Home / Nieuws / De bijl in artikel 2 036 - 533 15 00
 

VOO Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte van nieuws, ledenbijeenkomsten en activiteiten? Abonneer u op onze nieuwsbrief.

De bijl in artikel 23

13 maart 2017
Auteur:
News

Het waren geluiden uit het verleden, de schoolstrijd tussen de confessionelen en openbaren, maar honderd jaar nadat met de gelijke bekostiging van het bijzonder onderwijs de vrede werd getekend, is het toch weer raak.

‘Een overheid die neutraal wil zijn, moet zeer terughoudend zijn in het financieren van religieuze instellingen’, zegt Rutger Groot Wassink (GroenLinks) in Onze School.

Hij wil als gemeenteraadslid in Amsterdam de discussie aanwakkeren. ‘Dat wij bijzonder onderwijs financieren, vind ik een historische vergissing.’ Groot Wassink doelt op de onderwijspacificatie in 1917, toen de liberalen in ruil voor algemeen kiesrecht voor mannen beloofden dat zij voortaan net als het openbaar onderwijs ook het christelijk en katholiek onderwijs zouden financieren.


Bijbelles in je eigen tijd

Groot Wassink krijgt bijval van raadslid Dehlia Timman (D66), die eveneens op haar partijcongres een amendement indiende om deze kwestie in het verkiezingsprogramma op te nemen. Timman vindt dat alle scholen algemeen toegankelijk moeten zijn, temeer omdat ze met overheidsgeld worden gefinancierd. ‘De samenleving is ontkerkelijkt, we leven nu in een tijd waarin we geen orthodoxe scholen meer willen. Levensbeschouwing verdient beslist een plek in het onderwijs, maar als je bijbelles of koranles wil, kun je dat ook in je eigen tijd doen. Ik weet dat veel bijzondere scholen nu al een openbaar karakter hebben, maar er zijn ook heel gesloten communities die zich afzonderen van de samenleving.’


Niet zo nauw met de waarheid

ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers kiest juist voor een frontale aanval op het openbaar onderwijs en hamert er in de media op dat ‘door de overheid bestuurde scholen niet meer van deze tijd zijn’. Het openbaar onderwijs in de huidige vorm moet worden afgeschaft en voortaan door ouders worden bestuurd, zoals volgens Segers in het bijzonder onderwijs het geval is. Bewust kantelt hij de discussie zo naar de bestuurlijke kant, waarbij hij er niet voor terugdeinst een loopje te nemen met de waarheid. Er zijn in Nederland nog zeven gemeenten die als openbaar schoolbestuur optreden en waarvan de scholen dus ‘door de overheid bestuurd’ worden. Meer dan 2000 openbare basisscholen vallen onder verzelfstandigde besturen, waarin de overheid slechts in uitzonderlijke situaties mag ingrijpen. En ouders die in het bijzonder onderwijs zelf een school besturen, behoren toch echt tot de uitzondering. Segers probeert zo de aandacht af te leiden van de echte discussie: waarom we nog toestaan dat scholen kinderen en docenten weigeren die volgens de schoolleiding niet passen bij de grondslag.


Verzuiling mist basis

Toch knaagt de tijd aan de wortels van het verzuilde onderwijs. Ook al is er vandaag de dag nog sprake van een strikte scheiding tussen openbaar en bijzonder onderwijs, zie de schoolbesturen en onderwijsorganisaties, en zijn confessionele politici er nog altijd bedreven in om het in gescheiden werelden laten opgroeien van kinderen te vermommen als prijzenswaardige vrijheid van onderwijs, de voedingsbodem is grotendeels opgedroogd. Ouders kiezen geen openbare, katholieke of christelijke school meer, maar eentje die van goede kwaliteit is, in de buurt staat of -vaker bij hoogopgeleide ouders- aansluit bij hun pedagogische visie. Dat ook daarin aantoonbare risico’s bestaan voor segregatie, is een interessante maar andere discussie.


Openbaar is favoriet

Onderzoekers van de Universiteit Maastricht deden op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek naar schoolkeuzemotieven van ouders. Aanleiding was het voornemen van staatssecretaris Sander Dekker om het voor ouders makkelijker te maken nieuwe scholen te stichten. Op katholieke scholen antwoordde dit schooljaar maar liefst de helft van de ouders de openbare school als een interessant alternatief te zien. Dat gold ook voor een kwart van de ouders op christelijke scholen. Bovendien bleek dat verreweg de meeste ouders ‘alles in aanmerking genomen’ de voorkeur gaven aan ‘een openbare school met ontwikkelingsgericht onderwijs en veel aandacht voor sociaal-emotionele vorming’.

