Gebrek aan achtergrond maakt hen onzeker. Een oplossing komt van andere respondenten: lastige onderwerpen worden in teamverband voorbereid. Ook wordt veelvuldig gebruikt gemaakt van educatieve programma’s of methodes als nieuwsbegrip en het jeugdjournaal. De behoefte aan dergelijk materiaal is groot.

Sommige leraren hebben het gevoel neutraal te moeten zijn: ‘Soms heb ik een te sterke mening om zaken neutraal te kunnen bespreken.’ Andere respondenten pakken dat als volgt aan: ‘Een open houding, een luisterend oor en tegenwicht bieden bij ongenuanceerde uitspraken.’ Of: ‘Ook als het complex is en je hebt geen antwoorden of je bent geschokt, dan stel je je professioneel op. Zeggen dat je geen antwoorden hebt of geschokt bent, geeft leerlingen ook een kader.’


Zo pak je het aan

Het merendeel van de deelnemers (83 procent) aan het VOO-onderzoek vindt het belangrijk om actualiteiten en mogelijk controversiële onderwerpen te bespreken met leerlingen. Dat gebeurt dan ook volop, zo blijkt. Een dagopening, kringgesprek of onderwijsleergesprek zijn daar de meest gebruikte vormen voor. Het leidt tot mooie voorbeelden van leerlingparticipatie: ‘Wij starten de dag met een klassenvergadering. Hierbij kiezen de leerlingen welke onderwerpen worden ingebracht.’ Of: ‘Wij hebben elke week op maandag Cake van de Week. Een leerling uit de klas neemt iets zelfgemaakts mee en een nieuwsitem. Dit bespreken we en soms discussiëren we erover.’
Vakdocenten in het voortgezet onderwijs vinden in veel gevallen ook een manier om actualiteiten aan hun vakgebied te koppelen. Dat geldt niet alleen voor een voor de hand liggend vak als maatschappijleer, maar ook voor geschiedenis, economie, wiskunde of moderne talen. Een leraar geeft aan heikele onderwerpen graag in relatie tot kunstenaars of kunst uit de geschiedenis te bespreken, een ander houdt een maandelijkse actualiteitenquiz. Zelfs leerkrachten uit de onderbouw van het basisonderwijs geven aan actualiteit te bespreken in de kring, op kleuterniveau.

En wat vinden de leerlingen zelf? Volgens de deelnemers aan de VOO-enquête hebben leerlingen het graag over de wereld om hen heen. Leerlingen zijn ‘betrokken en nieuwsgierig’ en ‘veren op als je de actualiteit bespreekt’.


Waarom burgerschap moet

Betrokkenheid en nieuwsgierigheid in elkaar en elkaars standpunten stimuleren is een belangrijke taak van het onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs concludeerde dit schooljaar dat burgerschapsvorming wel de wettelijk vastgestelde aandacht krijgt op scholen, maar niet in samenhang, ‘zodat gericht wordt gewerkt aan verwerving van de competenties nodig om volwaardig te kunnen meedoen. Dat is belangrijk voor de leerling. En voor ons allemaal: een vitale democratische rechtsstaat vraagt burgers die overtuigd zijn van de waarde van vrijheid en democratie, en daaraan invulling kunnen geven.’ Aandacht voor deze waarden kan bij uitstek door actualiteiten en onderwerpen die leerlingen bezig houden, een plek te geven in het onderwijs. De docenten die de enquête invulden, gaven daar mooie voorbeelden van. Dat vraagt wel wat van leraren en hun leidinggevenden. Het vraagt tijd, visie en passie. Van de zeven procent die ermee worstelt, maar ook van de 85 procent die het belangrijk vindt.

Idealisten. U ook?

Bent u een idealist die wil kennismaken met de Vereniging Openbaar Onderwijs? Vraag dan het proeflidmaatschap aan voor een jaar, voor maar 15 euro. U abonneert zich dan op het magazine Onze School. Als welkomstgeschenk sturen wij u een mooi notitieboekje toe.

Neem een abonnement


Naar boven

Deel |