Buitenschoolse opvang en de wet
Hoe is de buitenschoolse opvang in de wet geregeld?
- Besturen van basisscholen moeten buitenschoolse opvang organiseren wanneer ouders hier om vragen.
- Als er ouders zijn die buitenschoolse opvang voor hun kind willen, geven ze dat op school aan.
- De basisschool stelt, in samenspraak met deze ouders, een collectief arrangement voor.
- Na positief advies van de medezeggenschapsraad maakt de school vervolgens afspraken met een (of meer) kinderopvangorganisatie(s) over aansluiting van tijden en vervoer. Op deze manier zijn ouders ervan verzekerd dat hun kind direct uit school bij de buitenschoolse opvang opgevangen wordt.
- Scholen zijn dus niet verplicht om zelf buitenschoolse opvang te bieden en de opvang hoeft ook niet in het schoolgebouw plaats te vinden. Als een schoolbestuur, in samenspraak met de ouders, een eigen opvangvoorziening wil hebben, is het nodig hiervoor een kinderopvangorganisatie op te richten. Immers, alleen dan kan de kwaliteit van de opvang gegarandeerd worden – op basis van de Wet kinderopvang.
- Ouders hebben de vrijheid om te kiezen voor buitenschoolse opvang bij een andere kinderopvangorganisatie dan waarmee de school afspraken heeft gemaakt. Om ervoor te zorgen dat er ook aansluitende opvang is voor de kinderen van deze ouders, moet de school op verzoek van die andere kinderopvangorganisatie praktische informatie verstrekken, bijvoorbeeld over vrije middagen of lesuitval door ziekte.