Een onderzoek van de gemeente Amsterdam, in 2004 uitgevoerd, bevestigt dit beeld. Nog maar een op de tien ouders noemde de religieuze grondslag een reden om een school te kiezen. Opvallend genoeg waren dat vooral christelijke ouders: voor 40 procent speelde dit een rol. Van de islamitische ouders noemde slechts 14 procent de grondslag een reden om een school te kiezen. Scholen voelen die veranderende tijdsgeest goed aan en onderscheiden zich met nieuwe vakken als Chinees (Theresia Lyceum in Tilburg) of Grote Denkers (Hyperion Lyceum in Amsterdam). Ook verre schoolreizen, extra aandacht voor hoogbegaafde kinderen en programmeerklassen doen het goed. Basisscholen presenteren zich als iPadscholen of integrale kindcentra. Tijdens open dagen blinkt de nieuwigheid en creativiteit de leerlingen en ouders tegemoet. Denominatie -alleen het woord al- is een spook uit het verleden.


Paard van Troje

Hoewel het verzuilde fundament dus voorgoed verbrokkeld lijkt te zijn, laat de artikel-23-discussie bij politici steevast de alarmbellen afgaan. Want met de vrijheid van onderwijs, vaak verward met vrije schoolkeuze, haal je een politiek paard van Troje naar binnen. Voor Dehlia Timman en Rutger Groot Wassink geen belemmering om de aanval te openen. Timman noemt sociale integratie als belangrijkste reden. ‘We zien steeds vaker elitescholen, vaak witte bolwerken, en bijvoorbeeld islamitische, die het tegenovergestelde zijn. Als je kinderen gelijke kansen wil geven, moeten ze niet alleen hetzelfde onderwijs krijgen, maar ook naast elkaar in de klas zitten. Alleen zo hebben ze dezelfde leraar en leren ze van elkaar. Dát heb je nodig om later samen te werken. Het helpt gewoon enorm als je elkaar op school vaker tegenkomt.’


Wat er niet meer mag

Groot Wassink vindt ongelijkheid eveneens een groot probleem. ‘Het bijzonder onderwijs in een stad als Amsterdam bevordert de segregatie. Dat is uiteindelijk funest voor onze samenleving. Ik snap best dat de discussie ingewikkeld is, dat is het hier in Amsterdam ook. Mensen vragen me of er geen joods of islamitisch onderwijs meer mag zijn. Jammer, maar dat mag dan inderdaad niet meer. Dat is geen taak van onze overheid. Die moet ervoor zorgen dat er goede scholen zijn waar iedereen welkom is. Dat hoeft echt geen eenheidsworst te betekenen. De pedagogische invulling waarmee scholen zich kunnen onderscheiden, staat hier buiten.’


Echte vrijheid

‘Natuurlijk ligt het heel gevoelig’, erkent Timman. ‘Deze kwestie schuurt aan tegen andere politieke discussies, zoals het islamdebat. De joodse gemeenschap is vrij boos, die vinden dat ze er niets aan kunnen doen en toch worden bedreigd. Ik begeef me dus op glad ijs, maar orthodoxe scholen, of ze nu christelijk, joods of islamitisch zijn, vind ik onwenselijk voor kinderen. Kinderen moeten in vrijheid kunnen opgroeien, niet met een gedwongen levensvisie waarin geen plek is voor andere levenswijzen. Maar dat is het lastige in de politiek van dit moment, je kunt bijna geen gematigd kritisch geluid meer laten horen zonder deel te worden van een gepolariseerd debat. En toch moeten we vechten voor echte vrijheid. Kinderen samen naar school laten gaan, op openbare scholen waar iedereen welkom is, dat is voor mij vrijheid. En ik denk dat dat voor heel veel Amsterdammers ook zo is.’

Illustratie Seb Ikso Agresti

Idealisten. U ook?

Bent u een idealist die wil kennismaken met de Vereniging Openbaar Onderwijs? Vraag dan het proeflidmaatschap aan voor een jaar, voor maar 15 euro. U abonneert zich dan op het magazine Onze School. Als welkomstgeschenk sturen wij u een mooi notitieboekje toe.

Neem een abonnement

 


Naar boven

Deel |